Zussen Beeld Getty Images
ZussenBeeld Getty Images

Welke ben/heb jij? Van de idealist tot de magiër: 12 typen broers en zussen

Of je het nu wilt of niet: broers en zussen zijn er altijd. Als het goed is, heb je met ze te maken tot de dood, zonder dat je ze hebt uitgekozen. Daar weet journalist Liesbeth Smit, middelste kind in een groot gezin, alles van. Hoeveel invloed hebben broers en zussen op je jeugd en verdere leven?

Broers en zussen, in het Engels ook wel zo mooi siblings genoemd, spelen een bijzondere rol in elkaars leven. En hoewel de een het nu eenmaal beter met zijn of haar broer(s) dan wel zus(sen) kan vinden dan de ander, zijn deze mensen wat ze zijn: niet-verkozen maar intieme naasten. Het ene moment zijn ze je beste vrienden, het andere moment je aartsvijand, vaak zijn ze dat allemaal tegelijk. Want wie krijgt de meeste aandacht? Wie is het lievelingetje?

Wie lijkt er het meest op papa of mama en is dat eigenlijk wel goed nieuws? En vooral: wie gaat er zijn of haar eigen gang, ondanks de verwachtingen van het gezin, en wie juist helemaal niet? Dat soort dingen weet ik, omdat ik opgroeide als het middelste kind van zeven kinderen. En hoewel ik een harmonieuze jeugd had waarin wij zevenen het over het algemeen goed met elkaar konden vinden en onderling zelfs diep bevriend konden zijn, zag ik toen ook al dat dat heel anders kon.

Vechten, haren trekken en bijten

Zo was ik ooit verbijsterd toen ik een schoolvriendinnetje véchtend en haren trekkend over de vloer zag rollen met haar oudere zus: er was kennelijk weer eens kleding geleend zonder het te vragen. Of die keer dat een ander vriendinnetje met een afdruk van het gebit van haar broertje in haar bovenarm in de klas verscheen: het was zijn beurt om het konijnenhok schoon te maken en daar dacht hij anders over. In die gevallen waren de siblings niets minder dan vijanden. Maar ik vergeet ook nooit meer mijn klasgenootje die twee jongere broertjes had over wie ze voor en na schooltijd noodgedwongen moederde, omdat haar fulltime werkende ouders dat niet konden. Als wij om drie uur werden opgehaald of zelf naar huis renden, was zij dus met een fronsrimpel druk in de weer. Busabonnementen zoeken, melkbekers goed dichtdraaien en rugzakjes dichtritsen. Waarna ze handje in handje de bus naar huis namen, een reis met twee keer overstappen.

Vrienden of vijanden?

“Of je broers en zussen zult ervaren als vrienden of vijanden, hangt voor een groot deel af van wat ouders je daarover laten zien en vertellen”, aldus psycholoog dr. Carol Pearson, bedenkster van de Pearson Marr Archetype Indicator. In dat model onderscheidt de Amerikaanse twaalf verschillende archetypen siblings, variërend van bazig tot liefdevol en van concurrerend tot speels en humoristisch (zie kader hieronder). Ieder kind heeft een rol in een gezin dat hem of haar min of meer wordt toebedeeld door de ouders, waarbij het oudste kind daarin iets meer bewegingsvrijheid heeft dan latere kinderen. Daarbij zijn we vaak geneigd de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van kinderen volledig bij de ouders te leggen. Maar broers en zussen vertellen elkaar intussen onderling ook allerhande waarheden over wie ze zijn, zegt Pearson. “En die waarheden dienen misschien een doel tijdens de kindertijd, maar kunnen eenmaal volwassen totaal uitgewerkt zijn, of zelfs averechts werken.”

12 typen broers en zussen

Niemand is alleen maar het een of het ander, maar volgens psycholoog Carol Pearson zijn er grofweg twaalf soorten broer- en zustypes te onderscheiden:

  1. De onschuldige of idealist: volgt de regels, wil graag goed zijn of doen en kan zich zo’n toekomst ook voorstellen.
  2. De ‘wees’ of realist: voelt zich aangetrokken tot de minderbedeelden en lastige situaties.
  3. De zorger: zorgt voor een ander (zoals dieren, poppen of vrienden).
  4. De strijder: houdt van discussie, concurrentie en (oorlogs)spelletjes.
  5. De zoeker: zoekt altijd naar nieuwe avonturen of nieuwe dingen leren, wil weten wat er allemaal mogelijk is.
  6. De liefdevolle: is harmonieus, emotioneel steunend, intiem en houdt van schoonheid (ook uiterlijk).
  7. De schepper: floreert in creatieve projecten zoals kunst, uitvindingen, fantasy of dingen bouwen.
  8. De revolutionair: breekt graag de regels en is rebels, staat voor waar hij/zij in gelooft en durft te protesteren.
  9. De bazige: vertelt een ander wat te doen en is gevoelig voor hiërarchie, ondernemend en organisatorisch.
  10. De joker: speels, vrolijk, vertelt grapjes en doet graag gek.
  11. De wijze: leert graag over de wereld, houdt van studeren en ideeën delen.
  12. De magiër: heeft een rijke fantasie over een wereld buiten de onze, en is een ultieme ‘out-of-the-box-denker’.

Beklemmende rollen

Anders gezegd: wie kent niet het gevoel als volwassene dat, eenmaal bij elkaar in het kerngezin op bijvoorbeeld een verjaardag, iedereen als bij toverslag weer in stokoude gezinspatronen schiet: de ‘grappige’ middelste broer, de ‘dominante’ oudste zus, het ‘zorgzame’ kleine zusje of dat ‘rebelse’ jongste broertje. Die rollen lijken misschien onschuldig, maar ze kunnen beklemmend worden. “Laat me nou gewoon uitpraten, ik moet altijd extra hard werken om gehoord te worden door jullie!”, riep mijn zusje jaren geleden eens tegen me, nadat ik haar blijkbaar onbedoeld bazig in de rede was gevallen in een telefoongesprek. En behalve dat ze daar gelijk in had, realiséérde ik me dat ook voor het eerst heel bewust. Dat zij, een volwassen vrouw van destijds begin dertig, voor mij nog steeds het ‘kleine’ zusje was. Blijkbaar wisten wij allemaal haarfijn wat goed voor haar was. Lariekoek natuurlijk, maar het zijn precies dit soort diepgewortelde ‘waarheden’ over wie onze broers en zussen zijn, en vooral: moeten blíjven zijn, die ervoor kunnen zorgen dat familie als een last kan gaan aanvoelen. Met in het ergste geval zelfs ruzies, of complete breuken tot gevolg.

Leren van broers en zussen

Gelukkig is een breuk in mijn familie nooit aan de orde geweest. Maar eenmaal volwassen en dus buiten de lijm van het dagelijkse gezin, kan het soms best lastig zijn om een goede, volwassen band te ontwikkelen met een broer of zus. “We zijn zo verschillend. Als ze mijn zus niet was geweest, had ik haar nooit in mijn leven gehad”, verzuchtte een van mijn vriendinnen ooit. Maar daar gaat het niet om bij broers en zussen: die zijn er nu eenmaal, of je dat nu wilt of niet. En alleen al door er te zijn, leren ze je intussen van alles. Het hebben van zussen zou bijvoorbeeld goed zijn voor de ontwikkeling van sociale en communicatieve vaardigheden, ambitie en compassie. Waar broers juist weer een stressverlagende werking zouden hebben, en over het algemeen goed voor je gezondheid zouden zijn.

Het ‘zielige’ enige kind

Toch moeten we dit soort populaire ideeën over het hebben van een broer of zus ook weer niet overdrijven. Al is het maar omdat volgens diverse wetenschappelijke onderzoeken het hebben van een broer en/of zus uiteindelijk niets uitmaakt voor het gedrag of de ontwikkeling van een kind. Wél aangetoonde, doorslaggevende factoren zijn opvoeding, school, vriendjes, de buurt en het hebben van meerdere familierelaties (bijvoorbeeld met ooms en tantes). Het idee van het ‘zielige’ of ‘verwende’ enige kind is dan ook een misverstand, betogen deze onderzoekers. En dat maakt het hebben van een broer of zus dus zowel heel belangrijk als ze er zijn, maar is het tegelijkertijd ook weer niet erg doorslaggevend als ze er níet zijn.

Onbetaalbaar

Toch kunnen we stellen dat de relatie tussen broers en zussen een bijzondere is, al is het alleen maar vanwege de duur. Programmamaker Coen Verbraak vatte het in zijn interviewserie In de beste families mooi samen: “De relatie met een broer of zus is voor de meeste mensen de langdurigste verbinding die ze in hun leven hebben. Je kent je broer of zus langer dan je ouders, je vrienden of je partner. Broers en zussen zijn degenen met wie je tot je dood te maken hebt, zonder dat je ze hebt uitgekozen.”

Hoe ouder ik word, hoe meer ik ga waarderen dat mijn zes broers en zussen altijd in mijn leven zijn gebleven, en dat ook altijd zullen blijven. “Als ik naar jou kijk, zie ik soms nog steeds hoe je was toen je acht was”, zei mijn broer ooit tijdens een etentje samen. Dat gevoel kan ik precies zo hebben, bij alle zes. Dus verlang ik er weleens naar om nog één keer een avond met z’n zevenen te zijn. Zoals vroeger, toen we klein waren. In pyjama een potje pesten aan de eettafel, of op de bank naar de televisie kijken met een bakje chips. Die dagen zijn voorgoed voorbij, maar soms laten ze zich tóch nog even zien. Bijvoorbeeld als we allemaal tegelijk hard in de lach schieten op een verjaardag. Of ik als mijn 7-jarige nichtje aandachtig zie kijken en ik in haar mijn zus weer helemaal voor me zie. Inderdaad: alsof het gisteren was. En dat is behalve zeer grappig en aandoenlijk, vooral onbetaalbaar. Omdat sommige dingen alleen déze mensen weten, en andersom. Daarvoor ben je nu eenmaal een broer of zus.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden