null Beeld

PREMIUM

Tessel Tindert – terug naar de scheiding: “In zijn hart was hij allang bij me weg”

Pieter en ik hebben het nooit over zijn vrouw - zo discreet is hij wel -, dus het fijne weet ik er niet van. Maar ik krijg niet het idee dat zijn relatie niet deugt. Anders was hij allang weggeweest. Hun kinderen studeren inmiddels en ze hebben allebei een goede baan - wat let hen om ieder hun weegs te gaan? Ze hebben hooguit te weinig, te saaie of geen seks. Niet zo verwonderlijk en uitzonderlijk in een relatie die al ruim twintig jaar duurt.

Ik vraag me af hoe de seks zou zijn geweest als Thomas en ik bij elkaar waren gebleven. Die was altijd goed, eigenlijk tot het laatste moment, en naar het einde toe misschien wel intenser dan ooit, gevoed als-ie werd door de spanning en de wanhoop in onze huwelijkscrisis. Ik probeerde hem bij me te laten blijven door in bed verleidelijker te zijn dan ooit. Hij zwichtte daar machteloos voor. Toen dacht ik dat hij me onweerstaanbaar vond en van me hield, nu denk ik dat zijn geilheid werd opgezweept door zijn verliefdheid op die andere vrouw. Onwillekeurig ril ik. Ik voel een diepe schaamte,

zelfs na al die jaren. Dat ik dacht hem te kunnen houden door spannende lingeriesetjes aan te trekken, terwijl hij in zijn hart allang bij me weg was.

Ik stap onder de douche, laat het warme water over me heen stromen. Ik wil niet terugdenken aan die zwarte periode in mijn leven waarin ik zo ongelukkig was, maar onwillekeurig word ik er weer ingezogen. Ik zie ons weer staan, in de badkamer in ons oude huis, we poetsen allebei onze tanden. Opeens dat helder weten, die bliksemschicht. ‘Je bent verliefd’, zei ik, en ik keek hem aan.

'En ik weet ook op wie. Op Margreet.’ Margreet was een collega van hem met wie hij steeds op cursus moest. Thomas reageerde niet, hij poetste zijn tanden grondiger dan normaal, spuugde in de wasbak, spoelde zijn mond, pakte de handdoek en droogde zijn gezicht. Daarna keek hij me strak aan, via de grote spiegel boven de wasbak. ‘Nee, ik ben niet verliefd’, zei hij, ‘maar ik ben wel ongelukkig.’

Op dat moment ging ik kapot. De man van wie ik zoveel hield, was ongelukkig en ik wist dat ik hem aan het verliezen was.

We besloten in relatietherapie te gaan. We hadden tenslotte twee jonge kinderen. We wilden weten of er nog een stevig fundament was waarop we een nieuw huis konden bouwen. In de kamer bij die therapeut staarde hij voornamelijk uit het raam, naar de auto’s en de fietsen die voorbijreden, naar de eendjes in de vijver in het plantsoen. Ik had geen idee wat er in hem omging, en ook onze therapeut kreeg niet veel uit hem. Ze legde ons uit wat er aan de hand was: Thomas was op zo’n moment aan het dissociëren, hij viel als het ware uit elkaar, hij was er niet meer bij met zijn hele bewustzijn. Hij zei alleen, keer op keer: ‘Ik wil dit niet meer.’ Maar als we aan hem vroegen wat hij dan wel wilden, zei hij alleen: ‘Dat weet ik niet.’ Dan keek hij verlangend naar de eenden die wegzwommen in het donkere water.

Ik draai de heetwaterkraan dicht en sta nog een halve minuut onder de koude waterstraal. Dan stap ik de douche uit. Ik kijk in de spiegel. Die is beslagen.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden