null Beeld

Sylvia Witteman: “Elk jaar in januari stopte ik met roken. Voor een dag of twee”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week regelt ze drie kerstdiners voor haar moeder.

“Heb je nog goede voornemens voor 2021?”, vroeg ik spottend aan mijn zoon, die zich weer eens bij de snoepkast stond vol te stouwen met stroopwafels, bitterkoekjes en drop. Hij hoorde mijn ironie niet, waarschijnlijk door het kauwen. “Daar geloof ik niet in”, zei hij. “Er gaan wel veel klasgenoten stoppen met roken. Ben benieuwd.”

Zelf rookt hij goddank niet. Ik begon er eind jaren zeventig mee. We wisten wel van de gevaren van longkanker, maar de meeste mensen gingen ervan uit dat het ‘allemaal niet zo’n vaart zou lopen’ en de rest vond laconiek ‘dat je toch érgens aan moest doodgaan’. Iedereen rookte: leraren, artsen, politieagenten, mijn ouders. Ik was veertien en zonder het te beseffen was ik begonnen met roken. Een kettingroker werd ik niet, maar zo’n tien sigaretten per dag kreeg ik wel weg. “Zonde, hoor!” zei mijn moeder, maar ja, dat maakte niet veel indruk, want ze had er meestal een Caballero bij in haar mond.

Ik rookte voort en op mijn tweeëndertigste werd ik zwanger van mijn eerste kind. De geldende mening onder vroedvrouwen was toen nog dat ‘stress erger is voor de baby dan een enkel sigaretje’. Ik hield het op drie per dag en bij mijn tweede zwangerschap: dito. Na elke bevalling ging ik vrolijk door met roken en elk jaar in januari stopte ik. Voor een dag of twee. Niks voor mij, dat stoppen. Bij mijn derde zwangerschap, ik liep tegen de veertig, was ik erg misselijk. Het roken smaakte me niet meer, dus ik hield ermee op. In het begin miste ik de gewoontegebaren van het roken, bij het schrijven, bij het telefoneren, na het eten... maar dat ging over. Mijn derde werd geboren en ik begon niet meer met roken. Ik had me niets voorgenomen, en ook niemand iets verteld. “Hé, het lijkt wel of jij niet meer rookt!” zei huisgenoot P. na een paar maanden. “Ja, dat geloof ik ook”, zei ik.

Ik was gestopt net zoals ik was begonnen: zonder het te beseffen. Dat is nu zeventien jaar geleden. Soms krijg ik trek in een sigaret, ’s avonds na het eten. Die neem ik dan gewoon. Voor veel mensen is dat de beruchte valkuil, maar ik heb er al zeventien jaar geen enkele moeite mee om het bij die ene te houden. Officieel ben ik dus waarschijnlijk nog steeds niet écht een ex-roker. Maar misschien was dat júist de truc.

Fotografie: Ester Gebuis.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden