null Beeld

PREMIUM

Wég met die overgangskilo’s: zo ga je ze te lijf

Het extra gewicht dat de weegschaal aangeeft na de overgang lijkt misschien onvermijdelijk. Een plaagstootje van de natuur dat we moeten accepteren. Maar: er is echt wat aan overgangskilo's te doen.

Het klinkt oneerlijk, maar het kost vrouwen sowieso al meer moeite om af te vallen dan mannen. “Dat geldt ook voor jonge vrouwen”, zegt Nora Hendriks, huisarts gespecialiseerd in hormoontherapie en schrijfster van Het Menopauzetaboe. “Kijk maar wat er gebeurt als man en vrouw op dieet gaan. Bij hem vliegen de kilo’s eraf, bij haar gaat het mondjesmaat. Het vrouwenlichaam is compleet anders dan het mannenlichaam. Het zou goed zijn als daar meer aandacht voor kwam. Vrouwen hebben meer lichaamsvet dan mannen, gemiddeld 18 tot 28% terwijl het bij mannen om 10 tot 20% gaat. Het vet zit bij vrouwen bovendien op andere plaatsen, zoals heupen, benen en borsten. Dat is het werk van vrouwelijke hormonen zoals oestrogeen. Mannen hebben weer meer spierweefsel, het gevolg van het mannelijke hormoon testosteron. Spierweefsel verbruikt meer energie dan vetweefsel, vandaar dat verschil als mannen en vrouwen willen afvallen. Vrouwen die van nature veel testosteron in hun lichaam hebben, vallen makkelijker af.”

Vet voordeel

Tijdens de overgang verandert de hormoonhuishouding. De stofwisseling die wordt aangestuurd door het brein, gaat op een lager pitje. Daardoor verbruiken vrouwen 5 tot 15% minder energie. Om niet aan te komen zouden we dan minder moeten gaan eten, maar dat doet lang niet iedereen. Daardoor komen vrouwen gemiddeld twee tot vijf kilo aan. Dit vet hoopt zich vooral op tussen de organen, in de buikholte, en vergroot het risico op hart- en vaatziektes, diabetes en kanker. Daardoor hebben vrouwen na de overgang evenveel kans op bijvoorbeeld een hartaanval of herseninfarct als mannen. Tot die tijd was dat risico juist kleiner omdat ze werden beschermd door oestrogeen.

Die overgangskilo’s bestaan dus écht, zoals ook Naomi (55) heeft gemerkt. “Er zijn twee versies van mezelf, voor de overgang en erna. Het hertje en de olifant. Vroeger was ik slank gebouwd, ik kon eten wat ik wilde. Ook na de bevalling van mijn kinderen had ik geen enkel probleem om op gewicht te blijven. Maar nu ben ik minstens tien kilo te zwaar en het vet zit vooral op mijn buik. Ik baal enorm als ik in de spiegel kijk, maar ik krijg het er met geen mogelijkheid af.” Dat extra vet is overigens wel ergens goed voor. Het maakt namelijk een kleine hoeveelheid oestrogeen aan, en dat compenseert een deel van het tekort dat ontstaat als de eierstokken geen vrouwelijke hormonen meer aanmaken.

Hormonen in balans

Toen de overgang zich aandiende, kreeg Wendy (53) veel last van opvliegers en depressieve gevoelens. “De huisarts schreef hormonen voor. Een hoge dosis, zodat ik me snel beter zou voelen. Dat werkte goed tegen de opvliegers, maar ik blies op als een ballon. Ik was nog nooit in mijn leven zo zwaar geweest. Een enorme tegenvaller. De huisarts heeft toen de dosering verlaagd en daarna ging het beter. Ik voelde me goed en de ergste kilo’s verdwenen, maar een deel bleef. Ik ben nu een paar jaar verder en de overgang is voorbij, maar ik worstel nog steeds met mijn gewicht.”

Hormoontherapie kan helpen om het lichaamsgewicht in de hand te houden, maar dan moet het goed gedoseerd worden, meent huisarts Nora Hendriks. “Belangrijk is dat de hoeveelheid laag wordt gehouden zodat er geen bijwerkingen optreden en geen gewichtstoename plaatsvindt. Verder ben ik van mening dat bio-identieke hormonen een betere keuze zijn dan kunstmatige, vanwege hun natuurlijke samenstelling. Bovendien kun je ze langer voorschrijven omdat ze bescherming blijven bieden tegen hart- en vaatziekten en botontkalking. Met synthetische hormonen moet je echt na vijf jaar stoppen. Ook belangrijk is dat niet alleen oestrogeen wordt voorgeschreven, maar ook progesteron. Dat voorkomt onder meer dat je te veel vocht vasthoudt. Beide hormonen moeten in balans zijn, maar die balans verschilt van vrouw tot vrouw. Als een vrouw relatief veel oestrogeen heeft, noem je dat oestrogeendominant. Zo iemand schrijf ik misschien alleen een beetje progesteron voor.”

Overigens veroorzaken oestrogenen geen borstkanker – een punt waar veel discussie over bestaat - maar ze promoten wel de groei van hormoongevoelige (borst)kankercellen als die eenmaal aanwezig zijn. Dat geldt zowel voor natuurlijke als synthetische hormonen Vandaar dat vrouwen met hormoongevoelige borstkanker hormoonremmers krijgen en geen hormoontherapie meer mogen nemen.

Het belang van slaap

Ook gebrek aan nachtrust kan ingrijpende gevolgen hebben voor het lichaamsgewicht. Slaapproblemen tijdens de overgang zijn berucht: niet in kunnen slapen, nachtzweten, wakker liggen, niet door kunnen slapen... Na de overgang slapen vrouwen ook niet meer zo diep en zo lang als daarvoor. Oorzaak: het lichaam maakt met de jaren steeds minder van het slaaphormoon melatonine aan. Talloze onderzoeken wijzen uit dat een nachtje slecht slapen meteen invloed heeft op de insulinehuishouding. De gevoeligheid voor het effect van insuline neemt af door slaapgebrek, dit schopt de verwerking van suiker in de war en dat levert een hongergevoel op. Het zorgt vooral voor trek in zoete, koolhydraatrijke producten. Dat betekent: meer vetopslag. Gebleken is dat drie of vier nachten slecht slapen achter elkaar voldoende is om een gezond persoon het voorstadium van diabetes te bezorgen.

Daar komt bij dat mensen die al overgewicht hebben soms slechter slapen omdat ze last krijgen van slaapapneu. Dan stopt de ademhaling minstens tien seconden tijdens de slaap, vaak ongemerkt. Deze aandoening komt in elke leeftijdscategorie vaker voor bij mannen, maar tijdens de overgang maken vrouwen een inhaalslag. Zo werd Beatrice (50) tijdens de overgang in korte tijd vijftien kilo zwaarder. Afvallen lukte niet, dus gaf ze haar hormonen de schuld. Tot haar vriend ontdekte dat er iets aan de hand was. “Hij vertelde op een morgen dat hij soms bang was dat ik zou stikken in mijn slaap omdat ik regelmatig helemaal geen adem meer haalde. Ik heb zelf nooit iets gemerkt, behalve dan dat ik al moe was bij het opstaan. Mijn vriend heeft ’s nachts een geluidsopname gemaakt met zijn telefoon. Ik schrok ervan, mijn adem stopte soms bijna een minuut. Met die opname ben ik naar de huisarts gegaan, die heeft me doorverwezen naar een Apneucentrum. Een slaaptest wees uit dat ik ernstige slaapapneu heb. Ik kreeg een zuurstofmasker, wat niet echt een feest is. Maar sinds ik gewend ben om ermee te slapen, voel ik me beter, meer uitgerust. En heel opvallend: eindelijk lukt het om af te vallen. Ik had de hele dag zin om te snoepen, dat is nu over.”

Voorkomen is beter

Het lijkt er dus op dat een aantal kleine verschuivingen in het lichaam bij elkaar opgeteld tot flink wat hardnekkige kilo’s kunnen leiden. Volgens huisarts Nora Hendriks is het belangrijk om die kilo’s te voorkomen en bijtijds voor een gezonde leefstijl te kiezen. “Begin vanaf je vijfendertigste of veertigste al te letten op hoeveel calorieën je binnenkrijgt. Let ook op de kwaliteit van je voeding, dus kies voor producten met een hoge voedingswaarde en laat bewerkte producten staan. Daarnaast is bewegen cruciaal. Vrouwen die hun hele leven hebben gesport, hebben na de overgang veel minder problemen met hun gewicht.”

Vrouwen tussen de 31 en 50 jaar hebben volgens het Voedingscentrum 1900 kcal. per dag nodig, vrouwen tussen de 51 en 70 jaar 1800 kcal. Dit is een gemiddelde, vrouwen die erg actief zijn hebben meer nodig (respectievelijk 2300 en 2000 kcal. per dag). Ook het lichaamsgewicht is van belang. Een actieve vrouw van honderd kilo verbruikt bijna twee keer zoveel als een inactieve vrouw die vijftig kilo weegt.

Astrid (60) was bang dat zij tijdens de overgang veel zwaarder zou worden, omdat ze altijd al last had van overgewicht. Maar: het lukte haar om het tij te keren. “Ik was altijd zo’n vijftien kilo te zwaar, daarom was ik ruim voordat ik in de overgang zou komen begonnen met gezond eten en sporten. Dat gaat zo goed dat het me nu minder moeite kost om op gewicht te blijven. Mijn vriendinnen zijn dikker geworden, ik ben juist vijf kilo afgevallen. Daar doe ik hard mijn best voor. Ik let op wat ik eet, ga twee keer per week naar de sportschool voor fitness en cardiotraining én ik loop elke dag een flink eind. Ik ben nu beter in vorm dan op mijn dertigste.”

Tekst: Hanny Roskamp. Beeld:Getty Images.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden