null Beeld

Sylvia Witteman: “Mijn vader was het enige dikke kind in de hongerwinter”

Mijn ouders waren allebei 6 toen Nederland 75 jaar geleden werd bevrijd. Hun oorlogsherinneringen zijn dan ook typisch die van kleuters: ze gaan over kleine dingen.

Mijn moeder werd vlak voor de hongerwinter naar een groot gezin op het platteland gestuurd. In dat boerengezin hadden ze genoeg te eten om ook een klein meisje uit de grote stad een beetje bij te voederen. “Je gaat naar de boeren en daar krijg je elke dag een eitje”, had haar moeder, mijn oma gezegd. Nou, dat was wat!

Mijn moeder werd hartelijk ontvangen, maar een uurtje na aankomst begon ze toch vreselijk te huilen. De boerin kreeg medelijden, het arme kind had natuurlijk heimwee. Ze sprak troostende woorden: “Het is hier toch gezellig, met al die andere kinderen en zo veel dieren? En mama komt je heus gauw weer halen!” Maar mijn moeder bleef huilen. Ja, ze vond het gezellig op de boerderij, en nee, ze miste haar mama niet. “Maar wat is er dan?”, bleef de boerin vragen. Toen kwam het hoge woord eruit: “Ik ben hier nu al een hele tijd en ik heb nog geen eitje gekregen...” Met de eitjes kwam het al gauw goed en verder had mijn moeder een heerlijke tijd op de boerderij tot het eind van de bezetting. Alleen kwam de bevrijding voor haar vader, mijn opa, een paar weken te laat.

Opa's in het concentratiekamp

Hij werd opgepakt wegens activiteiten in het verzet, en stierf op 21 april 1945 in kamp Oranienburg. Ook mijn opa van vaders kant belandde in een concentratiekamp, kamp Sint-Michielsgestel. Daar werden Nederlandse notabelen in gijzeling gehouden door de Duitse bezetter. Het was een kamp zonder barre omstandigheden; wel hing de geïnterneerden de permanente dreiging van executie boven het hoofd, als represaille voor verzetsdaden elders in het land. Mijn grootvader van vaders kant had mazzel en kwam uiteindelijk ongedeerd weer thuis.

Mijn vader weet nog hoe zijn vader vertrok. Zijn moeder had juist de tafel gedekt en voor elk van haar 7 kinderen een boterham op de bordjes gelegd. Maar ‘pa’ werd opgehaald. Of hij wel behoorlijk te eten zou krijgen, was onzeker. Daarom haalde mijn grootmoeder al die 7 boterhammetjes weer van de bordjes, verpakte ze in een papiertje en gaf ze mee aan haar man.

Mollig in de hongerwinter

Dat heeft blijkbaar indruk op mijn vader gemaakt, want verder kan hij zich van de oorlog niets herinneren. “Ja, toch wel”, zei hij laatst desgevraagd. “Ik weet nog dat we suikerbietenkoekjes kregen.” Ik lachte. ‘Het is niet de meest ingrijpende oorlogsherinnering aller tijden’, zei ik. 'Maar hoe smaakten die koekjes?' Dat wist mijn vader écht niet meer, maar honger had hij, dacht hij, nooit gehad. Dat laatste klopte. Onlangs vond ik een foto van mijn vader, in of rond het laatste oorlogsjaar. Hij zag er beslist niet hongerig uit. Hij was eerlijk gezegd aan de mollige kant. Daar pest ik hem nu geregeld mee. “Haha, je was het enige dikke kind van Nederland in de hongerwinter!” Ik hoop dat ik hem er nog lang mee kan pesten.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden