Zorgenzoon Beeld Getty Images
ZorgenzoonBeeld Getty Images

Zorgenzoon - deel 50: “Kan ik Lars wéér naar het ziekenhuis brengen”

Lars, die wegens ernstige gedragsproblemen anderhalf jaar in een instelling woonde, is terug in zijn geboortestad Amsterdam. Aanvankelijk woont hij in een woongroep voor begeleid wonen, maar als hij achttien wordt, krijgt hij een eigen flatje toegewezen. Met camerabewaking. Tijd om op eigen benen te leren staan, vindt Jeugdzorg. Wanneer hij gearresteerd wordt wegens verboden wapenbezit, wordt hij naar een studio buiten de stad overgeplaatst. Dat vindt hij veel te ver weg van school en van zijn moeder, dus hij besluit definitief weer thuis te komen wonen.

Zorgenzoon deel 50

Het is gelukt. We zijn zonder noemenswaardige kleerscheuren in 2021 beland. Bente is nog heel en Lars komt tegen vijf uur ‘s morgens thuis het nieuwe jaar ingewandeld. “Bij een vriend geslapen ma,” zegt hij laconiek. “En er was nog een lijpe vechtpartij op straat. Iedereen was dronken. Tering.” Om vervolgens in bed te gaan liggen.

Ik bekijk hem als hij slaapt. Hij ziet er onschuldig en mooi uit. Dat hoofd, dat altijd maar doorraast, mag eindelijk even uitrusten.

Voorschouw

Wat gaat dit nieuwe jaar ons brengen? In ieder geval een nieuw huis. Over een week mag ik voor het eerst komen kijken. De voorschouw, heet dit officiële moment. De afgelopen twee jaar fiets ik regelmatig even langs om te kijken hoe de bouw vordert. Eerst lag er alleen maar zand, toen kwamen er stalen constructies met ertussen beton. Er verrijst een heel betonnen blok met gaten erin. Dat worden de kamers. Verdieping wordt op verdieping gestapeld. Raar dat ik straks in een van die gaten zal wonen. Meestal ga ik op zondag kijken, na het hardlopen. Dan staan de grote hijskranen stil. Vaak hangen er nog stalen balken aan de ketting. Alsof de hijskraanmachinist op vrijdagmiddag om vijf uur dacht: joepie, vijf uur, gauw naar het cafe. Machine uit en wegwezen.

Nieuwbouwdoos

Het woonblok waarin mijn huis komt, ligt direct aan het IJ. In april 2019 dwaal ik tijdens een van mijn huizenspeurtochten door dit deel van de stad. Er blijkt een complete nieuwbouwwijk uit de grond te zijn gestampt. Ongezellig vond ik het altijd, nieuwbouw. Koud, winderig, karakterloos. Maar toch zet ik in juni 2019 mijn handtekening onder het koopcontract van zo’n nieuwbouwdoos. Ik wil ruimte, lucht, uitzicht. Een nieuwe start. Voor mezelf en voor de kinderen. Ineens lijkt dit huis aan het water me fantastisch. Weg van de drukte van het centrum, waar de huizen op elkaar gepropt staan, de overburen altijd in mijn slaapkamer kunnen kijken. Dronken toeristen onder mijn raam wartaal uitslaan. Scooters die dag en nacht door de nauwe straten scheuren.

Aan zee

Tijd voor een frisse wind. Letterlijk. Want winderig is het er zeker, daar tussen de kersverse hoge huizen. Iedere keer als ik ga kijken, waait er bouwzand in mijn ogen. Het deert me niet. De wind blaast mijn hoofd leeg. Ik kijk naar het klotsende water van de gegraven grachten tussen de huizenblokken. In de verte varen grote tankers. Kleine motorbootjes. En tussendoor laveert het pontje heen en weer over het IJ. Het IJ dat naar zee stroomt. Eigenlijk woon ik dus een beetje aan zee straks.

Ambulance

Op een koude zaterdagavond komt Lars niet thuis. Hij belt me zondagmorgen half acht. “Ma, ik heb pijn in mijn vinger. Hij is helemaal opgezwollen, ik denk dat hij gebroken is. Kun je me komen halen?” Hij is bij een vriend van de lagere school blijven slapen. De enige vriend wiens ouders ik een beetje ken. Ik heb me net in mijn hardloopoutfit gehesen en zit met een kopje koffie op de trap. Ja hoor, daar gaan we weer. De zuster zal de ambulance voorrijden en de patiënt optakelen en bij het ziekenhuis afleveren.

Gevochten

Ik rijd naar het huis van de vriend en stuur Lars een app dat ik voor de deur sta. Aanbellen durf ik niet, de hele familie is vast nog in diepe slaap. Het duurt lang, heel lang voordat Lars naar buiten stapt. Hij heeft een spijkerbroek aan, zijn bovenlijf is ontbloot. “Ik kreeg mijn shirt niet over mijn arm,” legt hij uit. Een alcoholwalm drijft de auto in als hij instapt. Zijn gewonde hand houdt hij angstvallig omhoog. “Hoe is het gekomen?” vraag ik. “Gevochten,” mompelt Lars. Ik wil koers zetten naar het ziekenhuis, maar hij wil eerst naar huis om te douchen.

Röntgenfoto

Een uur later tuf ik met Lars richting hospitaal. In gedachten tel ik het aantal keren dat ik hier de laatste anderhalf jaar geweest ben. Al vier keer zeker, mijn eigen ongelukkigheden meegeteld. Gelukkig is het nu eens niet superdruk en hoeven we geen uren te wachten te wachten tot er een röntgenfoto gemaakt wordt. Wel drie kwartier. Lars loopt ondertussen ongeduldig rond en belt een paar vrienden. Hij doet quasi nonchalant verslag van zijn handgemeen. Hij ziet er moe uit.

Moeder-zoon momentje

De vinger blijkt niet gebroken. Maar moet wel worden gehecht. Dus moeten we weer terug de wachtkamer in, tot er een dokter tijd heeft. Lars begint te praten. Over vroeger. Waar we naartoe gingen op vakantie en wat we allemaal deden op reis. Het zal de adrenaline wel zijn. Toch ben ik blij met dit moeder-zoon momentje. Even voel ik me weer dichtbij hem. Wel jammer dat er altijd rampjes nodig zijn voor een beetje verbinding.

Hechtingen

De vinger wordt gehecht. De arts, een jolige vent, praat op vaderlijke toon tegen Lars. “Zo, gevochten zeker,” zegt hij plagerig tegen mijn slaperig uitziende puber, die besmuikt lacht. Er gaan een stuk of zes verdovingen in de vinger, die Lars met vertrokken gezicht ondergaat. “Nou, jij bent klaar voor de volgende matpartij,” zegt de dokter als alle hechtingen erin zitten. En daar gaan we weer, op huis aan. Het is al bijna middag. Ik gooi de bebloede broek en shirt van Lars in de wasmachine. Hij staat met zijn jas aan klaar om alweer de deur uit te gaan. “Rustig aan!” roep ik hem na. De deur slaat dicht. Ik laat mezelf achterover op bed vallen. Dankbaar dat het allemaal net weer goed is afgelopen. Een ding is zeker: saai is mijn leven niet. Never a dull moment met Lars.

Volgende week: Logeren & schaatsen

Dit is de vijftigste aflevering van een serie columns over Lars (18), een jongen met ADHD en licht autisme. Zijn gedragsstoornis brengt hem regelmatig in de problemen. Zijn moeder, Febe van Otterlo, is freelance journalist. Om privacyredenen zijn de namen in deze column gefingeerd. De naam Febe van Otterlo is een pseudoniem.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden