null Beeld

Tessel: “Ik voelde me meer zijn bezorgde en redderende zus dan zijn vriendin”

Twee weken later kreeg Robert opeens te horen dat hij binnen een paar dagen zou worden ontslagen. Hij was inmiddels overgeplaatst naar de open afdeling binnen de psychiatrische afdeling, de psychiater was tevreden. En er moest plaats worden gemaakt, de wachtlijst was lang.

Dat zinde me niet. Zijn manische kanten waren weliswaar verdwenen door een aanpassing van de medicijnen, maar nu was Robert weer wat somber en in zichzelf gekeerd. Ik vond hem allerminst in balans. Ergens in de voorbije chaotische maanden had hij, in een vlaag van waanzin, zijn huis verkocht ‘omdat die als een molensteen om zijn nek hing’. Ik had het hem nog uit zijn hoofd proberen te praten, maar hij had al mijn bezwaren weggewuifd. Te hoge lasten, te weinig vrijheid. In zijn blik zag ik ook de herinnering schemeren aan de duistere tijd vóór zijn opname. Ik vermoedde dat zijn appartement besmet was geraakt, te veel associaties met de depressie die vorig najaar zo hard had toegeslagen.

Appartement

Maar een mens moet toch wonen?, had ik tegengeworpen.

Dat kwam helemaal goed, had hij me verzekerd. Hij had gezien hoe bouwvakkers een huizenblok aan het opknappen waren in een mooie laan met bomen in de buurt van Artis. Dáár wilde hij wonen, en dat idee had hij niet meer losgelaten. Maar natuurlijk was het hem niet gelukt om een van die woningen te bemachtigen, die waren allang verhuurd of verkocht. En nu moest er halsoverkop een ander huurhuis worden gevonden – tot overmaat van ramp zou hij de dag dat hij werd ontslagen uit het ziekenhuis ook verhuizen uit zijn appartement.

Astrid, mijn therapeut, drukte me op het hart: ‘Niet hem in huis nemen, Tessel, hoe hoog de nood ook is.’ Ze had me streng aangekeken. ‘Denk erom, niet de reddende engel uithangen. Dat is desastreus voor jou en de kinderen. En trouwens, ook voor je relatie met Robert.’

Overspel

Gelukkig was er geen haar op mijn hoofd die daaraan dacht. Ik vroeg me af of ik überhaupt nog een relatie met Robert had. Seks hadden we in geen weken gehad, de laatste keer was in Rotterdam geweest, in Hotel New York. Ik was vreemdgegaan met Wim, en op een of andere manier voelde dat niet als overspel. Wim had me even uit de beklemming gehaald, die dag in de sauna en die nacht daarna bij mij thuis. Ik voelde me niet schuldig, realiseerde ik me. Integendeel zelfs, dat heerlijke uitstapje was een beloning die ik hard had verdiend. Robert had op momenteel niets erotiserends. Ik voelde me meer zijn bezorgde en redderende zus dan zijn vriendin. Zou hij mij nog zien als zijn geliefde?

Huurhuis

Drie dagen voordat Robert werd ontslagen, wist hij via een vriend die wat aanrommelde in vastgoed, een huurhuis te regelen. Voor een te hoge huur, aan een te drukke straat, maar dat deed er even niet toe. Guus en Roberts zonen zouden de verhuizing regelen, en Robert zou rechtstreeks van de kliniek naar zijn nieuwe huis gaan. Ik zou hem helpen met uitpakken en inrichten.

Astrid had haar hoofd geschud toen ze het plan hoorde. Veel te veel stress en onrust voor iemand die net uit het gekkenhuis komt, zei ze. Maar Guus, de jongens en ik hadden niks beters kunnen verzinnen. We zeiden het niet tegen elkaar, maar duidelijk was dat niemand van ons zin had om hem een tijdje in huis te nemen.

Verhuizing

De dag van de verhuizing nam Robert een taxi naar zijn nieuwe huis. Ik was wat eerder weggegaan van mijn werk en trof hem om een uur of vier ’s middags alleen aan. Lamgeslagen zat hij op zijn bank te midden van de dozen en het andere meubilair dat de verhuizers lukraak in de kamer hadden gezet. Ik inspecteerde de etage: een smalle, lange, scheeflopende pijpenla. Weliswaar net gerenoveerd – de plakkers zaten nog op de IKEA-keuken en op de tegels in de badkamer – maar zonder karakter met zijn kille witgestucte muren en grijshouten vloer. Ik dacht aan zijn zonnige appartement aan het plein dat hij in een vlaag van waanzin van de hand had gedaan.

‘Gelukkig heb je een mooi balkon’, zei ik. ‘Op het oosten. Dat betekent dat je ’s morgens met de zon wakker wordt.’ Ik sloeg mijn armen op hem heen en zoende hem op zijn kale kop. Hij rook naar desinfecterende zeep en zweet. Ik vroeg me af of Yolande, het anorectische meisje, en de man die alles van Amsterdam wist, daar aan de andere kant van de stad, hem nu zouden missen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden