null Beeld Getty Images
Beeld Getty Images

Tessel: “Ik heb geen energie meer voor jóu, Robert”

Nadat Robert uit de psychiatrische kliniek was ontslagen, had hij zijn huis halsoverkop verkocht en verhuisde hij naar een huurhuis in Amsterdam. Zijn manische kanten waren verdwenen, die hadden plaatsgemaakt voor een sombere gemoedstoestand.

Dat alles was acht jaar geleden. Al met al had mijn rollercoasteraffaire met Robert een jaar geduurd - van onze allereerste gekmakende, hals-over-de-kop verliefdheid en onze gestolen vakantie samen aan zee, tot aan de depressie, de manische periodes en de opnames op de psychiatrische afdelingen van twee ziekenhuizen én de periode daarna.

Verhuisdozen

Hij had niet lang gewoond op die deprimerende donkere etage aan die drukke straat. Hij was zo vastberaden er niet te blijven dat hij nooit de dozen had uitgepakt. Binnen een maand had hij een beter huis gevonden en leek het wat beter te gaan. Met kleine stapjes krabbelde hij overeind, met behulp van de medicijnen en de psychiater die hem stevig aan de teugels hield. Maar er bleef iets futloos en vermoeids aan hem kleven.

Nog een paar maanden had ik gesjord aan iets wat op een liefdesrelatie moest lijken. Eerst vastberaden, toen wanhopig, vervolgens moedeloos. Aan het einde was ik vooral gekrenkt en boos.

Energie

Robert trok zich weinig van mijn stemmingen aan. De medicijnen maakte hem moe en hij sliep minstens dertien uur per nacht. Overdag moest hij zijn leven op poten zetten en dat zoog alle energie uit hem weg. Wat mij de das omdeed was dat ik geen onderdeel van zijn leven leek te mogen worden. Zijn kinderen en vrienden kenden me inmiddels, maar Robert hield me van ze weg.

‘Ze mogen toch wel weten dat je een relatie hebt?’ zei ik nadat hij me had opgebeld om te zeggen dat ik niet het weekend kon komen omdat hij had afgesproken met de zonen. Spottend zei hij: ‘Wat moet ik dan tegen ze zeggen: Jongens, luister, jullie vader heeft een vriendin?'

Lusteloos

Dat was de druppel. Op een dinsdagavond, toen Juul en Doris bij hun vader waren, reed ik naar hem toe. Ik had mijn komst met een appje aangekondigd, zonder te vragen of het uitkwam. Robert verdween naar de keuken om thee te zetten. Ik bleef in de kamer staan en keek om me heen. De kamer leek niet ingewoond. De meubels pasten niet goed, een plafonnière verspreidde vreugdeloos licht en de tafel zat onder de vlekken. Een lusteloos huis, dacht ik. Net als zijn bewoner.

Toen we met onze thee op de bank zaten, vertelde ik het hem, mijn stem laag van ingehouden woede. ‘Jij doet naar de buitenwacht alsof wij geen relatie hebben. Zo voelt dat blijkbaar voor jou. Nou, ik heb besloten mezelf niet nog langer belachelijk maken. Dus, inderdaad, we kunnen beter uit elkaar. Voor zover we ooit bij elkaar zijn geweest.’ Mijn lippen trilden, mijn kaken deden pijn. Ik huilde niet toen ik mijn thee neerzette, mijn jas die naast me op de bank lag aantrok, en hem een zoen op zijn wang gaf.

‘Dag, we spreken elkaar vast wel weer een keer.’ Robert had al die tijd niets gezegd. Nu stond hij op en zei verongelijkt: ‘Sorry, maar ik heb momenteel niet de energie voor dit soort gedoe.’

Borrel

‘Ik heb geen energie meer voor jou’, zei ik. ‘Ik geef al een jáár al mijn energie aan jou. Dat vond ik heel lang niet erg, want ik houd veel van je. Maar de liefde moet wel wederkerig zijn. Nu ga ik weer eens aan mijn kinderen denken. En aan mezelf.’ Ik pakte mijn tas en liep de deur uit. In de auto voelde ik voorzichtig aan mijn kaken die aan elkaar geschroefd leken. Ik belde Saskia. ‘Ik wil even bij je uithuilen en een enorme borrel bij je drinken. Mag dat?’

Die avond waren Saskia en ik de stad ingelopen. In een groot rumoerig café hadden we gin-tonics gedronken en had ik haar het hele verhaal in haar oor geschreeuwd. Saskia had zo’n beetje geknikt, ik kreeg niet de indruk dat ze me verstond, maar het maakte niet uit. We hadden zelfs nog gedanst op jarenzeventighitjes. Ik had keihard meegezongen met I Will Survive van Gloria Gaynor, terwijl ik mijn armen in de lucht gooide en mijn vuisten balde.

De mensen hadden gekeken naar die twee vrouwen op een doodgewone dinsdagavond dronken waren geworden en lawaai hadden gemaakt. Het kon me niet schelen. Het leek alsof ik uit nare droom was ontwaakt, en op een vreemde manier voelde ik me gelukkig, bevrijd, en op de drempel van een nieuw hoofdstuk in mijn leven.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden