null Beeld

Sylvia Witteman: “Nieuwsgierig ging ik onder die deken liggen. Wat zwaar! Wat naar!”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week probeert ze een verzwaringsdeken uit.

“Ik wil een verzwaringsdeken”, zei huis-genoot P. een paar maanden geleden. “Een wát?” vroeg ik. “Een extra zware deken”, ging hij voort. “Ik heb daarover gelezen. Iedereen schijnt er veel lekkerder van te gaan slapen.” Nu is ‘lekker slapen’ inderdaad iets wat met het klimmen der jaren ongrijpbaarder wordt. Met weemoed denken we vaak terug aan onze jeugd, toen we altijd en overal heerlijk konden slapen. In ons eigen veel te krappe twijfelaartje, op slappe luchtbedjes in een lekkend tentje op een lawaaiige camping, in hotels naast een disco, in gloeiende hitte of in barre kou. En geldzorgen of ruzie, met de ramen wijd open of potdicht, met of zonder gordijnen, naakt of met al onze kleren aan, met het bed vol katten en opengeslagen boeken, met of zonder kussen: het maakte allemaal niet uit, we sliepen toch wel. Een gat in de dag, als het zo uitkwam.

Kinderen

Toen kregen we kinderen. Eén, twee, drie baby’s met steeds drie jaar ertussen. Slapen werd van iets doodgewoons iets heerlijks, iets zeer begeerlijks. Welke naïeveling heeft de uitdrukking ‘slapen als een baby’ bedacht? Baby’s slapen uitsluitend als ze rondgesjouwd of gereden worden. Hun ouders slapen daarom zelden. Maar ook die tijd ging voorbij. De baby’s groeiden op tot pubers die zélf een gat in de dag sliepen, dus wij ouders hadden onze nachtrust terug. Tenminste, de mógelijkheid van nachtrust. Maar zo onbevangen slapen als vroeger, dat konden we niet meer.

Als je niet meer zo jong bent, moet je er ’s nachts weleens uit om te plassen en daarna kom je moeilijk weer in slaap. Je gaat liggen tobben: over je werk, over de toestand in de wereld (altijd raak), over de rapportcijfers van die rotpubers, over een lek wastafelkraantje. Drup, drup, drup, doet de wastafelkraan. Dat deed hij ook al toen we jong waren, maar toen hoorden we hem niet. Oordopjes helpen nauwelijks, slaappillen geeft de dokter niet (waarschijnlijk terecht), van een glas wijn voor het slapen moet je ’s nachts nóg een keer plassen, van thee ook, een spannend boek lezen helpt tegen het tobben, maar je ligt er óók wakker van en als je het lekke kraantje laat repareren, gaat er iets anders in huis geluid maken. De brandmelder slaakt rare zuchtjes, er gorgelt iets in het riool, de droger piept... en daartegen zou zo’n verzwaringsdeken helpen?

“Bestel er maar een. Voor jezélf”, zei ik tegen P. Hij deed het. Wat was dat ding zwaar! De pakjesbezorger, toch heel wat gewend, klaagde steen en been. P. kreeg het ding die avond met de grootste moeite in een dekbedhoes, sleepte het met nog meer moeite ons bed op, ging eronder liggen, en sliep. Als een os. “Geniaal!” zei hij de volgende morgen opgetogen. “Geen moment wakker geweest. Niet eens om te plassen. Niet gepiekerd, niks.” Nou, dat moest ik ook proberen natuurlijk. Nieuwsgierig ging ik onder die deken liggen. Wat zwaar! Wat naar! Alsof ik uitgebroed werd door een koortsige dikke kip. Ik gooide dat onding van me af. Sindsdien slaapt huisgenoot P. elke nacht als een roos, terwijl ik daarnaast lig te woelen. Ik wacht op de uitvinding van de verlíchtingsdeken.

Fotografie: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden