null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Sylvia Witteman: “Ik raak in gewetensnood bij de ondergrondse container”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie. 

Op de hoek van mijn straat staat een grote, deels in de grond verzonken vuilcontainer waar iedereen zijn volle vuilniszakken in kwijt kan. In zekere zin is dat handiger dan een kliko, want die kan bij warm weer nogal eens gaan stinken. Ik gooi mijn vuilniszak als hij vol is meteen in die container, en weg is mijn afval. Dat wil zeggen, in theorie. De werkelijkheid is weer eens gecompliceerder.

Die container wordt niet altijd op tijd geleegd. Ook zijn er asociale mensen die er matrassen in proberen te proppen. Of planken. Of andere grote voorwerpen die halverwege de klep blijven steken. De container is dan onbruikbaar tot de helden van de stadsreiniging hun magische werk komen verrichten.

Gewetensnood

Intussen sta ik dus geregeld met mijn vuilniszak voor Jan-met-de-korte-achternaam bij die container. Elke keer raak ik dan weer in gewetensnood. Het is verboden om je vuilniszak náást die container achter te laten. Er staat zelf een forse boete op: 90 euro. Logisch ook, want er komen meeuwen, honden en ratten op af, die de zakken openscheuren en een middeleeuwse puinhoop van de stad maken.

Aan de andere kant: ik woon in een bovenhuis. Als ik mijn zak niet kan achterlaten, moet ik hem weer mee naar huis nemen en hem die 40 treden terug naar boven dragen. Of ik moet hem naar een andere container brengen, een straat verderop. En dat terwijl ik onderweg ben naar een afspraak of anderszins haast heb. Vaak staan er al andere zakken naast die container, daar kan mijn zak toch ook wel even bij, denk ik dan. De helden van de stadsreiniging zijn vást al onderweg. Meestal wint mijn gehoorzaamheid van mijn laksheid. Maar niet altijd.

Spoor van kattengrit

Vanmorgen tilde ik een grote, overvolle, loodzware vuilniszak de trap af toen er halverwege iets misging. De stelen van een uitgebloeide bos rozen prikten door de bodem van de zak naar buiten en de zak begon te lekken. Kattenbakkorrels. Kermend rende ik met die zak de trap af, naar buiten, naar de hoek van de straat. En ja hoor, daar was de container weer eens vol. Wat te doen? "Laat die zak toch staan, dan kun je snel naar huis om dat stinkende kattengrit van de trap te stofzuigen", zei het duiveltje op mijn linkerschouder. "Voor die éne keer..."

Je hebt gelijk, duiveltje, zei ik. Ik wilde de zak al neerzetten en weglopen toen het engeltje op mijn rechterschouder fluisterde: "Kijk eens achterom..." Ik deed het. En ik zag een smal maar heel duidelijk spoor van kattengrit liggen, precies van de container naar mijn voordeur.

Hele straat stofzuigen

Dat was wel een heel suffe manier om 90 euro armer te worden. Tandenknarsend droeg ik die loodzware zak naar de andere container, een straat verderop. Onderweg werd hij steeds lichter, dat wel. Bij aankomst was hij zo goed als leeg. Als Klein Duimpje volgde ik bedrukt het lange, lange spoor van kattengrit naar mijn huis. Mijn gehoorzaamheid had averechts gewerkt. Eigenlijk moet ik nu de hele straat gaan stofzuigen. Maar ja, hoe kom ik aan een verlengsnoer van 500 meter?

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden