null Beeld

Tessel Tindert: “Opeens verlang ik naar een warm mannenlichaam”

Ik fiets door een zonovergoten stad. Het is wonderlijk stil op straat. Bijna geen auto’s, wat fietsers, enkele voetgangers die met een grote boog om elkaar heen lopen. Bij de bakker staat buiten een lange rij.

Bij nader inzien blijkt de rij helemaal niet lang, alleen staat iedereen 1,5 meter uit elkaar. Binnen worden maar 2 klanten tegelijk geholpen door de winkeldames die achter plexiglazen schotten staan. Iedereen doet alsof dit allemaal doodgewoon is. Als ik even later een groep opgeschoten jongens op een pleintje passeer, roept een grapjas tegen me: ‘Wel 1,5 meter afstand houden, hè!’ Hij slaat zijn arm om de schouders van zijn vriend, pakt de joint die hem wordt aangereikt en kijkt me triomfantelijk aan. Van Rutte zou ik de knullen nu vermanend moeten toespreken, maar ik zie er lafjes vanaf.

Even later arriveer ik bij Vos zijn huis. Terwijl hij koffiezet, installeer ik me in een hoekje van de houten bank voor zijn huis. Even later komt hij met een blaadje met 2 kopjes koffie naar buiten en gaat hij in het andere hoekje zitten. "Gevulde koek van Hartog?" vraag ik. We koesteren ons in de zon, een krappe 1,5 meter tussen ons in. Vos vertelt dat al zijn opdrachten - hij geeft innovatieadviezen aan bedrijven - in 1 klap zijn weggevallen. We hebben het - hoe kan het anders - over corona, over alles wat we in de krant lezen en op tv horen.

"Weet je wat raar is", zegt Vos. "Er zijn nu vrouwen die me appen dat ze zin hebben om te neuken. Willen die dood of zo?" Ik denk aan de jongens op het pleintje. Ik begrijp best dat voor hen ziekte en dood oneindig abstracte begrippen zijn. Dat zijn ze voor mij eigenlijk ook, ook al ben ik 3 keer zo oud als zij. Ik snap ook die vrouwen die nu met Vos willen vrijen, ik herken dat bijna onverschillige gevoel voor je eigen lot: wat kan mij eigenlijk gebeuren? Daar komt nog bij dat de huidhonger, die bij singles toch altijd al sluimerend aanwezig is, groeit naarmate we langer binnen zitten en niemand mogen aanraken. Opeens verlang ik naar een warm mannenlichaam dat zich beschermend om me heen vouwt.

Ik denk aan Pieter; hoe zal het hem vergaan nu hij met zijn vrouw en dochter in thuisquarantaine zit? Gisterenavond hebben we even met elkaar geappt. Hij stuurde me een kus en wenste me sterkte. Hij zei dat deze situatie hem bij het essentiële bracht, dat wat wérkelijk belangrijk is. Ik durfde niet door te vragen, schreef een zinnetje dat ik begreep wat hij bedoelde, dat ik meer hield van mijn dierbaren dan ooit.

Zouden Pieter en zijn vrouw, nu ze 24/7 op elkaars lip zitten in dat riante huis, elkaar de koppen inslaan? Of zouden ze het vrolijke advies opvolgen dat ik las in een artikel in de krant: om je relatie goed te houden zou je een maand lang elke dag sex moeten hebben met je vaste partner. En dan ook élke dag, zoals je deed toen je elkaar net kende.

Ik weet niet goed wat ik hoop. Een doodongelukkige, opgesloten Pieter die nadat alles weer normaal is de scheidingspapieren aanvraagt, of een Pieter die zijn vrouw hervindt in tijden van corona. Ik droom weg bij een fantasie waarbij Pieter na deze crisis met zijn koffers bij mij op de stoep staat. Wat zou ik doen? Hem de deur wijzen? Of hem binnenlaten? En dan vervolgens altijd bang zijn dat hij míj zou belazeren?

"Waar denk je aan?", vraagt Vos. "Hallo, luister je wel?" Ik ril, ondanks de zon die warm op mijn gezicht schijnt. "Ja, graag nog een koffietje", zeg ik, "maar de gevulde koeken zijn op."

Beeld: iStock

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden