Tessel Tindert: “Opeens voelde ik hoe ik hem had gemist”

Tessel Beeld Libelle
TesselBeeld Libelle

We lagen samen een uurtje op Roberts bed, dicht tegen elkaar aan. Ik had mijn arm om hem heengeslagen en aaide over zijn vertrouwde buik.

Robert snurkte zachtjes. Hij ruikt anders, dacht ik slaperig, iets chemisch. Waarschijnlijk de medicijnen.

Zachtjes

Toen ik wakker werd, lag hij niet meer naast me. Ik hoorde hem in de badkamer ernaast, de wc werd doorgetrokken. Robert kwam de slaapkamer binnen in zijn boxershort en kroop weer naast me in bed. Hij rook naar tandpasta.

Hij zoende me in mijn hals. “Ben je wakker Tessel?” fluisterde hij. “Ik draaide me naar hem toe. Hij knoopte mijn blouse open, schoof mijn bh omlaag, kuste mijn schouders, mijn borsten. Onder zijn warme lippen werden mijn tepels stijf. Opeens voelde ik hoe ik hem had gemist. Ik trok mijn blouse en broek uit, mijn bh en slipje, schoof zijn boxershort over zijn benen. Zachtjes, alsof we niemand wilden storen, vreeën we. We hadden onze ogen dicht en tastten elkaars lichaam af alsof we elkaar voor de eerste keer streelden. Ik voelde de haartjes op zijn rug, het gladde litteken in zijn lies, zijn stevige billen die in een trage cadans op mij heen en weer bewogen. Buiten hoorde ik kinderen lachen. Een hond blafte. Het duurde lang voordat hij kwam, zijn ontlading diep in me leek eindeloos te duren.

Wandeltocht

Daarna was hij vrolijker en liep hij minder robotachtig door het huis. “Volgens mij heb je vooral sekstherapie nodig, Robert”, plaagde ik, “je ziet er veel beter uit dan vanmorgen. Kom, we gaan een eindje wandelen, ik wil zien in wat voor een dorp je jezelf hebt opgesloten.”

We wandelden door de straten. Voor de huizen stonden hortensia’s en leibomen streng in het gelid. In de verte brulde een bladblazer, een vrouw in een lange rok stond voorovergebogen onkruid te trekken in haar voortuintje. Voor het café zaten vier in lycra gestoken wielrenners op het terras.

Beter worden

Daarna liepen we een eind langs de weilanden achter het huis. De koeien stonden in groepjes langs de sloot, ze keken naar ons met begrijpende ogen. De wind joeg de wolken op en mijn haren door elkaar, ik voelde de beklemming die als een sluier over deze dag had gelegen, wijken. “Je gaat echt beter worden, Robert”, zei ik. “Niet wanhopen. Dit gaat weer over, dat weet jij ook. Nog even en je loopt weer energiek door de stad te paraderen.” Robert zei niks, met gebogen hoofd keek hij naar zijn voeten die over het asfalt liepen.

Thuis dronken we nog een kopje thee en aten het restant van de taart op. Toen stapte ik weer in mijn auto. De hele weg naar huis luisterde ik naar Pergolesi en Piazolla. Ik houd van die man, dacht ik, wat er ook met hem gebeurt, hoe ziek hij ook is, ik zal hem altijd vasthouden. Misschien niet als geliefde, maar wel als vriendin.

Niels ontmoeten

Ik had net de afslag bij Amersfoort genomen toen Julie belde. “Wat doe je vanavond, mam? Vind je het leuk om thee te komen drinken? Niels komt en hij vindt het leuk om jou en Door te ontmoeten.”

Niels, Niels … Had ik Juul al eerder over Niels gehoord? Juul had veel vrienden, maar nooit een speciale, voor zover ik wist. Juul en Doris waren niet erg mededeelzaam over hun liefdesleven. Ik vermoedde dat ze heel wat af rotzooiden op hun studentenkamers, maar de details deelden ze niet met hun moeder.

“Ik kan!” riep ik vrolijk, “gezellig, Juul. Is er iets wat ik over deze Niels moet weten?”

“Kom nou maar gewoon, en stel niet al te lastige vragen, het is gewoon maar een vriendje. Vraag vooral niet wat zijn vader doet. Die zit namelijk in de gevangenis.”

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden