null Beeld

Dagboek van Anne-Wil: “Het is een van de moeilijkste dingen: afscheid nemen van mensen van wie je houdt”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en heeft momenteel geen werk. Lonneke, de oudste dochter van haar zoon Bart, is op bezoek.

Zaterdag

Mijn kleindochter Lonneke belde. “Oma, mag ik morgen een dagje bij jullie zijn?” “Natuurlijk mag dat”, antwoordde ik verrast. “We vinden het altijd leuk om jou te zien.”

Nu zit ze tegenover me aan de keukentafel, haar handen om een beker muntthee geklemd. We hebben het over de reden van haar verzoek. Ze begon er zelf over. Dat het natuurlijk reuzegezellig is met Klaartje en Kjelt, maar dat er wel altijd een boel herrie en gedoe is.

“Je hebt toch een eigen kamer?” vraag ik. “Eerst wel. Toen Kjelt kwam, werd dat de babykamer. Klaar en ik delen nu een kamer, maar daar zit ze vaak met vriendinnen. Hier is het altijd zo lekker stil!” Ze had ook ‘saai’ kunnen zeggen, maar ze koos voor het woord ‘stil’. Het raakt me dat een meisje van haar leeftijd daar gevoelig voor is.

Toen de scholen gesloten waren en ze een tijdlang een aantal dagen in de week met Klaar bij ons met haar schoolwerk bezig was, omdat Engelien anders niet rustig thuis kon werken, was het me ook al opgevallen hoe nadenkend en kalm ze is. Hoe aandachtig ze kan luisteren als je iets vertelt en ze echt graag dingen wil weten. Het tegenovergestelde van haar halfzusje, die van bijna alles een aanstekelijke slappe lach krijgt.

Ik zie dat ze ergens over nadenkt, aarzelt om wat te zeggen en zich weer bedenkt. “Zeg het maar”, zeg ik. Ze zucht. “Jij kende mama toch goed?” Die vraag overvalt me. Lonnekes moeder is veel te jong overleden, aan een ziekte waarvan ze het niet kon winnen. Natuurlijk kende ik haar, maar niet écht goed. Zo vaak zagen we elkaar nou ook weer niet. “Jouw moeder was een lieve, leuke en spontane vrouw”, zeg ik. “Ze hield zielsveel van jou. Waarom vraag je dat?” Ze trekt even met haar schouders. “Ik herinner me zo weinig van mama. En papa praat liever niet over haar. Dat zegt hij niet, maar ik merk gewoon dat hij het moeilijk vindt. Ik heb natuurlijk foto’s van haar en van ons samen, maar ik was nog zo klein. En… nou ja… ik weet dat het stom is wat ik zeg, maar hoe kun je nou doodgaan als je kind nog zo klein is? Dat snap ik gewoon niet.”

“Nee”, zeg ik. “Ik denk dat niemand dat snapt. Met je hoofd weet je dat zulke dingen gebeuren, maar je hart wil er niet aan. Ik denk dat het een van de moeilijkste dingen is: afscheid moeten nemen van mensen van wie je houdt en die van jou houden. Jouw moeder heeft het daar heel moeilijk mee gehad. Ze wilde niet weg bij jou, maar voor altijd bij je blijven.” “Ja”, zegt Lonneke. Ze klinkt bijna tevreden. “Ik denk ook dat ze dat wilde.”

Zaterdag

“Mam, loop eens niet zo hard, ik kan je niet bijhouden!” Ik kijk om naar Manon, omdat ik denk dat ze een grapje maakt, maar ze loopt inderdaad op een afstandje achter me aan te puffen. Nou loopt het ook niet echt makkelijk, zo’n kuilenpaadje, maar ik heb er een stuk minder moeite mee dan ik gewend ben. De dagelijkse ommetjes beginnen vruchten af te werpen, zeker nu Boy het tempo heeft opgevoerd.

“Vooruit, even doorzetten, een beetje flink zijn”, zeg ik lachend. Het zijn woorden die Boy vaak gebruikt en Manon weet het. Ze trekt een gezicht naar me, als ze me inhaalt.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden