null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Tessel Tindert: “Wat bedoel je met manisch? Ik dacht juist dat je depressief was”

In Roberts huis was het een onbeschrijflijke bende van vuile kopjes, bordjes, blikjes, glazen. De tafel zat onder de kringen. Er lagen kruimels. De gordijnen waren half gesloten. Het stonk er naar oude bloemen en vuile sokken.

Door de halfopen keukendeur zag ik het aanrecht vol vuile vaat. Voorzichtig ging ik zitten in de stoel naast de bank. Ik voelde woede, maar ook verdriet en medelijden. Hier lag een man op de bank die duidelijk leed. Die zich geen raad meer wist met zichzelf. Die niet meer voor zichzelf kon zorgen. ‘Sorry’, herhaalde Robert. ‘Sorry.’

‘Waarom zeg je sorry?’, vroeg ik hem. ‘Ik weet sinds een uur dat het helemaal niet uit is met Constance. Ik heb Guus gesproken. Zeg je daarom sorry? Omdat je me nooit de waarheid hebt verteld?’

Confrontatie

Robert duwde nog dieper zijn hoofd in de kussens van de bank. Hij zei niets. Ik stond op, trok mijn jas uit en liep naar de keuken. ‘Ik ga hier een beetje opruimen en schoonmaken. Kun jij ondertussen nadenken over je antwoord.’ Ik zette de kraan open en spoelde de kopjes en de borden af. Daarna verzamelde ik het vuile vaatwerk in de woonkamer. Door de halfopen deur van de slaapkamer zag ik dat het bed was afgehaald. Om het bed slingerden kleren, boeken en kranten.

Toen ik even later mijn handen in het hete sop duwde voelde ik de spanning in mijn schouders en nek. Alsof 83 schroeven hard waren aangedraaid. Mijn keel deed zeer. Opeens borrelde een enorme drift in me omhoog. Met de afwaskwast in de hand liep ik naar hem toe. Robert lag nog op de bank, zijn hoofd van me afgedraaid. Ik sloeg de kwast uit. Druppels vlogen in het rond en spetterden op zijn kale hoofd. Geschrokken draaide hij zich om. ‘Au! Wat doe je nou?’ Ik zette een eettafelstoel bij de bank en ging voor hem zitten.

Constance

‘Robert, we moeten praten. Wat is er aan de hand met jou? Waarom wist ik niet van Constance? Waarom verstop je je?' Mijn stem sloeg over. 'Ga nou eens normaal zitten en kijk me aan!’ Hij hees hij zich overeind, terwijl hij over zijn kop wreef. ’Dat deed echt zeer.’

‘Stel je niet aan’, zei ik streng. ‘Weet je wat pijn doet? Om van Guus te horen dat je me verborgen hebt gehouden voor je vrienden. Dat niemand van mijn bestaan weet. Dat ik erachter moet komen dat jij een officieel een vriendin hebt. Al dertien jaar verdomme!’ Robert zweeg. Toen zei hij moeizaam: ‘Ik weet niet waar ik moet beginnen.’

Opbiechten

‘Kan me niet schelen waar je begint. Maar vertel me de waarheid. Hoe zit dat met Constance? Leid jij een soort van dubbelleven?’ Hij keek me aan. Er verscheen iets van wanhoop in zijn doffe ogen. ’Ik heb echt van de zomer aan Constance verteld dat ik onze relatie wilde opbreken. Maar op een of andere manier kwam het niet bij haar binnen. Ze geloofde me niet. Ze dacht dat ik weer eens manisch was. En toen heb ik het erbij laten zitten.’ Hij duwde zijn hoofd in zijn handen. ‘Sorry.’

Verwilderd keek ik naar Robert. ‘Manisch. Wat bedoel je met manisch? Ik dacht juist dat je depressief was.’ Opeens ging er een belletje bij me rinkelen. Ik dacht terug aan ons reisje naar Normandië. Aan hoe uitgelaten Robert toen was, hoe weinig hij sliep. Als ik ’s ochtends wakker werd was hij al uren in touw: naar de bakker, liefdesbrieven schrijven, oeverloos kletsen met de portier en de de kamermeisjes en voorbijgangers. Gesmijt met geld. Toen vond ik dat allemaal enig en heerlijk. Nu denk ik: was dat niet allemaal over de top? Was hij toen soms manisch?

Bipolair

‘Ik heb een bipolaire stoornis’, zei Robert. ‘Soms ben ik manisch-depressief. Daar ben ik al eerder voor behandeld. Meestal kan ik de ziekte goed in bedwang houden met medicijnen. Maar deze zomer liep het weer uit de hand. Te laat naar bed, geen rust en regelmaat, halve nachten doorhalen. Half augustus voelde ik hoe mijn stemming omsloeg en alle energie wegvloeide. En nu ben ik moe. Zo moe.’

Tijdens zijn verhaal was mijn woede gezakt. Ik ging naast hem zitten en sloeg mijn armen om hem heen. Toen nam ik zijn hoofd tussen mijn handen. ‘Waarom heb je me dit niet eerder verteld?, vroeg ik. ‘Omdat ik me schaam.’

Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden