null Beeld

PREMIUM

Tessel over Robert: “Ik ben bang dat hij supermanisch is”

We zaten net aan onze oesters toen ik Robert binnen zag komen. Ik zwaaide. Toen hij me zag stak hij beide armen in de lucht. Zijn jas hing open en met fladderende panden stevende hij dwars door het grote restaurant naar onze tafel.

‘Dag vriendinnen van Tessel’, riep hij en gaf iedereen een hand. Mij zoende hij vluchtig naast mijn mond. ‘Ik zal jullie niet lang storen, maar ik moet even een cadeautje afgeven.’

Uit een verfomfaaide plastic zak haalde hij een slordig ingepakt boek. Hij smeet het op tafel. ‘Pak het thuis maar uit.’

Jet schoof een stoel bij. ‘Ga zitten, Robert. Drink je een glas mee?’

Robert schoof tussen Jet en Mieke en wenkte de ober. ‘Eén glas. Ik blijf niet lang, mijn chauffeur staat op de stoep met draaiende motor.’

‘Laat je een taxi wachten? Je bent gek, Robert, dat kost klauwen met geld’ zei ik.

‘Welnee, ik heb een voortreffelijke deal met hem.’

Ik zag dat het zweet op zijn voorhoofd parelde, zijn ogen schoten heen en weer tussen Jet, Mieke en Ingrid. Mijn blik ontweek hij. Het glas rode wijn dat hij had besteld dronk hij gulzig met een paar slokken leeg. Intussen stelde hij de ene vraag na de andere aan de meiden, de antwoorden wachtte hij ternauwernood af. Al snel bleek dat hij Jets vader kende uit een ver verleden. ‘Geestige man’, zei Robert. ‘Goed in zijn vak. Goed ook met vrouwen.’

Hij lachte de onnatuurlijk schelle lach die ik de laatste weken verontrustend vaak had gehoord.

Ik zag dat Jet verbleekte en daarna dieprood kleurde. Ze kneep haar vingers om haar servet.

‘Ongelooflijk charmante man. Hij wond ze allemaal om zijn vingers. Geen wonder dat hij de ene affaire na de andere had.’

Onder tafel trapte ik hem. Verstoord keek hij me aan.

Ik maakte een gebaar dat hij zijn kop moest houden.

Jet zei nog steeds niets. Toen gooide ze haar servet op tafel en liep naar de wc.

‘Stomkop’, zei ik woedend. ‘Zulke dingen gooi je niet zomaar eruit.’

‘Wist ze dat dan niet?’, vroeg Robert. Even was hij al zijn flair kwijt, maar hij herpakte zich snel.

‘Ik ga er weer vandoor. Ik trakteer jullie nog op iets lekkers.’ Hij nam afscheid van Mieke, Ingrid en mij met een zwierige handkus. Jet was nog steeds op de wc. Even later zag ik hem met de ober praten. Ze verdwenen samen door een deur achter de bar.

Jet schoof weer aan tafel. Ze had haar lippen perfect rozerood gestift, maar aan haar ogen kon ik zien dat ze nog steeds van streek was.

‘Sorry Jet’, zei ik. ‘Robert is zichzelf niet. Ik ben bang dat hij supermanisch is. Hij kraamt een hoop onzin uit.’

Uit mijn ooghoeken zag ik Robert weer de deur achter de bar uitkomen. Hij liep gehaast naar de uitgang, zonder om te kijken.

Even later kwam de ober naar onze tafel. ‘Deze wijn wil meneer jullie aanbieden’, zei hij. ‘Het is de beste fles die we in huis hebben.’ Ik wierp een blik op het etiket. Het zag er duur uit.

‘We willen hem niet’, zei Jet scherp. ‘Neemt u die wijn maar weer mee.’

Tijdens de salade Niçoise en de frieten vertelde ik de meisjes het hele verhaal. Hoe na een verrukkelijke zomer waarin we stikverliefd waren geweest Robert in een depressie was gegleden, zo diep en heftig dat hij moest worden opgenomen. Ik vertelde over Constance, de vriendin die hij al jaren bleek te hebben en over wie hij mij niks had verteld. Over hoe sinds hij was ontslagen uit de psychiatrische kliniek als een dolleman door het land toerde in een taxi en met geld smeet. Dat hij volstrekt onberekenbaar was in zijn afspraken en iedereen afblafte die hem probeerde af te remmen. Ik vertelde ook over mijn gesprek met Astrid, mijn therapeut, en dat ik sindsdien een beetje afstand van hem hield.

‘Hij is volstrekt mateloos. Die opmerking over je vader – die was natuurlijk schaamteloos. En waarschijnlijk uit zijn duim gezogen.’

Jet keek verslagen. Ze schonk zichzelf nog eens in. ‘Mijn arme moedertje’, zei ze toen.

Ingrid legde haar hand op die van Jet. Mieke streelde haar over haar arm.

Het hoeft niet waar te zijn, hè Jet,’ zei ik. ‘Robert is momenteel knettergek.’

Ze schudde haar hoofd. Langzaam zag ik barstje verschijnen in die perfecte façade waarachter Jet zich altijd had verscholen. ‘Ik ben bang dat het waar is. Ik heb altijd een vaag vermoeden gehad, maar bij ons thuis… Er werd nooit ergens over gesproken. Alles werd gladgestreken. Maar ik wist … Mijn moeder… Ze zei nooit iets, maar vaak kwam ze met rode ogen beneden. Die verraadden haar.’

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden