null Beeld

Sylvia Witteman: “Ik besefte dat ik het handschrift van mijn zoon al een jaar of tien niet had gezien”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft ze over haar mobielloze zoon. 

Ik stond vredig een courgette te raspen, want iedereen is dol op courgettekoekjes (courgette grof raspen, mengen met een theelepel zout, goed het vocht eruit drukken, rasp mengen met een paar lepels bloem, peper, knoflook, een ei en wat verkruimelde feta, wat olie in de hete koekenpan, bergjes beslag erin, beetje platduwen, aan beide kanten op matig vuur goudbruin en gaar bakken, geen dank), toen ik boven een bonk hoorde, gevolgd door een ijselijke kreet.

De laatste keer dat ik dergelijke geluiden hoorde, was mijn jongste door de ruit in de badkamerdeur gevallen en moest hij met behulp van 35 hechtingen worden opgelapt.

Telefoon

Dit keer viel het mee: hij had zijn telefoon kapot laten vallen, in diezelfde badkamer, op die harde vloer. Ik zal niet vertellen wat hij allemaal riep, dat geeft maar opzeggingen. Zelf bleef ik kalm en sprak de troostende dingen die je dan zegt als liefhebbende moeder: eigen schuld, je had allang een hoesje voor dat ding moeten kopen. En: nee, ik ga niet wéér een nieuwe voor je betalen, je neemt maar een krantenwijk. Dat alles vond mijn zoon ontzettend flauw en gemeen, maar met de courgettekoekjes maakte ik het weer een beetje goed.

Al bleef hij onder het eten klagen dat zijn leven nu eigenlijk zo goed als afgelopen was. Hoe moest hij nu met zijn vrienden afspreken? En met zijn vriendin?

“Wij hadden vroeger geen mobieltje”, zei ik. “Er was in ieder huis één telefoon, voor het hele gezin.”

Zijn mond viel open van verbijstering.

“Maar als iemand nou niet thuis was? Hoe kon je dan afspreken?”

Ik vertelde dat we vroeger gewoon langsfietsten, op goed geluk. En briefjes bij elkaar in de bus gooiden. Hij keek me aan alsof ik het over de duistere middeleeuwen had en zuchtte: “Briefjes? Pfff...”

De dag daarna klaagde hij nog steeds steen en been. Na twee dagen nam het gezeur wat af. Op de derde dag zei hij: “Ik vind het eigenlijk wel lekker rustig, zo zonder telefoon. Het is best fijn dat je niet de hele tijd op je telefoon hoeft te letten. Het voelt wel... vrij, of zo. Best wel... zen, zeg maar.”

Ongelooflijk! Wat een wijsheid voor een jongen van zestien! “Grapje hoor, mama”, voegde hij er lachend aan toe. Maar aan zijn gezicht zag ik dat het tóch een beetje waar was.

Een briefje

De volgende dag, toen ik aan het eind van de middag thuiskwam, zag ik iets ongelooflijks. Er. Lag. Een. Briefje. Op. Tafel. Een briefje! Van mijn zoon! Hoe lang had ik zijn handschrift al niet meer gezien? Zeker een jaar of tien. Het was dan ook nog even abominabel als toen hij zes jaar was, een soort scheve vogelpootafdrukken.

Lieve mama, ik ben chillen met Kees, maar ik kom gewoon thuis eten. Groet, Louis

Een echte brief! Met een aanhef, en een passende afsluiting! Ik drukte het epistel aan mijn hart en waande me even terug in de twintigste eeuw. Een nieuwe telefoon krijgt hij echt niet van me, maar wél een mooie vulpen.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden