null Beeld

PREMIUM

Tessel Tindert: “Deze man is verliefd aan het worden”

Bij de ingang van het Beatrixpark zie ik David al staan. Hij roept gebiedend naar een hond die er snel vandoor gaat en vervolgens weer gehoorzaam naar hem toe holt. Ik zie dat hij me ziet, maar hij reageert niet. Weer die wat norse, borende blik. Tot mijn verrassing merk ik dat ik wat zenuwachtig ben.

Op gepaste afstand lopen we naast elkaar door het park. Hij vertelt over zijn hond, die al maanden bij zijn zus in België logeert, maar die hij vlak voor de lockdown naar Nederland heeft gehaald. ‘Wel zo gezellig’, zegt hij, ‘nu we thuiszitten en we hooguit een wandelingetje kunnen maken.’ En dan begint hij een uitgebreid verhaal over de honden die hij heeft gehad, hoe goed hij is in het opvoeden ervan, en dat zijn zus er niks van bakt.

Na een kwartiertje zeg ik: ‘Nu doe je het weer.’

‘Wat doe ik alweer?’, vraagt hij.

‘Je lult me weer de oren van de kop. Je hoeft me niet te vermaken met anekdotes.’

Hij loopt rood aan, ik zie dat hij zich moet beheersen.

‘Mag ik dan niks meer zeggen’, roept hij giftig.

Voor we het park hebben kunnen ronden, hebben we onze eerste aanvaring achter de rug en hebben we het ook weer bijgelegd. Maar ik merk dat we beiden op onze hoede zijn en de sfeer wat ongemakkelijk is. Ik vertel wat over mijn werk en hij stelt zowaar enkele vragen. We praten over onze dating-ervaringen. David is sinds 3 jaar weduwnaar. Na de dood van zijn vrouw ging hij meteen als een dolle daten om zijn verdriet en zijn rouw te ontlopen, maar dat ging natuurlijk mis. Hij zocht hulp bij een rouwcoach. ‘Zij heeft me geleerd dat ik de tijd moet nemen. En dat ik niet op zoek moet gaan naar een vervanger, maar naar een opvolgster. Die opmerking kwam binnen. Zo verhelderend.’

Als we na een uurtje weer bij de ingang staan, zeg ik: ‘Ik heb nog nooit zo’n vreemde date gehad. We kibbelen te veel. Ik weet niet of ik daar zo zin in heb.’

‘Maar we vinden elkaar ook leuk’, zegt hij koppig, ‘We dagen elkaar uit. Jij vindt mij interessant, en ik vind jou interessant. Je geeft me weerwoord, Je kunt me aan, net zoals mijn vrouw mij aankon. Dat heb ik nodig.’

‘We zullen zien’, zeg ik wat zuinig. ‘Bij ons vroeger thuis werd er zoveel ruzie gemaakt, dat ik er allergisch voor ben geworden.’

‘Maar dit is geen ruzie!’, roept hij. ’We raken een onderstroom bij elkaar, dáárom kibbelen we zoveel. ik zie ons samen al kissebissend tachtig worden. Leuk, toch?’

Als hij me wil zoenen, weer ik hem af. ‘1,5 meter, weet je nog? En vorige week was ik nog bij een coronapatiënt in huis.’

‘Kan me niet schelen’, zegt hij, ‘Ik wil je voelen.’ Ik kan hem nog net ontwijken en spring op mijn fiets.

Onderweg naar huis bedenk ik me dat er een verschil is tussen datende weduwnaars en datende gescheiden mannen. De eerste categorie is niet cynisch, niet op hun hoede, niet terughoudend in de liefde. In ieder geval is deze David dat voor geen meter. Je kunt merken dat hij weinig teleurgesteld is in de liefde en er vol voor wil gaan. Ik proef ook zijn eenzaamheid. Dit is geen man die alleen kan zijn of die al vlinderend zijn single bestaan ten volle wil benutten. Al eerder vertelde hij me dat hij onenightstands haat en er alleen maar verdrietig van wordt.

’s Avonds bestookt hij me met appjes.

Ik zou nu naast je willen liggen.

Je vast willen houden.

Ik weet niet goed wat ik moet antwoorden. Deze man is verliefd aan het worden, en ik ben dat niet. Nog niet, in ieder geval. Maar dat ik hem intrigerend vind en ook best aantrekkelijk, is duidelijk. Anders had ik hem al lang geloodst.

Dan duikt er in de stroom van Davids appjes een ander berichtje op, een berichtje dat me wél raakt in mijn onderbuik. Een berichtje van Pieter.

I want to break free.

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden