null Beeld

Sylvia Witteman: “De trimster had onze kat Lola helemaal kaalgeschoren”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), 2 zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Kat Lola moest tijdens de lockdown naar de kattentrimster.

Het kan toch raar lopen. Van dat coronavirus zouden we hier thuis weinig te lijden krijgen, dachten we. Ons huis bleek groot genoeg om elkaar ook tijdens de lockdown niet in de weg te lopen, mijn bejaarde (schoon)ouders zijn allemaal gezond gebleven, en mijn kinderen vonden het echt helemáál niet erg dat de school dicht was. De akelige gevolgen van corona kwamen voor ons dan ook uit een zeer onverwachte hoek. Dat ging zo: mijn domme, dikke, oude kat Lola kreeg steeds meer klitten in haar langharige vacht. Daar moest dringend wat aan gebeuren. Ik belde een kattentrimster. Normaliter zou ze aan huis komen, zei ze door de telefoon, maar dat kon nu niet, door de corona. Wel mochten we Lola in een mandje voor haar deur zetten, en een uurtje later weer opgefrist komen ophalen.

Zo gezegd, zo gedaan. Nou, ‘opgefrist’ was bepaald zacht uitgedrukt. De trimster had Lola helemaal kaalgeschoren, op haar hoofdje en haar pluimstaart na. Ook rook ze doordringend naar aardbeienshampoo. Maar hoera, ze was van die klitten af! We lieten haar thuis uit het mandje stappen en wilden verder gaan met ons leven. Helaas. Onze andere kat, Siepie, zag Lola in haar nieuwe gedaante en begon vreselijk te blazen en te grommen. Een paar seconden later ging ze Lola krabbend en bijtend te lijf. Die arme bejaarde dame, toch al nauwelijks bekomen van het angstige scheeravontuur, kroop onder de bank en bleef daar in doodsangst en verwarring zitten. Het komt wel goed, dachten we, maar het kwám niet goed. Het werd alleen maar erger. “O jee”, zei de kattentrimster toen ik haar radeloos opbelde. “Had ik nou maar geweten dat jullie nóg een kat hadden. Dan had ik gewaarschuwd dat je de geschoren kat eerst een dagje in een aparte kamer haar eigen geur moet terug laten krijgen. Ja, als ik bij de mensen thuiskom, zie ik dat altijd meteen maar nu, met die corona... Sorry, zeg! Sterkte!”

Met lede ogen keek ik naar het hekwerk van kippengaas dat we inmiddels midden in ons huis hadden gebouwd. Aan de ene kant een woedende Siepie, aan de andere kant een doodsbange Lola. Elke keer dat er iemand door het hek wilde (vaak dus) moest dat met uiterste omzichtigheid gebeuren. Het was heel deprimerend allemaal. En het duurde ontzettend lang. “Je moet geduld hebben. Héél veel geduld”, zei een geraadpleegde kattenpsychiater (ja, die bestaan echt.) We hadden geduld. Weken. Maanden. Pas toen de cafés ‘voorzichtig’ weer open gingen, kwam er ook héél voorzichtig weer wat verbetering in de kattensituatie. Mijn pogingen met snoepjes, spelletjes en bemoedigend toespreken begonnen eindelijk vruchten af te werpen. Siepie werd minder boos. Lola werd minder bang. Op de dag dat ze voor het eerst, door het gaas heen, aan elkaars gezicht roken, pinkten we een traan van ontroering weg. We hebben een sprankje hoop. Wie weet kan het hek binnenkort eindelijk weer weg!

Inmiddels is Lola’s vacht alweer zowat helemaal aangegroeid. “Ze moet eigenlijk weer eens geschoren worden”, zei mijn zoon terloops. En na een blik op mijn gezicht: “Geintje, mam. Mam, kom op, niet huilen. Mam, het was een GEINTJE!”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden