null Beeld

Sylvia Witteman: “Ik houd steeds minder van reizen naarmate ik ouder word”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie. Deze week vertelt ze dat ze stiekem blij is dat ze niet op vakantie kan dit jaar. 

Van vakantie zal het wel niet komen dit jaar, door dat ongezellige virus. Al mijn vrienden (en vooral mijn kinderen) klagen steen en been: de hele zomer niet naar Parijs, New York, Toscane, of zelfs maar de Ardennen! Verschrikkelijk! Ik knik dan maar zo’n beetje en geef een begrijpende glimlach ten beste. Maar ik moet een bekentenis doen: eigenlijk houd ik helemaal niet zo van vakantie. Steeds minder zelfs, naarmate ik ouder word. Zelf snap ik het ook niet, toen ik jong was deed ik niets liever dan reizen. Naar Mongolië? Graag! Kirgizië of Oezbekistan? Tuurlijk! Ik propte een paar onderbroeken en een tandenborstel in een tasje en weg was ik. Ik belandde in Siberië waar het 45 graden onder nul was, in de brandende zon van de Turkmeense woestijn, in oorlogsgebieden, in een aardbeving met honderden doden, ik sliep in de ranzigste hotelletjes, in treinen, bij wildvreemde mensen op de vloer.

Ik vloog in oude Sovjetvliegtuigen die aan alle kanten rammelden, ik heb een parachutesprong gemaakt zonder iets te breken, ik heb schapenogen gegeten, en rauwe paardenlever, en zeewier, en kippenklauwtjes en in thee gekookte larven ˗ alles zonder een spier te vertrekken. Ik vond het allemaal even leuk.

Toen kreeg ik kinderen, en alles werd anders. Zelfs een uitje naar het park moest zorgvuldig worden gepland, met luiers, mutsjes, flesjes en speentjes, en vakantie. Zelfs als we naar een huisje in een keurig aangeharkt Frans vakantiepark gingen, vergde dat opeens evenveel voorbereiding als de invasie van Normandië. Vergeet het favoriete fopspeentje van je zoontje of het knuffellammetje van je dochtertje, en je hebt een verpeste week. En vergeet vooral de pindakaas niet, en de hagelslag, en dat ene boekje dat elke avond moet worden voorgelezen, en de rode kaplaarsjes en, en en...als je dan alles hebt, en je veilig bent aangekomen en je hebt gecontroleerd of het hekje om het zwembad wel goed dicht kan, of er geen giftige planten in de tuin staan en je kleuter snapt dat hij de valse hond van de buren niet mag aaien, ja dan...

Dan wordt er een kind ziek. Oorpijn. Of rare rode bulten overal. Of in een stuk glas getrapt. Dan moet je een dokter zien te vinden, en die in het Frans toespreken. En nét als alles weer wat beter gaat en je een feestelijk ijsje wilt gaan halen, komt er rook uit de motorkap van de auto. Kortom, ik was meestal opgelucht als we weer thuis waren.

De kinderen werden groot, natuurlijk. In plaats van speentjes en knuffelbeestjes verliezen ze nu op reis gewoon (kop)telefoons, opladers, en pinpassen. In plaats van over oorpijn klagen ze nu over slechte wifi. Intussen is dat niet meer míjn probleem, maar dat van hen. Maar gedoe is het nog steeds. Heel, heel eerlijk gezegd: Als ik op vakantie ben mis ik mijn huis. En mijn bed. En de poezen. Het zal de oude dag wel weer zijn.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden