null Beeld

Sylvia Witteman: “Zoals veel slimme kinderen had ik nooit geleerd ergens mijn best voor te doen”

Sylvia Witteman (53) is getrouwd, heeft een dochter (21), 
twee zoons (18 en 15) en katten Lola en Siepie. Deze week vindt ze het zielig dat haar kinderen na de vakantie weer naar school moeten.

Als kind vond ik het elk jaar verschrikkelijk dat de school weer begon. Ik was een voorlijke leerling, iets wat indertijd nog niet als een uitdaging voor de school werd beschouwd maar als ‘lekker makkelijk’ voor het kind in kwestie. Dat ‘lekker makkelijk’ kwam in mijn geval neer op dodelijke verveling, afgewisseld met wijsneuzige opmerkingen die me bij mijn klasgenoten nog impopulairder maakten dan ik al was. Ze noemden me in het gunstigste geval ‘de professor’ en in het ongunstigste geval ‘stomme brillenjood’.

Het was dus geen wonder dat het hoofd der school mijn ouders in de toenmalige zesde klas (nu groep acht) de raad gaf mij naar het gymnasium te sturen. Mijn ouders gingen akkoord. Niet omdat ze verwachtten of zelfs maar hoopten dat ik ooit aan een universiteit zou gaan studeren; zoiets was onzin voor een meisje, vond mijn vader, want al te veel geleerdheid maakte een vrouw onaantrekkelijk. Maar een beetje Grieks en Latijn kon geen kwaad, oordeelde hij.

Toen ik er eenmaal zat was het met die voorlijkheid gauw afgelopen. Zoals veel slimme kinderen had ik nooit geleerd ergens mijn best voor te doen, en dode talen komen je nu eenmaal niet aanwaaien, evenmin als algebra. In de eerste klas bleef ik net niet zitten, maar ik kreeg wel een ‘taak’ mee voor wiskunde, mijn slechtste vak. Die zomervakantie kreeg ik elke week bijles van de betreffende leraar in een veel te warm kamertje waar zijn zweetlucht te snijden was en hij maar blééf zuchten om mijn onbegrip. Ik weet nóg hoe opgelucht ik telkens was als ik weer naar buiten mocht, met een volle week vrijheid in het vooruitzicht.

Aan die bijlessen kwam een eind, en daarmee ook aan die heerlijke vrijheid. De school begon weer, met bijkomende gruwelen als het kaften van boeken en het ophalen van roosters. Dan zag je je klasgenoten terug, en ook dat was geen onverdeeld genoegen: kinderen kunnen op die leeftijd nog enorm veranderen in één zomer, van zachtaardig jochie in ruwe puber met zware stem, bijvoorbeeld. Of van vrolijk giechelmeisje in vroegrijpe vamp met harde ogen. Ik zag het met lede ogen aan. Bij mij wilde het niet vlotten met die puberteit en ik kon eigenlijk niet geloven dat het ooit nog zou gebeuren. Nou ja, het gebeurde natuurlijk tóch, met funeste effecten op mijn toch al zwakke schoolprestaties. In de tweede bleef ik zitten. Met lood in mijn schoenen ging ik na de vakantie weer naar school. De tweede keer haalde ik het nét, maar in de derde bleef ik wéér zitten. Ik voel de walging nóg. Van school, van mezelf, van het hele leven.

Elk jaar aan het eind van de zomervakantie denk ik daaraan terug en voel een schroeiend medelijden jegens mijn kinderen. “Vinden jullie het niet jammer dat de vakantie bijna voorbij is?”, vroeg ik ze gisteren benauwd. “Nee hoor, we hebben eigenlijk wel weer zin in school”, verklaarden ze opgewekt. Wat heerlijk voor ze, dat ze zo ontzettend weinig op hun moeder lijken.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden