null Beeld

PREMIUM

Tessel Tindert: “Pieter doet me denken aan mijn ex, realiseer ik me nu”

Soms haat ik mezelf. Omdat ik zo in de ban ben van Pieter. En dat het maar niet overgaat. Dat een simpel berichtje van hem me zo raakt in hoofd, hart en buik.

Ik moet aan een van mijn wandelvriendinnen denken die op onze laatste tocht, ergens in de prehistorie - voor 15 maart 2020 dus - tegen me zei: ‘Je dénkt dat hij om je geeft en dat hij jou veel geeft. Maar wat geeft hij je nou? Toch helemaal niks?’ Ze zei het hardvochtig. En dat kwam aan. Met schrik realiseerde ik me dat ze gelijk had. Dat het voor hem zo makkelijk is om vanuit de vellige burcht van zijn huwelijk af en toe een een berichtje te sturen naar een hunkerende vrouw. Natuurlijk zal hij naar me verlangen. Maar niet genoeg.

Op zijn beurt hunkert David naar mij. Ik merk het aan zijn appjes. Hij stuurt me sentimentele liedjes. Lieve kleine zinnetjes, dat hij nu naast me wil liggen, of ingesproken berichten, dat hij éven wil zeggen dat hij me leuk vindt. Als ik hem vraag of hij verliefd is, reageert hij terughoudend. Ik ben niet zo snel verliefd. Maar je intrigeert me. Jij? Ben jij verliefd? Ik aarzel even, maar dan schrijf ik hem dat ik niet zo snel verliefd word. Natuurlijk ben ik talloze malen verliefd geweest - voor een avond, een weekend, een paar weken. Maar écht verliefd, zo’n verliefdheid die jaren standhoudt en die overgaat in liefde - dat is me pas een paar keer in mijn leven overkomen.

De eerste keer was ik 15, hij een jaar ouder. Lang, graatmager, melancholieke blik, donker haar tot op zijn schouders, camelkleurige houtje-touwtjejas die op de kont versleten was van het fietsen. Als ik hem op de trappen voor de school een sigaretje zag roken, fladderde een kolonie vlinders paniekerig door mijn buik. Hij was regisseur van de toneelclub en hoewel ik dolgraag in een van zijn stukken wilde spelen, durfde ik nooit auditie te doen. Toen hij bleef zitten kwam hij in de parallelklas terecht en hadden we samen Frans. Steeds vaker vergat hij zijn boeken en schoof dan naast me in het bankje. Zijn lange benen pasten maar nauwelijks onder het tafelblad. Als ik naar zijn handen en polsen keek die uit de gerafelde boorden van zijn jeanshemd staken en die bleek en stakerig naast de mijne lagen, ging ik dood van verlangen. Pas 2 jaar later, tijdens de eindexamenstunt waarbij de zesdeklassers op het sportveld kampeerden (die arme kinderen die nu eindexamen hadden moeten doen, hebben dus ook geen eindexamenstunt gehad!) vroeg hij me langs mijn neus weg of ik al een tentje deelde. Opnieuw een zwerm vlinders die door mijn buik omhoog joeg en mijn keel verstikte.

Die graatmagere jongen met die donkere blik werd mijn vriendje. Later mijn man. En nog weer later de vader van onze 2 dochters. Dat na 20 jaar onze wegen scheidden, was niet mijn keuze - ik had denk ik mijn leven lang verliefd op hem kunnen blijven als het allemaal anders was gelopen. Maar dat is een ander verhaal.

Pieter doet me aan die jongen van 35 jaar geleden denken, realiseer ik me nu. Allebei, hoe geslaagd ook in het leven, lonely souls, die mij in mijn ziel raken en die ik in mijn armen wil nemen.

David is ook wel een tikje gekwelde ziel, maar toch vooral een branieschopper, type corpsbal met gevoelig hartje. En met, dat voel ik aan alles, heel veel liefde in zich. Liefde die hij aan mij wil geven en met mij wil delen, zonder enig voorbehoud.

Opeens voel ik opwinding. Waarom zou ik Pieter niet mijn hart uit jagen en David erin laten?

Hoe bevrijdend zou dát zijn.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden