null Beeld

Tessel Tindert: “Zijn armen duwen me zachtjes richting de slaapkamer”

Ik ben een echte junk, denk ik als het appje lees van Pieter met de vraag of ik morgenavond thuis ben. Mijn hart begint onmiddellijk als een razende te jagen, het zweet breekt me uit, ik word week in mijn onderbuik, mijn benen trillen. Alsof ik een heroïneverslaafde ben die een gratis shot krijgt aangeboden.

Voor de vorm denk ik een half uurtje na. Ik kan koeltjes ‘Nee, lijkt me geen goed idee’ antwoorden, en dan zullen Doris, Merel en andere vriendinnen trots op me zijn. Ik kan ook helemaal niet antwoorden en hem laten zwemmen. Ik kan schrijven: ‘Jammer maar helaas, ik kan niet!’ Dat is simpelweg de waarheid, want ik kan ook eigenlijk niet; morgen heb ik met Femke een eetafspraak die al weken staat.

In plaats van al die verstandige dingen stuur ik Femke een appje, dat ik hysterisch druk ben en of ze het heel erg vindt als we de afspraak verzetten. Ik krijg een meelevend appje terug waarin ze me sterkte wenst. Ik app Pieter, een simpel ‘Ja’. Dan ben ik morgen om 8 uur bij je. Ik kan de nacht blijven. Jij. ik. Wij.

De volgende dag appen we elkaar om de haverklap: hoe spannend we het vinden, hoe zenuwachtig we zijn, over zin in elkaar, over hoe bang en blij we zijn om elkaar vanavond te zien.

Ik douche me, ik scheer me, ik trek mooie lingerie en een zijden onderjurkje aan, een rokje, vestje en kousen. Pieter is dol kousen, weet ik. Om 3 over 8 gaat de bel. Voetstappen op de trap, de deur die open zwiept. Lachende, verlegen ogen. Zijn mond die zegt: 'Je stráált.’ Zijn armen om me me heen die me zachtjes richting slaapkamer duwen waar ik al de kaarsjes heb aangestoken en hij de champagne die hij heeft meegebracht, ontkurkt.

We vrijen, zonder besef van tijd en plaats. We drinken champagne. We praten. We vrijen opnieuw. De champagne is inmiddels lauw. We luisteren naar muziek, naar Alice Boman die ‘Waiting’ zingt. Ik moet een beetje huilen, om deze man, om deze liefde, die omvattend lijkt en onmogelijk is. Om die man die me zo raakt in hoofd, hart en buik. Hij likt mijn tranen weg. We bedrijven voor de derde keer de liefde. We slapen, dicht tegen elkaar aan. Ik voel zijn warmte, zijn hand om mijn borst. Middenin de nacht tast ik achter me, of hij er nog is, hij zoekt mijn heup in het donker.

En dan is het opeens licht en word ik wakker van zijn telefoon waarop berichtjes piepend om aandacht vragen. We vrijen voor de laatste keer. Opeens heeft hij haast. Een douche, kleren aan, een laatste kus, dag, schat, het was heerlijk.

Die dag moet ik een stuk schrijven, maar er komt niets uit mijn handen. Ik droom de dag door, een beetje brak, mijn lichaam beurs. Ik wissel een enkel appje uit met Pieter. Ik voel me voldaan, rozig, als die junk die haar shot heeft gehad. Ik denk: als het hierbij blijft, is het goed. Ik weet tegelijk dat ook dit junkiegedrag is, dat als straks de endorfine is uitgewerkt, ik verloren en hunkerend achterblijf. Maar het kan me op dit moment allemaal niks schelen. Ik voel me uitverkoren dat ik deze hevige liefde, en deze waanzinnige, alomvattende seks waarin we ons totaal in verliezen, mag meemaken. En ik moet ook een beetje lachen om mezelf, om die 50-jarige vrouw die verliefd is als een schoolmeisje. En die zich ook wel een beetje aanstelt met haar gezwijmel over een getrouwde man. Laten we wel wezen: een foúte man. Mijn kinderen moesten eens weten. Merel moest eens weten. Maar de dochters en Merel weten van niks - godzijdank.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden