null Beeld

Zorgmedewerkers over coronastress en veerkracht: “We voelden allemaal: dit doen we samen”

Tijdens de coronacrisis vochten zorgmedewerkers non-stop tegen een onvoorspelbare en grillige vijand. Dat vergt grote mentale kracht. Het Bredase Amphia Ziekenhuis wist met een speciale aanpak van stress een succes te maken. Susanne, Nannie, Sandia en Tristan vertellen. 

“We voelden allemaal: dit doen we samen”

Susanne van Berkom (27) is kinderverpleegkundige. Omdat het tijdens de coronacrisis niet druk was op haar afdeling, meldde ze zich aan voor de corona-afdeling.

“Ik vond het heel spannend bij het omkleden. Eerst een OK-pak, daaroverheen een blauwe overall, een masker, handschoenen, een spatbril, mondkapje en muts op en dan de houten deur door, de afdeling op. Het was bloedheet, alsof ik in een sauna werkte. Drinken was alleen mogelijk tijdens de pauzes, tussendoor kon dat niet, want dan zou je van de afdeling af moeten.

Mijn eerste coronapatiënt was heel ziek. Vooral de angst in haar ogen staat me bij. Ze was zó bang. Er was nog maar heel weinig bekend over het virus, maar iedereen wist wel: je kunt eraan doodgaan. Vooral die mentale zorg, mensen geruststellen, vond ik heel zwaar. Mensen lagen soms weken op de afdeling en kregen bijna geen bezoek.”

Dit doen we samen

“Ik heb het als zeer positief ervaren dat ons werk zo werd gewaardeerd. Zowel door patiënten als de omgeving. Buren lieten merken hoe goed ze het vonden wat ik deed, kinderen van vrienden stopten tekeningen in de brievenbus. En dan de saamhorigheid onder collega’s. We voelden allemaal: dit doen we samen. Dat gaf een enorme innerlijke kracht. Plus natuurlijk het gevoel dat je écht iets betekent. Ons werk was al zinvol, maar door deze crisis heeft het een extra dimensie gekregen.

Mijn vriend vond het heel heftig. ‘Moet het echt?’ vroeg hij. Hij was bang dat ik ook ziek zou worden. ‘Ja het moet echt’, zei ik. Hij heeft me enorm ondersteund, elke avond zat hij klaar om mijn verhaal aan te horen. Die verhalen waren soms hartverscheurend. Zoals van het echtpaar dat samen in het ziekenhuis terechtkwam en niet lang na elkaar overleed, op dezelfde dag. Ik vond dat zó erg voor hun dochter. Ik bleef bij haar, mijn collega was bij haar man. De dochter was nog wel op tijd om afscheid te kunnen nemen van haar moeder, maar zag haar vader pas weer toen hij al was overleden. Dat wens je niemand toe. Het is dan heel fijn dat je erover kunt praten met collega’s, dat je het samen kunt dragen. Wat ik van deze crisis vooral heb geleerd, is hoe flexibel je bent als mens. Je kunt veel meer aan dan je denkt.”

“Hoe naar de aanleiding ook was, ik vond het leuk om nieuwe dingen te leren”

Sandia Ammerti (25) is psychiatrisch verpleegkundige. Op de corona-afdeling moest ze allerlei medische handelingen verrichten die ze al lange tijd niet meer had gedaan.

“Als psychiatrisch verpleegkundige was ik niet meer gewend medische handelingen te verrichten, zoals drains verzorgen, katheters inbrengen en wonden spoelen. Razendsnel moest ik dat allemaal weer onder de knie krijgen. Gelukkig ging dat prima, maar ik werkte op de toppen van mijn kunnen. Ondanks de vreselijke aanleiding, vond ik het leuk om zo veel nieuwe dingen te leren en uitgedaagd te worden. De energie die dat gaf, had ik ook wel nodig. Vanwege de focus op corona werd mijn afdeling gesloten en viel mijn team uit elkaar. Dat was een behoorlijke klap. Het werk waarin ik goed ben, kon ik ineens niet meer doen.”

Alleen mijn ogen

“De onzekerheid was zwaar. Er was nog veel onduidelijk over het virus en er waren nog geen richtlijnen. Bovendien werkten we met heel zieke mensen. Op zich kon ik dat goed aan, ik ben er wel aan gewend dat mensen overlijden, maar ik vond het ingewikkeld dat het contact door al die beschermende kleding vrij onpersoonlijk bleef; de patiënt kon alleen mijn ogen zien. Wat ik ook moeilijk vond, is het snelle verloop van de ziekte. Dan had je een halfuur geleden nog gecheckt en was iemand oké, opeens ging hij extreem snel achteruit. Heel onvoorspelbaar. Gelukkig hielp iedereen elkaar met het verzorgen van patiënten. Positief vond ik dat wij ons als psychiatrisch verpleegkundigen meer hebben kunnen profileren. Wij kijken anders naar patiënten en weten bijvoorbeeld hoe je slecht nieuws het beste brengt. Doordat ik tijdens de coronacrisis heb ervaren hoe prettig het is om te leren, gaf mij dat als mbo-gediplomeerde het laatste zetje om in september te starten met de hbo-opleiding voor verpleegkundigen. Corona heeft me laten zien hoe gaaf het is om vooruit te komen.”

“Ik ben trots op onze beroepsgroep”

Nannie Visser (34) is verpleegkundig pijnconsulent op de pijnpoli. Het werken op de corona-afdeling was een zware, maar door de saamhorigheid ook een positieve periode.

“In het Amphia Ziekenhuis werkten we met A-, B- en C-diensten. De A-mensen waren de eindverantwoordelijke verpleegkundigen. Zij werden ondersteund door de B- en C-mensen. Voor elke patiënt waren er dus drie verplegers. Het was een mengelmoes aan disciplines, van doktersassistenten tot alle soorten verpleegkundigen. Dat zorgde voor een enorm saamhorigheidsgevoel. Met z’n allen de schouders eronder. Ja, het was zwaar, maar dat sterke samen-gevoel maakte dat ik het als een heel positieve periode heb ervaren.”

Lief voor ons

“Patiënten waren vaak erg benauwd, we deden ons best ze maximaal comfort te bieden. Er was veel angst voor de IC, mensen wisten dat je daar vaak niet levend vandaan kwam. Geruststellen lukte niet altijd, omdat er nog niet zo veel bekend was over het ziektebeeld. Wat me raakte, was dat deze angstige patiënten vaak zo lief voor ons waren. ‘Voor jullie is het ook zwaar’, zeiden ze dan. En als we na de dienst naar buiten liepen, stond er regelmatig een bedrijf dingen uit te delen, zoals een zak friet, bloemen en zelfs een keer een duur beautypakket. We werden echt verwend. Ik ben trots op onze beroepsgroep. Het is bijzonder hoe flexibel verpleegkundigen zijn, vooral degenen in de A-groep, die de eindverantwoording hadden. Voor hen heb ik diep respect gekregen.”

“Zorgmedewerkers zijn goed in de zorg voor anderen, maar vergeten vaak zichzelf”

Tristan Garos (39) is vitaliteitsexpert in het Amphia Ziekenhuis. Het is zijn taak medewerkers duurzaam inzetbaar te houden en ervoor te zorgen dat ze onder meer goed bestand zijn tegen werkdruk. Door de coronacrisis werd dit opeens heel actueel.

“We hadden net een verhuizing achter de rug naar het nieuwe ziekenhuis, dat naast het bestaande ziekenhuis in Breda is verrezen. Dat had natuurlijk al veel van personeel gevergd. Toen brak de coronacrisis uit. Gelukkig hadden we een nieuw intranetplatform voor onze medewerkers gelanceerd. Vol Veerkracht heet het. Via dat platform kunnen medewerkers bijvoorbeeld ondersteuning krijgen van collega’s, die voor deze taak de speciale opleiding Peer Support hebben gevolgd. Omdat ik vroeger bij Defensie heb gewerkt, waar ze expert zijn in crises, wist ik dat Defensie ons zou kunnen ondersteunen – dit was immers ook een crisissituatie. Dat hebben ze fantastisch gedaan, helemaal voor niks. Mede op hun advies hebben we voor elke corona-afdeling een zogenaamde Peer Supporter aangewezen. Elke ochtend of middag checkte de Peer Supporter bij iedereen hoe de vlag er mentaal bij hing. Dat was wel wennen, praten over de eigen gevoelens. Zorgmedewerkers zijn erg goed in het helpen van anderen, maar vergeten vaak zichzelf. Voor mensen die zwaardere problemen ondervonden, was er een dagelijks inloopspreekuur van de ziekenhuispsychologen.”

Stilstaan bij je gevoel

“Zoals Defensie dat doet na een uitzending, hebben wij na afloop een zogeheten debriefing gehouden. We vroegen hoe het met de medewerkers ging en hoe ze het Peer Support-programma hebben ervaren. Een medewerker van Defensie, zo’n stoere kerel die vaak op missie is geweest, vertelde daar hoe krachtig het is om kwetsbaarheid te voelen en erover te kunnen vertellen. Dat heeft heel stimulerend gewerkt om hiermee door te gaan: praten over wat je meemaakt en stilstaan bij je gevoel. Het is ontzettend belangrijk en prettig om alle ervaringen tijdens zo’n crisis met elkaar te kunnen delen, en te weten: ze snappen precies waarover ik het heb. Iedereen moest onophoudelijk presteren, wat grote mentale kracht vergt. Veel medewerkers hebben ervaren: ‘Hier doe ik het voor’ en ook dat is fijn om met je collega’s te kunnen delen. We hoorden: ‘Alleen al het gevoel dat deze zorg aanwezig was, dat het kon, was al zo prettig.’ Bij een eventuele volgende corona-golf passen we dit programma zeker weer toe. In plaats van posttraumatische stress heeft veel personeel juist posttraumatische groei ervaren. Het team-overstijgend werken, de saamhorigheid, de trots, de energie die vrijkwam, samen strijden tegen COVID-19: dat gaf een enorme kick. Onvermoede krachten kwamen boven en mensen voelden meer dan ooit zingeving en betekenis.”

Interviews: Francisca Kramer. Beeld: iStock.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden