null Beeld

Sylvia Witteman: “Ik durf bijna niet te vertellen wat mijn broodrooster kostte”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft ze over een dure aankoop, die tot nu toe alleen maar teleurstelt.

“Koop een goed merk”, zegt mijn moeder altijd. Nooit of te nimmer zal zij iets kopen dat naar haar mening ‘te goedkoop’ is. Zo heeft ze onlangs meer dan driehonderd euro neergeteld voor een magnetron. Het dure ding heeft een heleboel ingewikkelde functies die ze niet begrijpt, en nu gebruikt ze hem dus maar helemaal niet meer. Ik aard meer naar mijn vader. Hij let niet op merken en koopt gewoon wat in de aanbieding is. Mijn vader gaat er prat op dat hij nog nooit in zijn leven meer dan duizend euro voor een auto heeft betaald (nee, duizend gulden, zegt hij nog steeds...). Ik moet zeggen: zijn auto’s zijn altijd oud en lelijk, maar ze rijden prima én gaan jaren mee.

Zelf koop ik nooit auto’s, gelukkig, maar wel allerlei andere dingen. Ik lees al sinds mensenheugenis de Consumentengids, waarin ik steevast de voordeligste koop uitzoek. Dat bevalt me uitstekend. Mijn magnetron kostte een fractie van die van mijn moeder en hij werkt als een zonnetje. Hetzelfde geldt voor de rest van mijn huishoudelijke spullen. Ook mijn broodrooster, een doodgewone broodrooster die al jarenlang precies doet wat een broodrooster moet doen.

Maar toen werd ik verliefd op een ándere broodrooster. Een grote, brandweerautorode broodrooster. Een broodrooster als statement, als levensovertuiging. Een broodrooster die sprekend leek op zo’n prachtige, Amerikaanse, vrijstaande ijskast uit de jaren vijftig. Een broodrooster van een goed merk.

“Ik zou het gewoon doen, kind”, zei mijn moeder, niet geheel onverwacht toen ik vroeg of ik hem zou kopen. Ik deed het. Ik kocht ’m. Ik durf bijna niet te vertellen wat hij kostte. Nou, vooruit: 170 gulden… euro, bedoel ik. Wat was hij mooi! Wat was hij groot! Wat stond 'ie eigenlijk ontzettend in de weg in mijn nogal kleine keuken. “Wat doet dat ding er lang over”, klaagde mijn zoon tien minuten later. Ja, inderdaad.

Pling! Daar was de toast eindelijk. De mooie, nieuwe broodrooster had zijn slome roostergedrag gemeend te moeten compenseren met een flitsende lancering. De boterhammen waren tevoorschijn gesprongen als een duveltje uit een doosje en landden in de zeiknatte gootsteen. Ook waren ze, na dat ellenlange roosteren, nog steeds niet bruin. Nóg maar een keer roosteren, dan. Konden ze meteen opdrogen. Toen ze eindelijk klaar waren, was de thee koud, en de eitjes ook. “Het is wel een heel mooie broodrooster”, zei ik. “Van een heel goed merk.”

Zo ging het elke ochtend. Wachten, wachten, wachten. Pling! Halfgeroosterde boterham. In de gootsteen. Maandenlang. Máánden. Gisteren was ik het zat. Ik haalde die fijne, oude, merkloze broodrooster van zolder. Ik stak twee boterhammen in de gleuven, hij ging meteen gretig aan de slag. Daar was mijn toast al, heerlijk bros en bruin, en zo snel! “Zo, kreng”, beet ik het dure, rode gevaarte toe. “Wat moet ik nou met jou?” Ik geef hem, denk ik, maar aan mijn moeder. Die roostert nooit brood, dus die is er vast héél blij mee.

Fotografie: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden