null Beeld

PREMIUM

In haar boek Mijn ware verhaal vertelt cabaretière Karin Bloemen het verhaal van haar jeugd, getekend door misbruik, mishandeling en angst. “Het was alsof ik in een ijskast leefde.”

Van haar zevende tot haar zestiende is Karin Bloemen door haar stiefvader Ben Kuijt misbruikt. Gemiddeld drie keer in de week verkrachtte hij haar. Net als haar twee zussen, Jolanda en Annelies. Toen haar moeder hem eindelijk de deur wees, legde hij het aan met haar oudere zus Annelies. Ze kregen kinderen. Wanneer Annelies eindelijk bij hem weg durft te gaan en een nieuw bestaan opbouwt, brandt haar huis af. Zij en twee van haar kinderen komen om. Alleen zoontje Gerben overleeft. Karin neemt hem in huis. Later schrijft haar stiefvader haar in een brief: ‘Je moet wel heel veel van me gehouden hebben dat je nu voor mijn zoon zorgt.’

Pas toen ze voor een nieuwe knie in het ziekenhuis lag, geen kant op kon en daar wel heel erg geëmotioneerd op reageerde, besefte ze: het is nog niet voorbij. Er zit nog altijd oude pijn. “Ik voelde weer hoe het is om gevangen te zijn, om vast te zitten en een diepe doodsangst te hebben”, vertelt Karin terwijl haar dochters het huis in- en uitlopen. Ze zijn het gewend dat hun moeder open over het misbruik vertelt, maar beseffen dat het nog altijd niet makkelijk is. Toch moet het verhaal, juist met alle ins en outs, verteld worden, vindt ze. Want mensen moeten weten hoe misbruik precies werkt. Hoe je langzaam maar zeker gevangen raakt in de greep van de misbruiker.

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

“Mensen moeten weten hoe misbruik precies werkt”

Net zoals de Oostenrijkse Natascha Kampusch die in 1998 werd ontvoerd en acht jaar lang door Wolfgang Priklopil gevangen is gehouden. “Pas toen ik haar boek las, snapte ik hoe het Stockholmsyndroom werkt. Ik herkende alles. Natascha beschrijft dat ze niet altijd opgesloten bleef. Ze ging af en toe met hem naar buiten, ze deden samen boodschappen en dronken koffie in een café. Later hebben mensen haar wel gevraagd: waarom rende je toen niet weg, waarom sprak je niemand aan? En dan schrijft ze: ‘Als je maar lang genoeg gevangen wordt gehouden, dan gaat die gevangenis in jezelf zitten.’ Dat vond ik een schokkende eyeopener. Als je maar lang genoeg wordt onderdrukt en gekleineerd, dan ga je geloven dat je niets waard bent. En als je onderdrukker maar vaak genoeg tegen je zegt dat hij de enige is die je kan beschermen, dan ga je geloven dat het echte gevaar uit de buitenwereld komt.”

Als jouw stiefvader tegen je zei: “Ik zie je vanavond weer, dan kom je naar mijn kamer”, dan liep je daar ‘vrijwillig’ naartoe. Het is niet alleen dat je er fysiek toe gedwongen wordt.

“Precies. Het was niet letterlijk met het mes op je keel. Maar dat mes is er voor je gevoel de hele tijd.”

Het begon op een zaterdagavond. Het gezin was zoals altijd gezellig televisie aan het kijken. Schaaltje borrelnoten op tafel. Iedereen een glas 7Up. Zonder dat iemand het door had, kroop de hand van haar stiefvader onder haar nachtpon. Niet veel later in haar onderbroek. ‘Ik zou willen schreeuwen maar dat lukt niet, dat mag niet, niemand mag weten dat dit gebeurt,’ schrijft ze in Karin Bloemen Mijn ware verhaal.

Hoe is het om terug te gaan naar dit soort momenten?

“Die benauwenis is heel naar om elke keer te voelen. Als ik erover vertel, gaat er bij mij even iets op slot. Dan moet ik me er echt met ademtechniek doorheen ademen. Dat is best raar, ik ben 58, ik ben nu letterlijk vijftig jaar verder. Maar dat gevoel blijft erin hakken. Er is toen een brandmerk in mijn ziel gemaakt.”

Toen je moeder je vroeg: “Doet papa Ben weleens iets met je?”, zei je: “Nee, mama.” Waardoor durf je op zo’n moment niet de waarheid te zeggen?

“De angst dat je niet wordt geloofd. Dat je voor leugenaar wordt uitgemaakt en je bent overgeleverd aan alle demonen waar je zo bang voor bent. Dat diegene vervolgens gelegitimeerd vrij spel heeft om gewoon door te gaan met wat hij deed. Pas als je je veilig waant, ga je praten. Maar mijn moeder had haar jas nog aan toen ze me de vraag stelde en torende hoog boven mij als klein meisje uit. Er klonk ook zo veel angst door in haar vraag. En dan zeg je niks. Want je denkt: als ik het zeg, maakt hij ons dood. Want daarmee dreigde hij steeds: ‘ik maak jullie allemaal af!’ En dan is dat mijn schuld. Dus ik onderga het wel. Want dat is het veiligst voor iedereen. Maar het is niet jouw schuld. Dat vind ik een van de mooiste zinnen uit de film Good Will Hunting. Matt Damon speelt een getalenteerd kind dat steeds in elkaar geslagen werd door zijn vader en Robin Williams, die zijn therapeut speelt, zegt op een gegeven moment: ‘It is not your fault.’ Dat herhaalt hij wel twintig keer. Als ik die scène zie, kan ik alleen nog maar huilen.”

“Het toneel is de veiligste plek van de wereld. Daar ben ik volledig vrij”

Waardoor krijg je het gevoel dat het jouw schuld is?

“Je bent 7, 8, 9 jaar, iemand doet dingen met je die je niet wilt en zegt: ‘Jij wilt dit zelf ook. Jij vindt dit zelf ook lekker.’ En dan moest ik ‘ja’ zeggen. Vervolgens bleef hij je daarmee om de oren slaan: ‘Maar je zei zelf ‘ja.’ Op die leeftijd denk je dat een volwassene de wijsheid in pacht heeft. Je wordt gehersenspoeld. Hij weet dat je dat gedaan hebt dus als hij het aan anderen vertelt, ben je verloren, denk je. Heel veel jaren later, toen de rechtszaak speelde (waarin hij schuldig werd bevonden, maar niet werd veroordeeld omdat het te lang geleden was gebeurd, red.), ik al op kamers woonde en de hoofdrol speelde in een musical, belde hij me weer op. Weer zeggen dat ik het zelf ook lekker had gevonden. En meteen had ik weer hartkloppingen en was ik weer helemaal in paniek. Maanden durfde ik de telefoon niet meer op te nemen. Want die klem had hij nog steeds. Dat was zijn truc. Je wilt het toch zelf. Dat Stockholmsyndroom creëerde hij zelf alsof hij wist wat het was. Met mijn zus Annelies deed hij precies hetzelfde. Hij heeft haar liedjes laten zingen op hun huwelijk met zinnen als: ‘Ben, ik hou van je.’ Terwijl Annelies zijn bloed wel kon drinken. Maar hij dwong haar gewoon om zover te gaan. Ze was volledig gehersenspoeld.”

Was het je na de brand vanaf de eerste seconde duidelijk dat jij voor haar zoon Gerben zou zorgen?

“Ja. Annelies had me gevraagd: ‘Als er wat gebeurt, wil jij dan voor mijn kinderen zorgen?’ ‘Er gebeurt toch helemaal niets schat’, zei ik, ‘vanaf nu wordt het juist leuk.’ Dat had ik niet moeten zeggen, er gebeurde iets afschuwelijks. Toen Gerben in het ziekenhuis lag, zei ik meteen tegen de verpleging: ‘hij gaat met mij mee, ik word de voogd.’ Fysiek mankeerde hij niets, hij had een beetje rook ingeademd. Maar hij was totaal van slag. Hij had helemaal niets meer. Toen we naar mijn huis gingen, checkte hij eerst alle sloten van de deuren. Hij was ontzettend bang voor zijn stiefvader, hij was al een paar keer door hem ontvoerd geweest. De eerste drie weken heeft hij alleen maar bij mij in bed geslapen. In mijn armen. Dan huilde hij tot hij eindelijk wegzakte en dan zag je hem in zijn slaap weer alles meemaken. Ik was 29 en ik had geen idee wat ik moest doen, behalve er zijn. Zelf wilde ik nooit kinderen. Dat is niet voor mij weggelegd, dacht ik. Maar het mooie van het leven is, is dat Gerben me heeft geleerd dat ik wel kan moederen, dat ik wel zelf een gezin kon hebben.”

null Beeld Getty Images/iStockphoto
Beeld Getty Images/iStockphoto

Nadat je moeder jou en je stiefvader betrapte en eindelijk een einde maakte aan haar relatie met hem, sliep jij bij haar in bed. Maar al vrij snel heeft ze je eruit gestuurd. “Kind, je ligt de hele tijd te trillen, ik word gek van je!”, zei ze. Je zou als moeder ook kunnen denken: dit meisje heeft heel hard troost nodig.

“Ja, maar ze was zelf ook totaal stuk.”

Heeft zij jou ooit kunnen troosten?

“Nee… Als je je zo schuldig voelt als mijn moeder, dan is dat een weg die je niet op kunt. Ze had het natuurlijk wel moeten doen. Ze had echt alle zeilen bij moeten zetten om haar kinderen te helpen, maar ze ging zelf naar een therapeut om geholpen te worden. Toen mijn moeder er eerder al achter was gekomen dat mijn stiefvader het met mijn oudere zus Annelies deed, werd mijn zus uit huis geplaatst. Dat is een grote fout van mijn moeder geweest. Annelies kreeg straf voor wat hij had gedaan. Hij verkocht het alsof Annelies het zelf wilde en mijn moeder was totaal in de war. Maar ze kon hem het huis niet uitgooien want hij was de kostwinner. Hij was de baas. Dus dat was mijn voorbeeld. Als ze erachter komen, word ik het huis uitgegooid. En dan moet je naar een kosthuis. En hoe vreselijk was het daar? Want daar werd Annelies ook weer misbruikt door verplegers. Het was natuurlijk een meisje dat beschadigd was in haar seksuele beleving en dat ruiken ze aan je. Dus wij zusjes dachten: je moet je kop houden want anders ga je naar het kindertehuis.”

Dat beeld werkte meer afschuw op dan drie keer in de week klaar te moeten gaan liggen voor je stiefvader.

“Ja, want dan had je wel nog je eigen huis, je eigen bed, je eigen vriendjes en te eten. En dan kon ik mijn zusjes en mijn broertje beschermen. Voorkomen dat het erger zou worden.”

“Mijn moeder had 
het liefst gehad dat ik mijn mond hield”

Je beschrijft hoe je, nadat hij je weer had misbruikt, bij hem op de borst moest komen liggen en grappige accentjes nadeed waar hij erg om moest lachen. ‘Ik voel me slechter dan ooit. Alsof ik definitief mijn ziel verkocht heb’, schrijf je.

“Ja, de gifbeker moest helemaal leeg. Daar kreeg je hem rustig mee. Want anders werd hij zo gemeen, zo vals. Ik had hem de lievelingsjurken van mijn zus stuk zien knippen, mijn moeder zien slaan. Hij heeft mijn zusjes en mij aan elkaar vastgebonden, er was al zo veel gebeurd. En op een gegeven moment doe je alles. Als het maar niet nog erger wordt. Niet nog erger alsjeblieft! Alles wordt overlevingsmechaniek. Ik zou cursussen kunnen geven in nep klaarkomen.”

Dat hij heel hard moest lachen om jouw typetjes, heeft dat je talent daarvoor niet besmet? Uiteindelijk is het je werk geworden.

“Veiliger dan op het toneel kan ik me niet voelen. Het podium is de lichtste plek waar iedereen je kan zien. Dat is de veiligste plek van de wereld. Daar ben ik volledig vrij. Van nature was ik een heel vrolijk en optimistisch kind en dat heeft hij proberen te vernielen. Maar dat is niet gelukt. Dat laat ik niet gebeuren. Ik laat mijn vreugde niet door hem vernielen. Dat gun ik hem niet. Mijn vreugde is mijn vreugde. Die laat ik me niet door hem ontnemen. No way.

“En toen kwam het besef: ik verdrink mezelf of ik ga echt iets veranderen”

Waar haalde je de kracht vandaan om het op een gegeven moment toch allemaal tegen je moeder te zeggen?

“Nadat we door haar in bed waren betrapt, was het ontegenzeggelijk waar dat het gebeurde. Toen kon zij het niet langer ontkennen. En ik kon het ook niet meer. Ik was inmiddels zo verhard. Het was echt alsof ik in een ijskast lag. Stond. Leefde. Het kwam er als kots uit. Ik was misselijk, zo misselijk, zo beroerd ervan. En zo paniekerig. Ik heb echt weken na liggen shaken. Dat was echt afschuwelijk. Maar het moest eruit. Het kon niet meer.

Die nacht was zo hysterisch. Toen moest ik haar overtuigen dat het nu echt klaar moest zijn. Ik was er zo klaar mee. Maar dan ben je nog niet klaar. Ik was nog steeds Karin Kuijt. Ik ging naar school, waar ik nog steeds aan niemand iets vertelde, ik had examens en ging maar door. Uiteindelijk ben ik huilend de klas uit gerend en heb over de snelweg gefietst. Ik wist niet meer waar ik was. Tot ik bij een meer kwam. En daar kwam het besef: ik spring erin en verdrink mezelf of ik ga echt iets veranderen. Toen heb ik voor het tweede gekozen. Beginnend met het veranderen van mijn naam. Ik werd altijd maar Karin Kuijt genoemd, terwijl, dat ben ik niet, ik ben die ander. Die van nul tot vier jaar, dat ben ik. Ik ben Karin Bloemen. Ik ben een bloemetje. Maar omdat mijn biologische vader was overleden, kon ik nergens meer heen voor mijn veiligheid. Dus die moest ik zelf creëren. En aan dat meertje besloot ik: er is mij iets overkomen, dat is niet mijn schuld, dus ik ga er nooit over liegen. Vijftien jaar lang was die leugen de hele dag constant aanwezig bij alles wat ik deed. Ik kon het niet meer. Zeer tot ergernis van iedereen. Want mijn moeder had het liefst gehad dat ik mijn mond hield, en mijn zus Jolande loog erover. Die zei: mijn vader zit op zee. En mijn zusje Inge heeft nooit verteld dat ik haar zus was. Omdat mensen er dan achterkwamen wat er bij ons thuis gebeurd was. Toen ik op haar examenuitreiking verscheen, keken mensen mij met open mond aan. Wat doet Karin Bloemen hier nou? Maar ze schaamde zich. Want de man die mij verkracht had, was haar echte vader. Dus iedereen van ons is door die incesttijd gebrandmerkt.”

Wat was voor jou uiteindelijk het moeilijkste om te vertellen in je boek?

“Dat ik naast hem ging liggen en dan leuk ging doen. Dat vond ik echt heel moeilijk. Want dan is het net alsof je het toch zelf gewild hebt. Maar je speelt het spel mee, je wilt het zó niet. Dat vond ik echt heftig om te vertellen. Op het eind van het boek staan mijn man Marnix en ik op het dak van het ziekenhuis. Daarvandaan heb je een spectaculair uitzicht. Ik keek in de richting van het noordoosten, speurde naar mijn huis, het moest daar ergens liggen. Verder naar het noorden lagen Alkmaar, Heerhugowaard, om ten slotte uit te komen bij Schagen waar ik ben opgegroeid. Elke keer als ik terugga naar dat moment moet ik huilen. Omdat ik me dan zo bewust word van de veiligheid die Marnix en de kinderen mij verschaffen met deze plek op deze aardbol. Dat is zo waardevol. Dat blijft erin hakken.”

Styling: Inge Holkenborg. Haar en make-up: Esther Overbeek. m.m.v.: h&M (broek en bloes paisleyprint, gele sandalen), zara (gebloemde blazer, witte bloes, gele top), We (gele blazer), mango (gele broek), feraggio (geruite pumps), Otazu (sieraden). kunstbloemen via Linda Nieuwstad (lindanieuwstad.nl)

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden