null Beeld

Tessel Tindert: “Je moet me geloven Tessel, ik bedrieg je niet, alles wat ik je heb verteld is waar”

Tessel heeft met David afgesproken. Ze is van plan om hem vanavond eens flink de waarheid te vertellen.

Die avond trek ik de spijkerbroek aan waarvan David altijd zegt dat die me sexy staat. Ik stift mijn lippen bloedrood en doe mijn ketting om van Hans Appenzeller, een sieradenontwerper uit de stad. Die ketting is niet helemaal mijn smaak, te modern, te hard, maar ik heb hem ooit van mijn ex gekregen en hij is me dierbaar. Ik weet dat David - sorry, ik krijg nog steeds niet Taco uit mijn strot - vaak sieraden van Appenzeller aan zijn Marloes heeft gegeven. Hij heeft er weleens op gezinspeeld dat ze me mooi zouden staan. Nou, ik hoef zijn sieraden niet, ik zorg wel voor mijn eigen schmuck.

Stipt om 6 uur belt hij aan. Ik loods hem naar het balkon en schenk een glas witte wijn voor ons beiden in in de keuken. Als ik terugkom zit hij sip te staren naar de binnentuin. Van andere balkons klinken kinderstemmen. Een ekster krast hoog in een boom.

’Gaat het wel goed met je?’, vraag ik.

Hij zucht en zegt dat hij zware dagen achter de rug heeft. Mijn hart bonkt in mijn keel. Heeft hij door dat ik doorheb dat hij…? Dan vertelt hij dat hem iets dwarszit. Dat hij op het punt staat zich uit te leveren aan me, dat hij voor het eerst sinds hij aan het daten is, echt echt verliefd is.’ Hij kijkt me aan met een gekwelde blik. ‘Maar die getrouwde vent van jou zit me dwars, Tessel.’

Ik heb hem een paar weken geleden verteld van mijn gebonden man. Dat ik al een jaar in zijn ban ben, dat ik weet dat het een heilloze weg is en dat ik vurig hoop onder zijn betovering vandaan te kunnen kruipen.

Ik ben even in de war. Gaan we het nou over Pieter hebben? Dat was niet de bedoeling.

‘Ik merkte een aarzeling bij je toen ik vroeg of je nog verliefd op hem was. Wat doe jij als hij op een dag op je stoep staat? Kies je dan voor hem? Dat trek ik echt niet. Dan ben ik liever nu al weg.’

Ondanks mezelf moet ik een beetje lachen. ‘Dat gaat echt niet gebeuren, hij gaat niet weg bij zijn vrouw. En vind je het niet wat voorbarig om je daar nu al zorgen over te maken? Ik kan gewoon niet zo goed liegen. Mijn kinderen zeggen dat ook altijd, dat ze me onmiddellijk doorhebben als ik een leugentje vertel. Dus ja, toen jij me vroeg of ik nog iets voor hem voelde, kon ik niet helemaal veinzen dat hij me koud laat.’

Ik laat een stilte vallen. Dan haal ik diep adem, kijk hem aan en zeg: ‘Maar ik geloof dat jij wel goed kunt liegen, is het niet? Moet je mij niet iets vertellen? Moet je mij niet vertellen wie je werkelijk bent?’

Op dat moment lijkt het alsof er een laag van hem wordt afgepeld. Wat overblijft is een weerloze man met berustende ogen. ‘Op dit moment ben ik al weken aan het wachten’, zegt hij. ‘Bij elke appje van je denk ik: nu gaat ze me vertellen dat ze het weet.’

‘Waarom heb je me niet verteld wie je bent? Waarom ben je me al maanden aan het liegen en bedriegen?’

Smekend zegt hij: ’Je moet me geloven Tessel, ik bedrieg je niet, alles wat ik jou heb verteld is waar. Over Marloes, over de kinderen, over mijn gevoelens voor jou, over mijn leven…’

‘En dat werk dan? Je bent een bedrieger, David. Of nee, Taco moet ik zeggen.’ Vol walging kijk ik hem aan. Mijn bravoure zakt als een plumpudding in elkaar en ik zou het liefst heel hard janken. Maar dat gun ik hem niet. ‘Hoe denk je dat ik me voel? Waarom heb je niet eerder verteld wie je was? Mensen liegen wel vaker op Tinder, over hun naam, over hun leeftijd. Maar als het serieus wordt, vertel je de waarheid, dat zijn de rules. Waarom heb je dat niet gedaan?’

Radeloos kijkt hij me aan. ‘Ik miste het momentum, en toen durfde ik niet meer. Vanaf de dag dat ik merkte dat het menens aan het worden was tussen ons, dacht ik: als ik het vertel, ben ik haar kwijt. En als ik het haar niet vertel, ben ik haar óók kwijt. Maar echt, je moet niet alles geloven wat er op het internet staat. Die man die die site heeft gemaakt, waarin hij waarschuwt dat ik een oplichter ben, is boos omdat er een zakendeal is mislukt. Hij vindt dat ik hem zijn inleg moet teruggeven. Ik vond: dat is all in the game. Maar ik ben met hem in onderhandeling, ik wil dat hij die site verwijdert en ik zal hem zijn geld teruggeven. Zolang die site te vinden is, heb ik geen leven.’

‘En er zijn talloze momenten geweest waarop je mij dit had kunnen vertellen’, zeg ik kil. ‘En er staat wel meer over jou op het internet. Dat je een greep in de kas hebt gedaan, dat je talloze mensen hebt bedrogen. Je bent gewoon een ordinaire oplichter, Taco. Wat ik niet snap is dat je mij als slachtoffer hebt uitgekozen. Ten eerste ben ik niet rijk. Ten tweede wéét je dat ik het raar vond dat ik je niet kon vinden op internet. Je had op je vingers na kunnen tellen dat ik verder zou gaan zoeken.’

Dan gaat de bel. Even later hoor ik stappen op de trap. Doris.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden