null Beeld

Weer opkrabbelen na een depressie: “Ik wilde niet echt dood, maar wilde niet meer voelen en denken”

Zomaar, bijna vanuit het niets kan het opkomen: een depressie. En dat heeft een gigantische impact op iemands leven, maar ook op dat van geliefden. Hoe krabbel je weer op en hoe ga je ermee als geliefde?

Online redactie Libelle

Sacha Griekspoor (51) was jarenlang depressief: "Mijn depressieve klachten ontstonden toen ik op mijn 23e het huis uit ging en trouwde. Ik kon een huishouden runnen, maar wist niet hoe ik mijn leven vorm wilde geven. Dit uitte zich in angst, depressie en een enorm laag zelfbeeld. Naar de buitenwereld deed ik alsof ik sterk was, ik liet mezelf niet zien. Ondertussen dacht ik dat iedereen me stom en dom vond. Om maar niet te hoeven voelen, ontwikkelde ik een eetprobleem, waardoor ik na de geboorte van mijn dochter in 1999 in korte tijd ruim veertig kilo aankwam. Ik heb me altijd verzet tegen antidepressiva, maar mijn omgeving overtuigde me er toch aan te beginnen. Mijn man zei op een gegeven moment, uit wanhoop: 'Als je er niet aan begint, ga ik weg.' En ik was ervan overtuigd dat ik het leven alleen niet aankon."

Volledig ingestord

"Ik voelde altijd een drang om te leven, maar toch zijn er periodes geweest waarin ik alleen maar in bed lag en de gedachte aan de dood zich opdrong. Ik wilde niet écht dood, maar wilde niet meer voelen, niet meer denken. Doordat de klachten terug bleven komen, ben ik negen keer ziek uit dienst gegaan en zegde ik ook banen af. Ik ging in therapie, maar de klachten bleven en ik bleef zoeken naar oplossingen om me gelukkig te gaan voelen. Zo waren we een keer met zijn drieën in Amerika, voor een cursus persoonlijke ontwikkeling. Op de eerste dag voelde ik al dat dit niet de oplossing was. Ik heb me nog nooit zo eenzaam en zo schuldig gevoeld, vanwege de kosten. Mijn ex-man bleef altijd achter mij staan, maar toch groeiden we uit elkaar. Na de scheiding in 2009 ben ik volledig ingestort. Ik had inmiddels medicatie en de huisarts wilde mijn dosis nog verder verhogen, maar ik was totaal verdoofd."

Privékliniek

"Ik voelde dat er meer nodig was dan wekelijks therapie en medicatie dus meldde ik me aan bij een privékliniek in Epe, waar ik afkickte van de antidepressiva. Op een gegeven moment belandde ik daar in een praatgroepje en daar zat iemand bij die ervan werd beschuldigd pedofiel te zijn. Iedereen raakte daarvan in paniek, behalve ik. 'Heb jij daar misschien ervaring mee in je eigen jeugd?', vroeg de therapeut de volgende dag. Dat was inderdaad zo maar dat had ik nooit iemand verteld. Drie jaar lang was ik bij haar in therapie. Heel langzaam kwamen we tot de kern: de overtuigingen van waaruit ik leefde. Zij heeft me het leven teruggegeven. De depressie was voorbij, maar ik bleef zitten met de puinhopen van hoe ik had leren overleven. Die strategieën kwamen in alle heftigheid naar boven: vermijding, mezelf wegcijferen en de overtuigingen die ik over mezelf had. Ik hoef niet meer voor alles en iedereen te zorgen. Mensen zijn verantwoordelijk voor zichzelf."

Ik leef

"Sinds twee jaar vraag ik me pas af wat voor muziek ík eigenlijk leuk vind. Een paar maanden geleden kwam ik moe terug van therapie en zag ik het noorderlicht op televisie. Dat was zó mooi. Ik heb wel een kwartier op de rand van mijn bed gezeten, totaal overdonderd. Sindsdien voel ik: ik leef, hier ben ik! Op dit moment heb ik geen partner. Ik trok een tijdje mannen aan die niet goed voor me waren, maar merk dat dit al begint te veranderen. Volgend jaar ga ik vanuit de Franse Pyreneeën naar Santiago de Compostella lopen. Dan zal er van alles op zijn plek vallen. Als dat in de liefde niet gebeurt, dan wil ik het gewoon goed hebben met mezelf."

Totaal overvallen

De man van coach en docent Inge Hoogeveen (58) werd depressief: "Mijn man Bart is iemand die altijd de positieve kant van dingen ziet. Als het tegenzit, probeert hij het met een tandje erbij toch weer goed te krijgen. Een paar jaar geleden was er in ons privéleven veel aan de hand. Mijn broer kreeg een hersenbloeding, mijn moeder begon te dementeren, er was zorg rond de ouders van Bart. Ondertussen waren we druk met het bouwen van ons nieuwe huis. Hij had ook nog eens een zware baan als zorgbestuurder. Zakt de een misschien langzaam weg, bij hem was het boink, een griep eroverheen: mis. In eerste instantie was hij vooral in de war, hij kon de werkelijkheid niet meer goed zien. Hij begon zich extreem veel zorgen te maken, over van alles. Over geld bijvoorbeeld. Hij was ook constant bezig met voelen of het al weer beter ging, wat natuurlijk averechts werkte. Hij had eerder al eens een minder zware depressie gehad: daar waren we toen totaal door overvallen. Want hoe kon in hemelsnaam iemand als Bart een depressie krijgen? En zelfs dit keer, toen ik wist dat het kon gebeuren, overviel het me weer. Bart bleef wel steeds bezig, maar functioneerde totaal niet. Na anderhalf jaar tobben werd hij opgenomen en kreeg hij andere medicatie. Pas toen ging het beter."

Blok aan je been

"In het begin ben ik wel echt boos geweest dat hij het weer zo ver had laten komen. Wanhoop voelde ik ook, ik wilde gewoon leven. Niet met zo’n blok aan je been waardoor je niet verder komt. Af en toe voelde ik ook paniek. Hoe moesten we verder en waar zou het ophouden? En dan was daar soms nog het gevoel dat ík gefaald had. Als coach voer ik gesprekken met mensen gesprekken over hun werk-privébalans en hoe je dingen moet aanpakken in het leven, terwijl me dat thuis niet eens lukte. Dat vind ik nog steeds wel ingewikkeld. Ik moet ook mijn best doen om niet zijn coach te worden. Hij heeft de neiging om ook erg op me te gaan leunen als hij ziek is. Wat mij erg geholpen heeft, is dat iemand eens zei: 'Het is niet jouw depressie.' Want je wordt erdoor aangestoken. Iemand ziet álles zwart, je kunt er op een gegeven moment niet eens meer zeggen dat het wel meevalt. Voor mij was het ook normaal dat de dingen die ik zei niet aankwamen.

Een paar keer moest ik voor mijn werk weg en bleef ik slapen bij vrienden. Oja, zo gaat dat, dacht ik toen. Je ontbijt met elkaar en begint niet met de vraag ‘hoe gaat het met je vandaag, goed of niet goed?"

Stap voor stap

"Toen de depressie voorbij was, wilden we het er niet te veel meer over hebben maar juist naar de toekomst kijken. Eindelijk weer dingen plannen. Stap voor stap moest ik de oude Bart terugvinden. En mezelf ook. Toen het weer beter ging, heb ik rust genomen, allerlei sociale dingen afgezegd die tijdens zijn depressie juist afleiding gaven. Wat ik als partner nu lastig vind, is te bepalen in welke mate ik Bart moet afremmen. Ik ben natuurlijk heel blij dat het met hem goed gaat, maar weet ook dat hij het risico loopt zichzelf weer voorbij te lopen. Een belangrijk signaal is als hij slecht gaat slapen: dan moet hij stoppen, rust krijgen in zijn hoofd. Toen het heel slecht ging, heeft Bart zelf zijn werk opgezegd en dat is iets waar hij nu van baalt. Wel werkt hij inmiddels vrijwillig voor de Depressievereniging en is hij ook weer gestart met ander betaald werk. Ons leven wordt stap voor stap normaal. Hij kan zijn eigen besluiten weer nemen. Maar wat doe ik als hij weer meer wil dan in mijn ogen verstandig is? Normaal zou ik denken: hij komt er wel achter. Maar als dat gebeurt, gaat het mis. En zit ik ook met de gebakken peren."

Tekst en interviews: Jop de Vrieze. Fotografie: Robert Alexander.

Iedere dag (gratis!) de best gelezen berichten van Libelle in je mailbox? Meld je aan voor de Daily Update!

BEKIJK OOK: Dít gebeurt in je hoofd als je depressief bent

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden