null Beeld

“Ze vergat te eten, ze wist niet meer waar ze was en liep telkens de deur uit”

Sylvia Witteman (55) is getrouwd, heeft een dochter (22), twee zoons (18 en 16) en katten Lola en Siepie. Deze week schrijft ze over haar schoonmoeder.

Mijn schoonmoeder ken ik al bijna veertig jaar. Ze had zelf geen dochters, wel drie zonen. Op de jongste had ik mijn zinnen gezet, de tiener die later huisgenoot P zou worden. Het was gelukkig wederzijds, maar P’s moeder zag mij niet zitten. Ik was een lastige, cynische puber die voortdurend van scholen werd geschopt. Zij zag haar jongens liever met een fris, vrolijk meisje dat iets bijdroeg aan de maatschappij.

Vergeefs. Huisgenoot P en ik bleken, na woelige jaren, toch voor elkaar bestemd. Zij schikte zich in het onvermijdelijke en gaf mij een pannenset cadeau. Een goeie, dat moet gezegd. Ik heb ’m nóg. Ze hield van kwaliteit. Van haar tafelzilver, altijd keurig gepoetst, en haar NRC Handelsblad, waar ze zo vorsend achter vandaan kon kijken met die grote, felblauwe ogen. En ze kon lyrisch worden van klassieke muziek, van het onderhouden van haar keurige tuin, van gebouwen, mooie uitzichten, schilderijen. In haar huis geen posters, maar échte kunst aan de muur.

P en ik trouwden, er kwamen kleinkinderen. Ik droeg inmiddels wel degelijk iets bij aan de maatschappij, zij werd ouder en minder streng. In de loop van de jaren konden we het steeds beter met elkaar vinden. De kleinkinderen groeiden op, hun oma werd nu echt wel oud. Haar statige, forse gestalte begon te krimpen, zij liep niet meer zo goed (na een lang damesleven op mooie, maar moeilijke schoenen) en ze werd wat vergeetachtig. Ze werd eigenlijk wel héél vergeetachtig. Ze ging bij de buren vragen welke dag het was, ze dacht dat haar kleinzoon de taxichauffeur was, ze haalde schoondochters door elkaar.

Helemaal niet erg, vooral omdat ze steeds vriendelijker werd. Geen vorsende blikken meer, maar vooral nog vrolijke verbazing in die felblauwe ogen. Het leukste was nog dat haar smaak, altijd zo onberispelijk gericht op kwaliteit en schoonheid, begon te veranderen. Haar huis kwam vol te staan met snuisterijtjes in de categorie het hele jaar door kerst met glitters, neonkleurige rendieren en fotolijstjes van klatergoud. En kralen, felgekleurde kralen, waar ze met veel plezier lange kettingen van zat te rijgen, boven die opengeslagen krant die ze niet meer begrijpen kon.

Het allermooist vond ze wel de pinguïn, een duimgroot exemplaar van plexiglas, met een lampje erin dat telkens een andere kleur krijgt. “Zoiets prachtigs”, zei ze elke keer. “Kijk dan, blauw, groen, geel, rood...”

Die kleine pinguïn werd haar beste vriend in verwarrende tijden. Ze zakte steeds verder weg. Ze vergat te eten, ze wist niet meer waar ze was en liep telkens de deur uit, ‘naar huis’ terwijl ze al thuis wás, in het huis waar ze een halve eeuw had gewoond en waar ze uiteindelijk echt niet meer kon blijven.

Toen hebben haar zonen haar verhuisd. Ze heeft nu een lieve kamer in een huis waar goed voor haar wordt gezorgd. Alle snuisterijtjes mochten mee. Ze weet niet meer wie haar man was, ze weet niet meer hoeveel kinderen ze heeft, maar naar die pinguïn kijkt ze nog steeds verliefd, met haar grote, felblauwe ogen.

Fotografie: Ester Gebuis

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden