null Beeld

PREMIUM

Dagboek van Anne-Wil: “Zwijgend ruimt Han de ravage op, terwijl ik snikkend toekijk”

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een broodjeszaak. Misschien heeft ze toch meer last van een januaridip dan ze wil toegeven.

Tineke Beishuizen

Donderdag

“Wat doe je?” vraagt Han. Ik heb net een vaas opgepakt, en hoorde hem de kamer niet binnenkomen. Van schrik laat ik de vaas vallen. Nou moesten de bloemen die erin stonden hoognodig de groenbak in, maar toch. Oef… Ik wend mijn hoofd af. Die lucht! Er zat duidelijk ook nog een restje vies water in de vaas. De vloer ligt bezaaid met blaadjes, glas én stinkende nattigheid. Wat een puinhoop.

“Kijk nou wat je doet!” zeg ik nijdig. “Laat me toch niet altijd zo schrikken met dat gesluip!” Ik buk om de grootste scherven alvast op te rapen. “Pas nou op, Anne-Wil. Straks verwond je jezelf nog”, waarschuwt Han. “Die troep ruimt zichzelf niet op, hoor”, snauw ik terug. Hij draait zich om en loopt de kamer uit. “Ja, loop maar weg!” roep ik hem na. Ik voel mijn tranen branden. “Ik doe het allemaal zelf wel weer!” Met een hand op mijn rug kom ik overeind. Pfff, als er iets is waaraan je merkt dat je ouder wordt, dan is het met bukken. Met twee stukken glas in mijn hand, laat ik me op de bank zakken. In de verte hoor ik gerommel in de keuken.

Han komt weer binnen. In de ene hand veger en blik, in de andere een emmertje met sop. Ik barst in huilen uit. Zwijgend ruimt Han de ravage op, terwijl ik snikkend toekijk. Als hij klaar is, trekt hij me omhoog van de bank. Hij slaat zijn armen om me heen, ik kruip er diep in weg. “Lieverd, wat is er met je? Sorry, dat ik je zo liet schrikken, maar het is maar een vaas. Kom, ik heb thee gezet.”

Even later zitten we samen aan de keukentafel, onze handen om dampende mokken gevouwen. Ik haal mijn schouders op en snif: “Ik weet het niet.” Han glimlacht. “Wil je mijn theorie horen?” Ik knik, hij pakt mijn hand. “Lieve Anne-Wil, jij roept wel heel hard dat je geen last hebt van de beruchte januaridip, maar volgens mij verlang je meer naar de lente dan je wil toegeven.”

Vrijdag

Han en ik hebben het de afgelopen weken geregeld over de toekomst gehad. Mijn toekomst welteverstaan. Of ik van plan ben om de rest van mijn leven kopjes koffie te serveren aan mensen die moe zijn van het winkelen.

“Is daar iets mis mee?” wilde ik weten. “Er was een tijd dat je andere toekomstdromen had”, zei Han. “Volgens mij vond je je werk in een kledingzaak een stuk leuker dan wat je nu doet.” “Dat vind ik nog steeds”, antwoordde ik. “Maar dat zit er nu niet in. Bovendien heb ik het best naar mijn zin bij de broodjeszaak.”

Han zuchtte. “Dit is wat ik bedoel. Je vindt alles wel best de laatste tijd. Waar zijn je dromen gebleven?” Ineens raakte ik geïrriteerd. “En jouw dromen, Han? Zijn die allemaal uitgekomen? Is dit het leven waarvan je droomde toen je een tiener was?” “Gelukkig niet”, zei hij. “Als tiener wilde ik onderzeebootkapitein worden. Of in zo’n mandje onder een luchtballon de hele wereld overvliegen. Dat hoor je ook te dromen op die leeftijd. Had jij niet van die onbereikbare dromen?” “O, jawel”, antwoordde ik. “Ik wilde bij de revue. Dansen en zingen. Met een hele rij mannen achter me, die met één been in de lucht precies op hetzelfde moment hun hoed afnemen. Netkousen wilde ik, en schijnwerpers.”

Han grinnikte. “En nu breng je koffie rond.” “Gelukkig wel”, zei ik. “Ik weet zeker dat netkousen niet lekker zitten.”

Meer lezen van Anne-Wil? Dat kan hier!

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een broodjeszaak.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden