null Beeld

PREMIUM

Welmoed Sijtsma: “Ik vind het niet erg als een gesprek een beetje schuurt”

Voordat ze als presentator aan de slag ging bij Op1 werd ze niet of nauwelijks herkend op straat. Dat is nu wel anders. Zelf vindt ze alle drukte ‘best een toestand’. Wie is Welmoed Sijtsma en wat houdt haar bezig?

Op een van de heetste dagen van het jaar komt Op1- presentator Welmoed Sijtsma (30) rond het middaguur rustig aangefietst bij het terras van een broodjeszaak in Amsterdam-IJburg. In een luchtige rok en shirt en op zwarte Birkenstock-sandalen (‘die zitten heel chill’) schuift ze aan, waarna ze een kop thee bestelt en makkelijk en snel begint te praten. Ze lijkt een open boek, maar dat is niet helemaal zo, zegt ze in de laatste minuten van dit gesprek. “Omdat ik gewend ben om zelf de vragen te stellen, voelt dit best een beetje vreemd. En ik wil er liever niet iets uitflappen waar ik later spijt van krijg, snap je?”

Om bij het begin te beginnen: hoe is het?

“Met mij? Hartstikke goed! Ik heb net een paar relaxte weken gehad. Vóór de zomer was het een kwestie van extra uitzendingen, ochtenden én avonden, en een schema waarvan ik soms dacht: poeh. Toen ik daar middenin zat merkte ik dat niet zo, maar nu kon ik even bijkomen van de drukte. Ik ben bij mijn ouders langsgegaan die op vakantie waren op Texel. Nu ben ik weer helemaal zen.”

Moet je vanavond werken voor Op1?

“Ja, ik zit al in de voorbereiding met de eindredacteur, straks ga ik naar de studio.”

Vanwege Op1 stond je ineens vol in de aandacht, nadat er eerst veel te doen was over wie het programma ging presenteren.

“Ja, wat een toestand was dat. Maar in die hele aanloop was ik niet echt in beeld en ik had zelf ook niet het idee dat ik het zou gaan doen. Er werd ook niet over mij gespeculeerd. Niemand kende mij, dat was best lekker. Maar daarna ging het los, al merk ik er in het dagelijks leven weinig van. Ik ben er helemaal niet mee bezig dat ik bekender ben geworden, dat zit niet in mij. Ik denk nog steeds dat mensen mij niet kennen of herkennen. Toen ik nog bij het Jeugdjournaal werkte was dat sterker, want kinderen spraken me overal aan. Stond ik in de supermarkt, hoorde ik ineens zo’n stemmetje vragen: ‘Hé Welmoed, wat ga jij eten?’ Echt superleuk. Maar bekend worden is nooit mijn doel geweest.”

Je leek voor het publiek bijna een verrassing te zijn toen je in januari begon. Hoe ervaarde jij dat?

“Precies zo, ik had dan ook geen hooggespannen verwachtingen. Natuurlijk had ik stress: durf ik dit wel, kan ik dit wel, wat gaan mensen ervan vinden? Allemaal angsten die ik niet wilde laten meespelen. Nee zeggen was echt geen optie voor mij. Uit de screentest bleek dat Sander Schimmelpenninck en ik wel een klik hadden. Dat vond ik leuk om te merken, maar ik verwachtte er niets van. Het bericht dat wij het vijfde duo waren stond eerder op nieuwssites dan dat ik het zelf wist. Ik zat die dag in de sauna, dus mijn telefoon stond uit. Toen ik ’m weer aanzette, had ik ineens honderden berichten: ‘Gefeliciteerd!’ Ik was flabbergasted, ik moest het echt even verwerken. We hadden maar twee weken voordat het programma startte, maar ik had niks te verliezen: ik had nog geen naam en faam opgebouwd. Er was geen afbreukrisico dat mijn imago naar de gallemiezen kon helpen. Het ergste wat kon gebeuren, was dat ik achteraf kon zeggen dat ik het had gedaan. Dus deed ik het.”

Nooit het gevoel gehad: ik leg mijn hoofd op het hakblok?

“Aan de ene kant was het fantastisch en een heel grote eer. Het betekende ook dat ik me kwetsbaar moest opstellen. Er kijken veel mensen mee terwijl ik gewoon mijn werk zit te doen. Waar ze vervolgens iets van vinden. Daar moet je tegen kunnen.”

Aan wie vraag je daarbij advies?

“Ik kijk met mijn coach bij de NPO fragmenten terug en kan goed sparren met mijn collega’s. En naar mijn ouders luister ik ook, maar hun feedback filter ik wat meer. Ik vind het namelijk niet erg als een gesprek een beetje schuurt, zij vinden dat sneller onaardig.”

Ze groeide op in een ‘mega liefdevol, chaotisch gezin’ in Leeuwarden.

“Ik ben de oudste van drie meiden en mijn ouders hebben een eigen bedrijf: het was altijd druk. Ook omdat mijn zussen en ik geen rustige meisjes waren die ergens gingen zitten tekenen of zo. Het was meer een kwestie van wie er nu weer kauwgom in haar haar had of met de fiets was gevallen. Ik was een vrolijk en makkelijk kind dat graag knutselde en altijd met vriendinnetjes in de weer was. Veel van die vriendinnen heb ik nog steeds, dat vind ik fijn. Als ik daar ben, bezoeken mijn vriend en ik iedereen. Ik dacht altijd dat als ik zelf een gezin zou hebben, ik wel terug naar Friesland zou gaan. Nu denk ik dat dat ook onpraktisch zou zijn met mijn werk. Al gedij ik goed in rust en ruimte, ik hoef niet per se een drukke stad om me heen te hebben.”

Jij en je vriend Erik kennen elkaar al vrij lang toch?

“Hij is mijn jeugdliefde. Ik was zeventien en hij achttien, we zijn samen volwassen geworden. Als vriendinnen verschillende vriendjes hadden leek dat me ook wel spannend, maar hij en ik vonden een veilige haven bij elkaar en het gaat nog steeds goed. We lijken op elkaar: net als ik is hij enthousiast en blij, hij kan echt van dingen genieten en durft zijn hart te volgen. Erik is zelfstandig schipper en we kunnen elkaar goed loslaten. Ik vind het ingewikkeld als mensen elkaar in de weg gaan zitten. Hij heeft ook niet per se om mijn werk gevraagd. Door mijn werk gaat het heel vaak over mij, op feestjes is wat ik doe al snel een onderwerp. Die aandacht vind ik mega ongemakkelijk, maar het hoort erbij. Het scheelt dat wij al zo lang bij elkaar zijn, ook hier zijn we samen in gegroeid.”

Mag ik je vragen of jullie kinderen zouden willen?

“Ja, dat zou ik superleuk vinden, en ook met hem. Maar wanneer, dat vind ik dan weer ingewikkeld. In onze vriendenkring is die omslag al bezig – laatst waren wij tijdens een weekend weg het enige stel zonder kinderen. Ik merk dat ik in een levensfase ben beland waarin verandering hoort. Het zorgeloze van vijf jaar geleden is geweest. Inmiddels hebben we allemaal te maken met partners, hypotheken en werkgevers. Zomaar spontaan even naar Parijs rijden na een tentamen gebeurt niet meer. Als vrouw moet je er na een bepaalde leeftijd toch ook rekening mee houden dat het vrijblijvende eraf gaat. Wil ik kinderen en zo ja, wil ik dat met deze partner? Ik merk dat ik die vragen niet nog tien jaar kan uitstellen. Het zijn wel wat andere thema’s dan waar ik een paar jaar geleden mee bezig was.”

Verder is leeftijd niet per se een issue voor haar, zegt ze.

“In mijn werk voelt het soms wel als een zwakte. Mensen denken misschien dat ik minder weet of nog niet genoeg vlieguren heb gemaakt. Dat laatste is ook zo, ik doe dit werk niet al twintig jaar. Wel hoop ik onbevangenheid mee te brengen.”

Terwijl je al best lang aan je carrière aan het bouwen was voordat je Op1 ging doen.

“Het lijkt er misschien op dat het allemaal makkelijk is gelopen, maar ik heb er ook veel voor moeten laten. Kerstfeesten en verjaardagen waar ik niet bij was omdat ik moest werken. Voor de ochtendpresentaties van Goedemorgen Nederland lig ik ’s avonds om negen uur in bed, daar sloop je je biologische klok behoorlijk mee. Toch las ik het afgelopen jaar weleens dat ik alles vast aan mijn uiterlijk te had, heel irritant. En het is een terugkerend patroon dat aan vrouwen in interviews altijd naar hun man wordt gevraagd, of naar hun kinderwens. Ik snap die vragen en ik verberg niets, maar het is wel typisch. Volgens mij begint bij Sander niet iedereen standaard over zijn kinderwens of de vraag hoe hij werk en privé combineert.”

Zit je daarmee?

“Het valt me op, maar ik wil er ook weer niet te lang bij stilstaan. Zo zit ik in elkaar, denk ik. Ik hoorde ooit: het geheugen helpt ons veilig door de tijd. Ik denk dat dat ook voor mij opgaat. Natuurlijk pieker ik over dingen, maar ik kan ze ook wel weer makkelijk van me afschudden. Al overkomt het me zelden dat ik na afloop van een uitzending denk: dit ging helemaal lekker, want live televisie geeft nu eenmaal geen ruimte voor correcties achteraf. Ik ben dus best ambitieus. Verder vind ik het mooi dat het harde werken ook zijn vruchten heeft afgeworpen. Met alleen iets goed kunnen en je best doen kom je er niet, je hebt altijd mensen nodig die in je geloven en het met je aandurven. En daarnaast heb ik een flinke dosis geluk gehad, natuurlijk.”

Vanavond zit je weer live bij Op1, hoe gaan die laatste vijf minuten aan tafel voordat de uitzending begint?

“Die zijn meestal heel chill, we houden dat zo ontspannen en gezellig mogelijk. Dat vind ik belangrijk want de laatste maanden waren vrijwel alle gesprekken die we voerden topzwaar vanwege corona. Dat is mooi hoor, als journalist houd ik ervan om middenin het nieuws te zitten, maar er mag zo langzamerhand ook wel weer iets meer lucht komen. Ik houd erg van lachen, de toon mag soms wel weer wat losser. Ik hoop dat we daar dit najaar wat meer kans voor krijgen.”

Interview Liesbeth Smit. Fotografie: Petronellanitta.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden