null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Tessel Tindert: “Aan het begin van onze affaire dacht ik nog dat dit een gewone relatie zou worden”

Thuis van een paar heerlijke dagen Frankrijk ligt een berg werk op Tessel te wachten. Al is het september, de zon schijnt nog uitbundig alsof het zomer is en het kost haar moeite om zich te concentreren.

Het liefst zou ik er meteen weer vandoor gaan, ergens naartoe waar de zee is - ik heb enorm veel behoefte aan zwemmen in zee. Terwijl ik mijn laptop opstart, kijk ik naar de grote kastanjeboom voor het raam met zijn verkreukelde bruingele bladeren die net als elk jaar rond deze tijd zijn vruchten laat vallen. Glanzende, warmbruine kastanjes, die ik elk jaar weer van de straat raap, die ik koester in mijn hand en die ik in mijn zakken stop en op een schaal op mijn tafel leg. Kastanjes brengen geluk, zeggen ze, en geluk wil ik - veel en overvloedig.

Ik realiseer me dat ik die dagen in Frankrijk met Robert domweg gelukkig was, ook al regende het af en toe en kibbelden we soms, zoals elk stel doet dat samen een paar dagen weg is. Op de terugweg hadden we ons reisje geanalyseerd en het eensgezind een 9-min gegeven. Ik vind het stom van mezelf maar ik vind het heerlijk om even deel van een stel te zijn, al is het maar voor vier dagen. Mijn gevoel voor Robert heb ik op een gegeven moment ergens in die afgelopen acht jaar veilig heb opgeborgen. In een laatje dat ik af en toe opentrek - voor een avond, een nacht, een dag of een week.

In het begin van onze affaire, toen in dat hotel in Deauville, dacht ik nog dat het een gewone relatie zou worden. Zo eentje waarbij je in de loop van de tijd elkaars kinderen en familie en vrienden zou ontmoeten, waarbij je misschien wel op den duur zou gaan samenwonen en/of trouwen, waarbij de hevige verliefdheid zou verglijden in liefde. Ik verheugde me enorm op een leven samen met deze man waar de energie en levenslust vanaf spatte. Ik zou mijn treurige scheiding achter me laten en weer gelukkig worden - voor zover een mens altijd gelukkig kan zijn. Geluk zit in momenten, in een flard leven: een kind dat je tegemoet komt hollen, op een schoolplein, een onverwachte kus in je hals, de geur van september, zwemmen in een kalme zee. Een kastanje in de zak van je jas.

Na die week in Normandië, acht jaar geleden, was Robert naar Zuid-Frankrijk vertrokken voor een paar weken met zijn kinderen en ging ik met mijn dochters zeilen in Turkije. We appten en we mailden en in gestolen momenten, als de kinderen niet in de buurt waren, belden we met elkaar. We verlangen naar het moment dat we elkaar weer zouden zien. Tegelijk was er geen haast, want dat verlangen en het hunkeren en het weten dat de ander óók verlangde en hunkerde, was al geluk.

Toch was er onmiskenbaar iets veranderd toen we elkaar weer zagen. Juli was in augustus gegleden, de bladeren aan de kastanjeboom hadden hun frisheid verloren en kleurden geel. De bolsters groeiden uit tot grote bleekgroene vruchten. Als ik ’s ochtends langs het park fietste, rook ik de naderende herfst. Ook Robert veranderde. Er sloop vermoeidheid in zijn oogopslag, als we op het strand liepen keek hij niet om zich heen maar naar beneden, naar het zand waardoor zijn voeten sloften. Hij zag op tegen tegen het begin van het werkseizoen, zei hij, tegen al het werk dat eraan kwam, tegen de presentatie die hij eind oktober voor een groot publiek moest houden en waarvoor hij nog veel moest lezen en schrijven. De weken gingen voorbij, er kwam steeds minder uit zijn handen. Zijn tred vertraagde. Zijn blik vertroebelde, hij ontweek mijn ogen. Steeds vaker zegde hij een afspraak af omdat hij te moe was. Aan zijn presentatie werkte hij niet. Als ik hem aanbood hem te helpen, wimpelde hij me af.

Op een ochtend, toen ik bij hem langskwam voor een kop koffie, lag hij op de grond. Ik keek naar die man die languit op het kleed lag, zijn armen en benen gespreid. Hij staarde naar een barst in het plafond. ‘Ik ben kapot’, zei hij moedeloos. Ik ga die presentatie afzeggen, ik kan het niet. En jij kunt beter naar huis gaan, want aan mij heb je helemaal niks.’

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden