null Beeld

Sylvia Witteman: “Briesend opende ik het mailtje van de belastingmevrouw”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Iedere week schrijft ze voor Libelle over wat haar bezighoudt. Deze week: de belasting(aangifte).

Ook in een goed huwelijk valt wel eens wat voor. Zo kreeg ik gisterenavond lichte onenigheid met huisgenoot P over de taakverdeling in het huishouden. Ik doe het overgrote deel van de beruchte ‘zorgtaken’, terwijl ik toch ook echt wel min of meer een baan heb. “Maar,” lachte P triomfantelijk, “ik doe de belastingen!”

Huh? “Hoezo doe jij de belastingen?”, vroeg ik iets triomfantelijker. “Wij hebben een mevrouw die onze belastingen doet. Sterker nog, ik kreeg gisteren een wanhopig mailtje van onze belastingmevrouw. Die zit heel erg te wachten op allerlei belangrijke papieren. Dus nu we het er toch over hebben, kun je haar die papieren even sturen? Dan kan zíj verder met ónze belastingen.” P keek een beetje schichtig. “Ja… morgen”, antwoordde hij. “Nee, kom op nou”, zei ik korzelig. “Doe het nu meteen even, dan ben je er vanaf. Weet je wat? Ik doe het wel.”

Er keerde iets van bravoure terug op zijn gezicht. “Jij?,” schamperde P, “dat is moeilijk, hoor! Ik heb daar elke keer dágen werk aan. Nee, laat dat maar aan mij over.” Maar ik had een zeldzaam doortastende bui, en zoiets moet je niet voorbij laten gaan. “Dagen werk? Je bent gek”, sprak ik. Briesend opende ik het mailtje van de belastingmevrouw.

“Kom, we beginnen gewoon. Hier, ze moet hypotheekgegevens hebben. Waar liggen die?” “Die zijn online”, zei P. “Bij de ***bank. Ja, dat is een andere bank dan onze gewone bank.”

“Waarom hebben wij een hypotheek bij een andere bank?”, vroeg ik verbaasd. Hij haalde zijn schouders op. “Dat moest toen, van de belastingmevrouw”, zei hij. “Oké”, zei ik. “Dan loggen we in bij de ***bank. Wat is de inlogcode?” P keek moeilijk. “Daar moet je zo’n dingetje voor hebben”, zei hij. “Een digipas. En ik weet niet precies waar die is...” Nog steeds doortastend ging ik op zoek. Anderhalf uur later, het liep al tegen middernacht, vond ik het ding terug in het droge fonteintje in de gang boven. Zo. En nu dóórpakken. “O ja, het batterijtje van die digipas is op”, zei P benauwd. “Dat was 'ie vorig jaar ook al.”

Verbijsterd keek ik hem aan. Hij vervolgde: “Toen heb ik het batterijtje eruit gehaald. Dat is zoekgeraakt, dus nu weet ik niet wat voor batterijtje erin moet. Het kan, geloof ik, ook wel zonder digipas, maar dan moet ik de pinpas van de ***bank hebben. Alleen... dat pasje ben ik min of meer kwijt.” “Waarom heb je dan geen nieuwe aangevraagd?”, vroeg ik. Hij zuchtte. “Dat héb ik gedaan. Maanden geleden al. Dat heb ik toen even op de piano gelegd. En toen... nou ja... trouwens... al héb ik dat pasje... de printerinkt is op, dus ik kan die papieren toch niet printen. Ik wilde wel nieuwe printerinkt bestellen, maar ja, er zijn zo veel urgentere zaken. De belastingen, bijvoorbeeld.” Dan, met een toch weer triomfantelijke blik op zijn gezicht: “Zie je nou wel? Ik zéi toch dat het veel werk was?” Ik ben maar naar bed gegaan.

Fotografie: Esther Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden