null Beeld

Sylvia Witteman: “Schiermonnikoog viel nogal tegen. Er was geen waterval, wilde geit of kokospalm te bekennen”

Sylvia Witteman (53) is getrouwd, heeft een dochter (21), twee zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie. Iedere week schrijft ze voor ons een column. Deze week schrijft ze over haar liefde voor eilanden.

Mijn liefde voor eilanden stamt uit mijn kindertijd. Dat kwam door het Schetsboek van Robinson Crusoë. Ik kreeg het toen ik acht was en het maakte diepe indruk. Het kinderboek bestond grotendeels uit tekeningen, die me stuk voor stuk zeer aanspraken. Die Robinson had een heerlijk, romantisch leven. Goed, dat aanspoelen op een onbewoond eiland was een nogal heikel voorval geweest, maar hij maakte er toch maar iets heel moois van.

Op de plaatjes zag ik hoe hij zijn huis bouwde, brood bakte, bier brouwde, een pijl en boog maakte, manden vlocht, geiten en kippen hield, vlees roosterde... het zag er allemaal zo gezellig en lekker uit! En toen zijn paradijsje helemaal klaar was, ontmoette hij ook nog die brave Vrijdag, zodat hij nooit meer alleen hoefde te zijn. Ik vond het bijna onbegrijpelijk dat hij uiteindelijk een vlot bouwde om dat lustoord te verlaten.

Sindsdien droomde ik van een eigen eiland. Voor mijn geestesoog zag ik een smaragdgroen lapje grond, ter grootte van het parkje achter ons huis. Het was er altijd zonnig, begroeid met bananen- en kokospalmen, er was een watervalletje en het was uiteraard onbewoond, op één kannibaal na, die op mijn beleefde verzoek onmiddellijk bereid zou zijn het menseneten te staken.

Een echt eiland had ik nog nooit gezien. Ik was dan ook enorm opgetogen toen mijn moeder, ik moet een jaar of tien geweest zijn, een bezoek aankondigde aan mijn oom en tante, in hun vakantiehuisje op Schiermonnikoog. Ik maakte thuis alvast een pijl en boog om wilde geiten te schieten. Niet van lianen, want die hadden we niet in Overveen, maar van een kleerhanger en een postelastiek. Schiermonnikoog bleek nogal tegen te vallen. Er was geen waterval, wilde geit of kokospalm te bekennen. Ook bakten mijn oom en tante geen brood en roosterden geen vlees. Nee, we moesten het doen met King Corn-brood, Rivella en boterhamworst. Omdat het de hele tijd slecht weer was, zaten we vooral veel binnen te scrabbelen, terwijl de regen tegen de ramen gutste.

Na de vakantie maakte ik mijn moeder deelgenoot van mijn teleurstelling. Zij gaf het Robinson-schetsboek de schuld. Dat was volgens haar niet de échte Robinson Crusoë, want die had het heel wat moeilijker gehad. Voor sinterklaas kreeg ik de oerversie van het boek, een vuistdikke pil in een archaïsche vertaling. Ja, dat was wel even wat anders. Het ging de hele tijd over ziekte, uitputting, vertwijfeling, angst, paniek, enge beesten, honger en dorst. En die brave Vrijdag bleek beslist niet voetstoots bereid om te stoppen met mensen eten (pas nu begin ik me trouwens af te vragen of de verhouding tussen Robinson en Vrijdag wel geheel platonisch was). Ontgoocheld legde ik het boek terzijde.

Pas twintig jaar later zou ik Schiermonnikoog weer terugzien. Geroosterd geitenvlees bleek nog steeds niet beschikbaar en ook nu weer regende het onafgebroken. Maar de bitterballen en jenever in de gelagkamer van Hotel van der Werff maakten veel goed. En in het huurhuisje lag gelukkig een scrabblespel.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden