null Beeld

Sylvia Witteman: “Natuurlijk wil je dat! Je hebt dan zelf toch niks meer aan je organen?”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week krijgt ook haar zoon een brief van het donorregister. 

Ook voor mijn oudste zoon (19) is er een brief van het donorregister, want ook hij moet beslissen over het afstaan van zijn organen na zijn dood. Daar moet ik wel even van slikken. Nadenken over mijn eigen dood is al niet echt feestelijk, maar de dood van mijn kind? Ja, ik moet realistisch blijven, het kán gebeuren. Voor jongeren liggen allerlei gevaren op de loer. Die scooter kan ik hem niet afpakken, onze auto kan ik hem niet weigeren. Hij huurt graag eens een zeilboot, dat ga ik toch niet tegenhouden? Ook wil hij nog zijn motorrijbewijs halen, dat kan ik niet verbieden, wel? Ik mag nog blij zijn dat hij geen geld heeft om een vliegbrevet te halen. En dat hij zelf geen vleugels heeft, want hij zou, net als Icarus, te dicht naar de zon vliegen, waarna zijn vleugels zouden smelten en hij ter aarde zou storten.

“Wat zit jij moeilijk te kijken?” zegt mijn zoon, onkundig van mijn sombere gedachten.

“Niks”, zeg ik. “Kijk, hier is een brief van het donorregister. Ik heb er van de week een halve middag over gedaan om erachter te komen dat je niets hoeft te doen, sukkel die ik ben. Als je niet reageert, word je vanzelf geregistreerd als donor.”

“O, oké...”, zegt hij. Maar zijn gezicht staat zorgelijk.

“Wat is er?” vraag ik.

“Ja, ik weet niet”, zegt hij.

“Ik weet eigenlijk niet zeker of ik dat wel wil...”

Verbaasd kijk ik hem aan: “Natuurlijk wil je dat! Je hebt dan zelf toch niks meer aan je organen? Als je dood bent kun je iemand anders er heel erg mee helpen.”

“Ja,” zucht hij, “maar ik heb het er laatst over gehad op school. Met een paar jongens die religieus zijn, en dat heeft me aan het denken gezet. Stel, je bent dood. En ze halen je lever eruit, en je hoornvliezen, voor een transplantatie. Allemaal chill en zo, maar stel: je komt dan in de hemel. En daar is het altijd feest, met heel veel mooie meisjes en bier. En dan heb je geen lever meer om dat bier te verteren, en geen ogen om naar die meisjes te kijken?”

Ach, gos... wat moet ik daar nou op antwoorden? Ik ben zelf niet religieus (of nauwelijks, ik houd een slagje om de arm) en ga er altijd vanuit dat voor mijn kinderen hetzelfde geldt. Bij een eventuele hemel heb ik alleen heel abstracte ideeën, God is er, en geen pijn of verdriet, meer weet ik niet. Bier en meisjes zijn wel erg concreet, maar waarom ook niet?

“Jongen,” zeg ik ferm, “stél dat er een hemel bestaat. Dan zorgt God er heus wel voor dat je een complete set nieuwe organen krijgt hoor!”

“Ja, maar dat weet je niet zéker”, zegt mijn zoon.

Nee, ik weet niks zeker. Behalve dit: mijn zoon gaat dat formulier niet invullen. Want rijden, varen en vliegen wil hij wel, maar lopen naar de brievenbus is hem te veel moeite. En voor dat donorschap geldt: wie zwijgt stemt toe.

Zo komt mijn Icarus vanzelf op zijn pootjes terecht.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden