null Beeld

Sylvia Witteman: “Ik had het noodlot te lang getart met dat enkele klikslotje”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Iedere week schrijft ze voor Libelle over wat haar bezighoudt. Deze week: een onheilspellend gevoel.

Soms krijg je zomaar vanuit het niets een gevoel van naderend onheil. Dat overkwam me vanochtend toen ik de huisdeur achter me dichttrok. Sleutel/afspraak vergeten? Nee, nu eens niet. Peinzend wilde ik op mijn fiets stappen toen het onheil vorm kreeg: de fietsvormige leegte tegen het zieltogende boompje voor mijn huis. Mijn fiets, mijn lieve fiets! Mijn enige vriend in dit aardse tranendal, mijn rots in de branding van het verraderlijke stadsverkeer, mijn trouwe stalen ros waarop ik al tien jaar de woelige baren des levens trotseer. Hij was weg!

Nee, nu niet meteen gaan huilen. Goed nadenken. De vorige keer dat ik hem kwijt was had mijn zoon hem gewoon geleend. Toen had ik dus voor niets een uur lang het requiem van Mozart geneuried. ‘Heeft iemand mijn fiets?’, appte ik in de gezins-app. Nee, niemand had hem. Ik tuurde de straat af. Nee, hij stond ook niet tegen een ánder boompje, hij was écht weg. $%#@&%, mijn eigen schuld. Ik had het noodlot te lang getart met dat enkele klikslotje. Mijn lieve oude krot, mijn tot op de draad versleten roestige stadsduif, zonder lampen, met die gammele bagagedrager en die tassen vol schimmelende theedoeken: er had dus tóch iemand brood in hem gezien.

In mijn studententijd liet ik het wel na, een fiets op een klikslotje zetten. Toen had je nog junkies, die zo’n slotje met één schop open ramden. Ook een kettingslot was niet veilig, daar hadden ze een betonschaar voor. Als je fiets weer eens was gestolen, kon je voor vijfentwintig gulden een ‘nieuwe’ kopen bij de brug achter de universiteit. Ik heb daar zelfs eens mijn eigen fiets teruggekocht. Ik kreeg vijf euro korting van de junk in kwestie, dat was fideel van hem. Junkies zijn er nauwelijks meer. Wél oostblokbendes met aanhangwagens, die dertig fietsen tegelijk jatten om thuis te verkopen. Maar die willen alleen goeie fietsen en geen roestig krot.

Net als bij een vriendje dat het heeft uitgemaakt werd mijn fiets in mijn gedachten veel liever, mooier en begerenswaardiger dan ik hem ooit had gevonden toen ik hem nog onder handbereik had. Wat had hij toch een aparte kleur blauw en wat pasten die vaal-oranje fietstassen daar wonderwel bij! Wat rammelde zijn kettingkastje altijd knus en ritmisch mee onder het trappen! Wat zongen zijn afgesleten bandjes meeslepend op het asfalt! Hoe had ik hem zomaar kunnen laten jatten, deze parel onder de vélocipèdes, dit lichtend voorbeeld van klimaatvriendelijk en gezond vervoer?

Vol spijt en diep verdriet liep ik naar de bakker. Het leven gaat door, de kinderen hadden honger, ik moest me vermannen al liepen de tranen me over de wangen. Daar, bij de bakker, stond mijn fiets. Gisteren laten staan omdat ik altijd zo nodig in gedachten verzonken moet zijn. Daar stond hij in al zijn schamele glorie.

Wat een tragische, verzakte roestbak toch eigenlijk.

Ik moet echt eens een nieuwe kopen.

Fotografie: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden