null Beeld

Tessel Tindert: “Opeens zie ik hem zoals hij is: pathetisch, leugenachtig, miezerig”

Een week later fiets ik naar Amsterdam-West, naar de etage van Taco. Ik overviel hem met mijn voorstel bij hem thuis af te spreken, maar weigeren durfde hij niet.

Hij blijkt in een andere straat te wonen dan hij me had verteld - zelfs daarover heeft hij dus gelogen. Ik ben een beetje zenuwachtig, tegelijk ben ik ijzig kalm. Voor de deur schakel ik de dictafoon op mijn telefoon aan - wie weet is het handig om dit gesprek op te nemen - en verberg de telefoon in mijn tasje. Thuis heb ik al uitgeprobeerd of dat werkt. Ik voel me net een detective.

Ik bel aan en prompt gaat de deur open. Ik beklim twee steile trappen, moet dan een deur door, en nog een trap op. Bovenaan staat Taco. Hij is ook nerveus, zie ik, ook al probeert hij ontspannen en joviaal over te komen. Hij neemt mijn jas aan en vraagt of ik zijn dakterras wil zien. ‘Nee’, zeg ik. ‘Ik kom niet voor het dakterras.’ Of ik een glas witte wijn wil? ‘Geef mij maar thee.’

Ik ga zitten aan de houten eettafel en kijk rond. Een flinke kamer met een grote hoekbank, een tv, een eenvoudige open keuken waar Taco nu thee aan het maken is. Op tafel staat een groot portret van Marloes. Ik durf er nauwelijks naar te kijken, maar ik zie uit mijn ooghoeken een goedverzorgde vrouw met een lieve uitstraling. Daarnaast staat nog een fotolijstje, met een foto van Marloes met de twee zonen aan het strand. De jongetjes zijn nog klein. Verder is de kamer ingericht met Ikea-meubels. Geen boeken, geen snuisterijen. Al met al een eenvoudige niks-aan-de-hand-woning met een onpersoonlijke uitstraling. Taco heeft me heeft verteld dat hij zijn spullen heeft opgeslagen en een gemeubileerd huis heeft gehuurd. Die informatie lijkt in ieder geval te kloppen. Waarom heeft hij dit huis me nooit willen laten zien, vraag ik me voor de zoveelste keer af. Hij schaamt zich natuurlijk voor de eenvoud ervan; het is bepaald niet de ‘kapitale villa’ in Zuid waar beslag op is gelegd, volgens de berichten die ik op internet las.

Als we met een kop thee voor ons aan tafel zitten, kijkt hij me afwachtend aan. ‘Wat wil je weten?,’ vraagt hij.‘Waarom heb je gezwegen en gelogen over je verleden?’, vraag ik. ‘Wat heb je te verbergen?’ Hij begint aan een lang relaas. Het komt erop neer dat hij inderdaad fouten heeft gemaakt in het verleden, maar dat dat allemaal te wijten is aan zijn depressies. ‘Dan werd ik lethargisch en liet ik de boel erbij zitten. Kwam ik mijn beloftes niet na en dan werden er mensen boos. Ondertussen verhuisden we naar een groter en mooier huis, en had ik meer geld nodig.’ Hij zwijgt verbitterd. ‘Dat is misschien wel de grootse fout die ik heb gemaakt. We hadden gewoon in ons eerste huis moeten blijven wonen. Onze levensstandaard overzichtelijk moeten houden.’

‘Maar je verdiende toch heel goed als advocaat? Waarom had je altijd meer geld nodig? Waarom die greep in de kas van het advocatenkantoor?’‘Dat deed mijn compagnon. Ik ben zo stom geweest om dat toe te dekken, en heb dat bedrag uit eigen zak terug betaald. Daardoor dacht iedereen dat ik samen met hem die kas had leeggehaald.’ Hij zwijgt even. ‘Nogmaals, ik heb fouten gemaakt, maat ik vind ook dat ik vaak in het leven onheus ben bejegend.’ Hij kijkt verongelijkt. Het duizelt me allemaal. Ik drink mijn thee en laat zijn verdediging en zelfbeklag op me inwerken. Een grote vermoeidheid overvalt me. Wil ik dit allemaal wel weten? Wil ik deze kluwen van leugens en halve en hele waarheden ontwarren?

‘Het klinkt als het verhaal van een gekrenkte narcist’, zeg ik, ‘die de schuld van alles bij anderen legt.’ ‘Dat zegt ik niet!’, roept hij boos. ‘Ik erken dat ik fouten heb gemaakt, maar onderliggend was er altijd die depressie. Die heeft mijn leven verziekt. En die heeft nu onze relatie verziekt. Want één ding, Tessel, en dat moet je echt, echt geloven: ik was - ik bén - verliefd op je geworden. Tegen jou heb ik geen woord gelogen. Ik had je inderdaad eerder moeten vertellen wie ik was. Maar ik durfde niet.’

Mijn thee is op. Ik sta op en trek mijn jas aan. ‘Wat doe je nu?’ zegt hij verwilderd. ‘Waarom ga je nu opeens weg?’ ‘Ik weet niet meer wat ik moet zeggen’, antwoord ik. ‘Ik heb ook geen vragen meer. Dus ik ga. Bedankt voor de ontvangst in je huis en de thee.’ Als ik de trap afloop hoor ik hem achter mij roepen. ‘Tessel, wacht!’ Ik draai me om en kijk omhoog. Wanhopig kijkt hij me aan, gebogen over het trapgat. Opeens zie ik hem zoals hij is: pathetisch, leugenachtig, miezerig. ‘Dag Taco’, zeg ik. ‘Het ga je goed.’ Dan loop ik de trap af, open de voordeur, trek hem stevig achter mij dicht.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden