null Beeld

Tv-recensent Angela de Jong: “Als Gordon in een coke-roes allerlei lelijks over mij zegt, denk ik: who cares?”

Als professioneel tv-kijker geeft Angela de Jong haar ongezouten mening in het AD. Dat levert af en toe hevige reacties op. “Het hoort een beetje bij de televisiewereld dat er nooit iets negatiefs in je gezicht wordt gezegd.” 

Als ik jou als professioneel televisiekijker vraag: "Hoe is het om Angela de Jong te zijn?", weet jij dan waar die vraag vandaan komt?

“Eh… nee.”

Daarmee begint VPRO-presentator Tim den Besten altijd zijn interviews met beroemdheden.

“O ja! Dat had ik kunnen weten, ik heb behoorlijk wat afleveringen van zijn serie Tims tent: maar dan in een bungalow met sterren gezien.”

Hoe is het om Angela de Jong te zijn?

“Best leuk. Ik weet ook niet beter, hè? Ik ben het al 45 jaar. Ik verbaas me er af en toe wel over wat mijn naam bij sommige mensen teweegbrengt. Zeker de laatste jaren merk ik dat die nogal wat polarisatie oproept. Dat gebeurt me in mijn privéleven nooit, dus dat was wennen. Maar goed, ik wil ook geen grijze muis zijn in mijn werk, het hoort er blijkbaar bij.”

Snap je waarom je met jouw mening soms hevige reacties oproept?

“Ik snap best dat er programmamakers zijn die er moeite mee hebben dat ik soms in niet al te vriendelijke bewoordingen over hun programma schrijf. Maar dat mijn hele wezen irritatie opwekt bij sommige mensen vind ik wel bijzonder.

Het is natuurlijk een beetje eigen aan de televisiewereld dat er nooit iets negatiefs in je gezicht wordt gezegd. Dat is een van de redenen waarom kritiek heel hard aankomt, denk ik. Alles is altijd geweldig wat ze doen. Daarbij zoeken mensen altijd een zondebok, dat zie je ook bij corona, iemand moet de schuld krijgen van ellende. Ik leg dat soort reacties tegenwoordig vrij makkelijk naast me neer.”

Wat vind je ervan dat Gordon over je zegt: “Als ze praat, klinkt het alsof ze uit een bak met grind heeft liggen vreten”?

“Liever dat dan klinken zoals Gordon als hij zingt.”

“Waarschijnlijk schrijft ze die columns ’s nachts, als ze even naar de koelkast loopt om een stuk camembert naar binnen te douwen”, zei hij ook.

“Kennelijk ben ik belangrijk genoeg voor Gordon om zo’n tirade af te steken. In het begin kon ik er wel een paar dagen van onder de indruk zijn, maar dit komt nu al ruim 3 jaar in golfbewegingen. Is het niet Gordon, dan is het wel iemand anders die dat soort dingen over me roept. Het went. Het scheelt ook dat ik 45 ben en moeder van 3 kinderen, geen 18-jarig meisje. Voor iemand als Famke Louise lijken me die bakken kritiek me veel zwaarder. Ik laat mijn zelfbeeld niet meer bepalen door hoe anderen over me denken. Het hoort er gewoon bij: als je uitdeelt, moet je ook kunnen incasseren. Van veel lezers krijg ik juist enorm positieve reacties, dus maak het ook niet groter dan het is.”

In Hilversum zijn veel grote ego’s en lange tenen, vind jij. Hoe voorkom je dat dat bij jezelf gebeurt?

“Ik laat me niet zo snel de kop gek maken, dat zit voor een belangrijk deel in mijn karakter. Ik ben vrij nuchter. Die hele bekendheid en alle ophef eromheen doen me oprecht niet zo veel. Ik zit niet in het wereldje, ik woon niet in het wereldje, ik ben als Assepoester die zich niet thuis voelt op het chique bal. Dat is mijn rol ten voeten uit in de televisiewereld. Ik vind het een fascinerende wereld, ik kan niets bedenken waarover ik liever zou schrijven, maar ik sta lekker aan de zijlijn. Zo nu en dan zet ik er een stapje overheen, maar zodra het kan, trek ik mijn voet weer terug.”

Dus geen glamour voor jou.

“Zelf heb ik er niet zo veel mee. Als ik ergens mijn opwachting moet maken, denk ik altijd: o ja, mijn nagels zijn net afgebroken en wat zal ik nu weer eens voor de zoveelste keer uit mijn kast trekken? Ik heb geen styliste die een rek met kleding voor me klaarzet en ik ga standaard een paar weken te laat naar de kapper. Ik woon ook niet in ’t Gooi, maar in Rotterdam. Het is best fijn om, als ik in Amsterdam of Hilversum ben geweest, een uur terug te rijden, om letterlijk afstand te nemen. In Rotterdam speelt dat hele ons-kent-ons-sfeertje niet. Wat dat betreft is mijn leven ook nauwelijks veranderd. Ik werk nog steeds bij het AD en ik heb nog steeds dezelfde vent. Ik heb hem 20 jaar geleden bij het Rotterdams Dagblad ontmoet, waar hij eindredacteur is. En ik heb pubers. Die vinden eerder alles stom aan mij dan dat ze het nou zo geweldig vinden wat ik doe. ‘Ik vind het niet echt wérk wat jij doet’, zei mijn 12-jarige zoon laatst.”

Wat vonden je kinderen ervan dat je werd gepersifleerd in het satirische programma Promenade?

“Dat hebben ze niet gezien. De TV Kantine wel, dat vonden ze erg leuk. Af en toe valt op school bij een docent het kwartje dat ik hun moeder ben. Dat vinden ze dan zeer ongemakkelijk. Gelukkig hebben ze de achternaam van hun vader, dus de link wordt niet snel gelegd.”

Diederik Ebbinge smeekte in een serenade huilend of je zijn programma Promenade niet wilt afkraken in je column. Hoe vond je dat?

“Ik heb het eerste seizoen een paar afleveringen gekeken en toen vond ik er werkelijk niks aan. Vanaf het moment dat ik prominent in het tweede seizoen zat, was ik lekker op vakantie in Italië. Ik bespaar mezelf dit, dacht ik, dus ik ga het gewoon níet kijken. Ik weet dat er een gong was met mijn beeltenis erop (de Angela de Jong-gong, waarop werd geslagen als vaste gasten Eva Crutzen, Ton Kas of Henry van Loon een uitspraak deden die ook door Angela de Jong is gedaan, red.), dat werd me van alle kanten meegedeeld. Eerlijk gezegd vond ik het gewoon niet zo interessant. Er zijn op zondagavond zo veel programma’s die ik veel leuker vind dan Promenade. Het is niet mijn humor en het is ook niet echt een AD-programma. Het wordt zo weinig bekeken dat ik me niet verplicht voelde daarover te schrijven.”

Waardoor is jouw fascinatie voor de tv-wereld ontstaan?

“Het is psychologie van de koude grond, maar ik denk dat het meespeelt dat ik uit een klein dorp kom. Doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg, was de norm. Als alles al snel gek is, trekt die wereld van glitter en glamour heel sterk. Televisie was een fijne manier om mijn wereld te verruimen. Ik heb een hartstikke fijne jeugd gehad, maar me nooit echt thuis gevoeld in het dorp waar ik opgroeide. Bij ons thuis was de mentaliteit ook anders dan bij veel andere kinderen met wie ik naar school ging. De meesten gingen meteen werken na de middelbare school. Mijn ouders stimuleerden mij en mijn broers juist om verder te leren. Dat zorgde ervoor dat mijn horizon toch altijd iets verder lag dan alleen dat dorp.”

Jouw vader was vrachtwagenchauffeur. Was dat niks voor jou geweest?

“Vrachtwagenchauffeur? Ha ha! Nee, totaal niet. En kleuterjuf ook niet. Dat is mijn moeder en zij had het leuk gevonden als ik hetzelfde was gaan doen, maar ik zou echt een bar slechte juf zijn. Dat merkte ik ook bij het geven van thuisonderwijs tijdens de lockdowns. Er is totaal geen lerares aan mij verloren gegaan.”

Te ongeduldig?

“Ja. Als ik iets twee keer heb moeten uitleggen, denk ik bij de derde keer… of roep ik: ‘Je snapt het niet? Ik heb het nu drié keer uitgelegd!’”

En waarom geen vrachtwagenchauffeur?

“Mijn vader en moeder hebben erop gehamerd dat mijn broers en ik moesten leren. Zorgen dat we op een iets makkelijkere manier ons geld verdienden dan mijn vader. Hij vond het fantastisch werk, maar die man kon het gezin onderhouden omdat hij meer dan zestig uur in de week werkte. Dag én nacht, dus. Ik denk niet dat het met gejuich was ontvangen als ik had gezegd dat ik vrachtwagenchauffeur wilde worden. Al wil het lot dat ik nu ook vaak zestig uur per week werk. Het is wel een vraag die de coronacrisis in me heeft wakker gemaakt: wat is nou mijn bijdrage aan deze wereld? Van verpleegkundigen en artsen is dat zonneklaar, zo ook van leraressen en politieagenten. Daarmee vergeleken is mijn bijdrage van een totaal andere orde. Ik denk altijd dat ik niet zo veel anders kan dan wat ik nu doe. Je wilt mij echt niet als verpleegster aan je bed. Dus laat mij maar lekker bij het AD stukkies tikken. Daarmee vermaak ik gelukkig een hoop mensen, dat is ook belangrijk in deze tijd.”

Zijn er momenten dat dag in dag uit oordelen aan je knaagt?

“Voor mijn gevoel ben ik niet zozeer de hele dag aan het oordelen, maar bezig met het kritisch volgen van de televisiewereld. Op de een of andere manier vinden we het heel normaal dat we dat bij de politiek en voetbal doen, maar als ik dat bij de televisiewereld doe, begint men ineens te stuiteren. Terwijl er een hoop geld in omgaat en er sprake is van behoorlijk wat verborgen belangen. De televisie is eigenlijk het meest bepalend voor hoe wij naar de wereld kijken. Neem alleen al het simpele feit dat de meeste woonkamers zijn ingericht rondom dat gekke scherm aan de muur. Loop ’s avonds door een willekeurige Vinex-wijk en je ziet negentig procent van de huishoudens zo zitten. Ik vind dus dat je de tv-wereld kritisch mag, nee, móet volgen. En dat is wat ik doe. Dat heeft enorm veel impact. Zolang dat zo is en ik er lol aan beleef, blijf ik dat doen. Het gekke is, toen ik na mijn studie als regioverslaggever bij het Rotterdams Dagblad ging werken, vond ik het vréselijk dat ik één keer maand een column moest schrijven van mijn chef. Ik had er dágen buikpijn van, zo afschuwelijk vond ik het. Ik had nooit inspiratie, wist niet waarover het moest gaan. Tot ik mediaverslaggever werd en ik elke week een stukje over Boer zoekt Vrouw tikte. Zo kwamen ze er bij de krant achter dat het allemaal leuker werd als ik mijn eigen mening erin verwerkte. Dat resulteerde in een column over allerlei andere televisieprogramma’s. Tot die tijd had ik nooit de ambitie om columns te schrijven. Nu doe ik het vijf keer per week, fluitend, en vind ik dat het leukste wat ik ooit had kunnen bedenken.”

Je wordt weleens de vrouwelijke Johan Derksen genoemd. Dat vind je een groot compliment.

“Ja. Ik heb Johan Derksen altijd enorm bewonderd, omdat hij zegt wat hij denkt en zijn bazen niet naar de mond praat. Ik hoop alleen dat ik iets meer ruggengraat heb dan hij, want het is toch jammer dat hij die afgelopen jaar niet bleek te hebben. Hij riep steeds dat hij met het programma ging stoppen. Tot John de Mol één keer met zijn contract wapperde, en toen zat hij weer als een schoothondje aan tafel. Maar goed, het is belangrijk dat Johan Derksen uitspreekt wat veel mensen denken. Een hoop journalisten denken dat wat er op Twitter gebeurt representatief is voor wat er in Nederland wordt gedacht. Dat is niet zo.

Ik verbaas me er soms over dat er op Twitter televisieprogramma’s trending zijn waar nauwelijks naar wordt gekeken. Je had het net over het programma Promenade. Dát publiek voert op Twitter de boventoon, maar dat zegt niks over Nederland. De meeste Nederlanders zijn hardwerkende mensen die helemaal geen tijd hebben voor Twitter. In de media lijkt het vaak alsof er maar twee soorten mensen zijn: degenen die heel erg voor zijn en degenen die enorm tegen zijn. De waarheid is dat het gros van de mensen ergens in het midden zit, ook wat humeur betreft. Die zijn heus ook moe van corona, maar die zijn nog steeds bereid om er samen voor te gaan.”

Hoe is dat voor jouw ouders? Vinden zij dit een zware tijd?

“Voor ons is het een heftig jaar, Mijn vader werd ernstig ziek en dat schoof corona erg naar de achtergrond. Mijn vader had tot zijn pensioen vorig jaar februari een gezond en sterk lichaam, maar ineens liet dat hem in de steek. Als je dan ook je werk niet hebt, waarvan je altijd ongelooflijk genoot, dan doet dat wel iets met je. Na 51 jaar keihard werken, gunde ik het hem om leuke dingen te doen, in de tuin te werken, met de kleinkinderen naar voetbal, maar dat zit er even niet in.”

Is het gek om dit mee te maken en ondertussen over oppervlakkige televisiezaken te moeten schrijven?

“Ik vond het juist fijn. Want dat waren de uren op de dag dat ik niet bezig was met piekeren over de gezondheid van mijn vader. Juist het feit dat het af en toe over helemaal niks gaat, is erg fijn. Maar ja, al met al was het een rotjaar. Tegelijkertijd relativeerde de ziekte van mijn vader de boel. Het maakte mij niet uit als er iemand boos op mij was. Wat echt belangrijk was, was dat mijn vader goed uit een operatie kwam. Dus als Gordon de noodzaak voelt om in een of andere coke-roes allerlei lelijks over mij te zeggen, denk ik echt: who cares?”

Dit is Angela

De in Gouda geboren Angela de Jong (1976) groeide op in Ouderkerk aan den IJssel. Ze studeerde Algemene Letteren en Film- en Televisiewetenschap in Utrecht en deed een master Journalistiek aan de Erasmus Universiteit. Vanaf 2005 werkt ze voor het AD en sinds 2010 heeft ze een eigen tv-column. Ze is jurylid voor de Nipkowschijf en won in 2017 De slimste mens. Angela is getrouwd met Albrand Leeuwe. Samen met hun drie kinderen Fiene (14), Wisse (12) en Noor (7) wonen ze in Rotterdam.

Interview: Nathalie Huigsloot. Fotografie: Petronellanitta

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden