null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

PREMIUM

Tessel Tindert: “Probeerde Guus me te vertellen dat Robert suïcidaal was?”

Toen Saskia vertrokken was en de meisjes in bed lagen, belde ik Robert. Hij nam zowaar op. Zijn stem klonk ver weg en ik had de grootste moeite om hem te verstaan. Ik vroeg hem of hij vrijdagavond bij me kwam eten. De meisjes zouden dan bij Thomas zijn. Nog steeds gingen ze zonder morren om het weekend naar hem toe.

Getty Images/iStockphoto

Opgenomen

‘We moeten praten, Robert,’ zei ik. ‘Het gaat niet goed met jou, maar met mij ook niet. Zo kunnen we niet verder.’ Ik hoorde hem zuchten. Bijna wanhopig riep ik. ‘Doe het voor mij. Anders ga ík eraan onderdoor.’ Hij beloofde het. Maar twee dagen later werd ik door Guus gebeld. ‘Tessel, ik heb vervelend nieuws. Robert is opgenomen. Ik trof hem gisterenavond in desolate toestand aan. In overleg met zijn zonen en hun moeder heb ik ingegrepen.’ Hij zweeg onheilspellend.

Ik verwerkte het nieuws. ‘Bedoel je te zeggen dat je hem tegen zijn zin hebt laten opnemen? Dat kan toch niet zomaar? Dat kan toch alleen als iemand een gevaar is voor anderen, of voor zichzelf?’ ‘Ehhh… dat klopt. We waren bang dat hij zichzelf iets aan wilde doen. Eerst wilde hij niet. Maar uiteindelijk stemde hij toe. Hij zag ook wel in dat het niet langer zo kon.’

Sprakeloos

Ik was sprakeloos. Probeerde Guus me te vertellen dat Robert suïcidaal was? Dat was nog geen tel in me opgekomen. Wat wist ik eigenlijk van deze man? Hoe langer ik hem kende, hoe raadselachtiger hij in elkaar bleek te zitten. Koortsachtig ging ik in mijn hoofd de afgelopen maanden na: welk signaal had ik gemist? Ik voelde me opeens ontzettend schuldig. Ik was alleen maar boos op hem geweest dat hij geen aandacht voor mij had gehad en dingen voor me had verzwegen, terwijl hij door een hel gegaan moest zijn.

Guus stelde me gerust. ‘Ik had ook geen idee, Tessel, maar gisterenavond was hij erg in de war. Hij deed rare dingen.’ Rare dingen? Wat voor rare dingen? Ik durfde niet door te vragen. Guus vertelde me in welk ziekenhuis hij was opgenomen op de psychiatrische afdeling. ‘Hij is in goede handen nu. Bij een van de beste psychiaters van het land.’

‘Mag ik hem opzoeken?’ ‘Dat moet je Robert zelf vragen. Je kunt hem gewoon appen of bellen. Maar misschien kun je hem beter een weekje met rust laten.’ We hingen op. Met mijn telefoon in mijn handen keek ik uit het raam. Buiten schudde de wind aan de kastanjeboom voor mijn raam. Door de lucht dwarrelden uitbundig de laatste goudgele herfstbladeren.

Ziek

Opeens leken mijn eigen sores klein en onbelangrijk. Wat deed het ertoe dat ik me miskend voelde door Robert en liefdesverdriet had? Dat was allemaal maar ego-gedoe. Robert was ziek, écht ziek. Hij was niet voor niks opgenomen. Ik stuurde hem een lief appje dat ik gebeld was door Guus en dat ik hem graag wilde zien. Ik had het appje nog niet verstuurd of Robert belde me. Hij vertelde dat hij een eigen kamer had, maar dat hij erg onrustig had geslapen omdat een vrouw de halve nacht schreeuwend over de gang had gelopen. Vanochtend had hij in een kring moeten zitten met allemaal ‘gekken’. ‘Daarna ging iedereen naar een soort bezigheidstherapie, maar daar ben ik niet naartoe gegaan. Ik ga echt niet een beetje zitten kleien.’ In plaats daarvan had hij een gesprek gehad met een psychiater die hem had gerustgesteld. Het kon even duren voordat zijn nieuwe medicijnen zouden gaan werken, maar dan kwam alles in orde.

Zijn stem had berustend geklonken, bijna opgelucht, alsof hem een last van de schouders was genomen. Ik dacht aan eergisteravond, toen Guus hem had gevonden en had ingegrepen. Welke inktzwarte gedachten hadden toen door Roberts hoofd gespeeld? Door welke hel was hij gegaan? Mijn hart liep over van liefde. Hoe zou ik niet van deze man kunnen houden? Even dacht ik aan mijn redderscomplex. Liet ik me niet te veel meeslepen door zijn ellende? De gedachte aan wat Astrid, mijn therapeute, hiervan zou vinden, duwde ik weg. Dat deed er nu niet toe. Niet ik maar Robert was op dit moment belangrijk.

‘Vind je het goed als ik langskom?’, vroeg ik. We spraken af dat ik zaterdagmiddag rond theetijd bij hem op bezoek zou komen. ‘Niet schrikken hoor, zei Robert nog voordat hij ophing, ‘Het is hier niet bepaald een vijfsterrenresort.’

Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden