null Beeld

Sylvia Witteman: “Toen ik het huis uitging was de opluchting groot”

Sylvia Witteman (54) is getrouwd, heeft een dochter (21), 2 zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie. 

‘Geld maakt niet gelukkig. Dat heeft het met armoede gemeen’, schreef Simon Carmiggelt eens. Had hij gelijk? Ik dacht terug aan mijn jeugd.

Wij waren thuis zeker niet arm. Mijn moeder had geen baan, maar mijn vader was leraar, en van zo’n salaris kon een gezin met drie kinderen indertijd nog makkelijk rondkomen. Wij zeker, want mijn ouders hadden ons (nogal wrakke, maar gezellige) huis voor een schijntje gekocht, we reden in een stokoude Citroën 2CV, gingen in de vakantie (met diezelfde Eend) kamperen in Frankrijk, en om dure kleren of mooie spullen gaven mijn ouders niets.

"Mijn moeder kon alleen nog maar over geld praten"

Toen gingen mijn ouders scheiden, en stichtte mijn vader elders een nieuw gezin. Wij kinderen bleven bij mijn moeder wonen en moesten het verder met een krappe alimentatie doen. Opeens waren we arm. Ik vond het niet zo erg om heel vaak stamppot te eten, ik vond het ook niet zo erg dat de kranten en tijdschriften opgezegd werden, of dat we niet op vakantie gingen. Ik vond het wél erg dat mijn moeder langzamerhand steeds tobberiger werd en alleen nog maar over geld kon praten.

Toen ik het huis uitging was de opluchting groot. Als student met alleen een basisbeurs was ik zo mogelijk nog armer dan voorheen, maar al mijn vrienden waren óók arme studenten dus het viel niet zo op. En wat erg fijn was: niemand zeurde over geld. We aten macaroni met tomatensaus of rijst met maggi en knoflook, dronken vieze wijn, gingen liftend op vakantie, en stonden altijd rood, behalve als de studiebeurs nét gestort was. Dat vierden we met nieuwe flessen vieze wijn en patat met pindasaus van de snackbar.

Van de ene op de andere dag rijk

Zo ging dat een jaar of 4 door. Ik begon eigenlijk al te denken dat het normaal was om arm te zijn, en dat ik wel altijd arm zou blijven totdat mijn vriendje een baan vond als correspondent in Moskou. Ik ging mee, als fotograaf. Opeens hadden we geen beurs meer, maar een salaris. Geen hoog salaris hoor. In Nederland zouden we er net van kunnen leven. Maar we zaten in Moskou en daar was westerse valuta ontzettend veel waard. Voor onze guldens kregen we enorme stapels Russische roebels.

Van de ene dag op de andere waren we rijk. Dat wil zeggen, binnen de perken van de Sovjet-Unie in 1991, maar voor ons was dat fabelachtig rijk. We konden zoveel kaviaar, wodka en Sovjetchampagne kopen als we wilden. Ik kocht een prachtige bontjas van poolvos tegen de Russische kou. We hadden een huishoudster in dienst, wij, een huishoudster! We gaven grote feesten, vlogen naar alle uithoeken van de Sovjetunie, huurden een buitenhuis, namen onze arme Russische vrienden mee op vakantie en kochten spullen voor hen die ze nodig hadden… het kón niet op.

Het was verbijsterend en heerlijk om na jaren van armoe niet meer op geld te hoeven letten. Arm ben ik daarna trouwens nooit meer geworden, en daar ben ik nog steeds elke dag blij om.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden