null Beeld

PREMIUM

Dagboek van Anne-Wil: “We blijken flink uit de toon te vallen in het luxe restaurant”

Nelson, de baas van kleinzoon Robbert neemt de familie mee uit eten in Nice.

Tineke Beishuizen

Donderdag

Drie dagen in een hotelletje in de buurt van de camping waar Manon en haar gezin op vakantie zijn. Het is bloedheet. ’s Nachts lig ik te woelen onder een laken. Ik vind de warmte van Han, waar ik normaal zo van geniet, nu bijna onverdraaglijk. Daarbij ligt hij zo zwaar te ademen, het lijkt wel hijgen, maar volgens hem snurk ik. Beiden geven we de temperatuur de schuld. Op de camping spring je gewoon in het zwembad als de warmte je aanvliegt. Of je duikt de zee in. Althans, als je plastic krokodillen, luchtbedden en rubberbootjes met joelende kinderen geen probleem vindt. Han en ik geven de voorkeur aan de koelte in de kerkjes in de omgeving. Tegen borreltijd zijn we paraat.

In die paar dagen leer ik Robberts baas Nelson niet echt kennen, maar ik krijg wel een indruk van zijn persoonlijkheid. Hij is gemakkelijk in de omgang, altijd in voor een grapje, vriendelijk en ontzettend gul. Toch vermoeden we geen van allen dat we in een sterrenrestaurant zullen belanden, als hij ons uitnodigt met hem ergens in Nice te dineren. Iedereen heeft z’n beste kleren aangetrokken, maar wat zijn ‘beste kleren’ als je op kampeervakantie bent? Op zijn onberispelijk witte bermuda draagt Boy een T-shirt met de tekst Make love, not war. Hij loopt weliswaar op heel hippe mannenslippers, maar het is toch niet echt de outfit voor een chic Frans restaurant. Manon heeft een nauwsluitend bloesje en kort rokje aan. Op haar schouder ligt een grote, vochtige vlek. Met dank aan Titia, die vlak voordat we naar binnen gingen een iets te enthousiast boertje liet. Willeke en haar vriendin Lotte zien er spectaculair uit in hun zomerjurkjes. Op die leeftijd zie je er altijd spectaculair uit, alleen besef je dat dan nog niet. Robbert en Nelson lijken zo van een luxe jacht te zijn gestapt. Zodra we het heerlijk koele restaurant betreden, wordt meteen duidelijk dat ons gezelschap behoorlijk uit de toon valt. Maar Nelson vertrekt geen spier, ook niet als Titia luidkeels “Titia naar zee!” gilt.

Het eten is verrukkelijk, en de begeleidende wijnen minstens zo zalig. Ik denk dat een heel gezin een week in een hotel aan de kust kan verblijven van het bedrag op de rekening, die Nelson aan het einde van de avond betaalt. “Een bijzonder mens, die Nelson”, zegt Han, als we terug in onze snikhete hotelkamer zijn. “Maar hoe het nou precies zit tussen hem en Robbert, dat is me nog steeds niet duidelijk.” En daar laten we het verder bij.

Zaterdag

Vanuit Nice trekken we op ons gemak richting Normandië en Bretagne, streken in Frankrijk waaraan Han zijn hart heeft verpand. Waar de Zuid-Franse kust geschapen lijkt om toeristen te ontvangen, heeft dit noordelijker gelegen kustgebied bijna iets afwerends. De kliffen zijn hoog en steil, de zee beukt er met woest geweld tegenaan, golven spatten uiteen in wolken van schuim, en de sfeer is er een beetje mysterieus. Precies wat we heerlijk vinden na de stranden vol gebruinde lijven, die we achter ons hebben gelaten.

Meer lezen van Anne-Wil? Dat kan hier!

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een broodjeszaak.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden