Anne-Wil Beeld Libelle
Anne-WilBeeld Libelle

Zoals altijd springen de tranen in mijn ogen als een klein kind groot verdriet heeft

Anne-Wil heeft twee kinderen, zes kleinkinderen, is getrouwd met Han en werkt in een exclusieve boetiek. Zoon Bart en zijn vrouw Engelien gaan een paar dagen samen weg, zonder kinderen. Anne-Wil past op ze, maar dat begint met de nodige dramatiek.

column

Vrijdag 11 juni

“Mam,” zegt Engelien, “een tante van mij heeft een huisje in Friesland en daar kunnen we een paar dagen in. Ik weet dat het egoïstisch klinkt, maar Bart en ik zouden zo dolgraag weer eens even samen zijn.” “O ja?”, zeg ik op plagerige toon. Ze heeft het niet door en stamelt: “Ik bedoel…” “Lieve schat,” zeg ik, “natuurlijk komen we graag oppassen.” “O, wat fijn!” Ik hoor de opluchting in haar stem. Malle Engelien, altijd bang dat ze te veel vraagt, terwijl ze in werkelijkheid bijna nooit een beroep op ons doet. “Wanneer mogen we komen opdraven?”, vraag ik. “Het liefst vertrekken we woensdagochtend vroeg. Dan komen we in de loop van de vrijdag terug. Twee nachtjes. Is dat écht niet te veel voor je?” “Ik dacht het niet”, antwoord ik. “We zijn om negen uur bij jullie. Maak je een lijstje met dingen waaraan we moeten denken? Wat Lonneke en Klaartje graag eten en alles wat er wel en niet met Kjelt moet gebeuren.” “Doe ik”, zegt Engelien. “Echt, zó fijn! Ik ga meteen Bart bellen.”

Woensdag 16 juni

“Van Lon zullen jullie niet veel merken”, heeft Engelien gezegd. “Die is op school of zit in haar kamer te appen met de vriendinnen die ze net op school heeft gesproken. Klaar is meer van huiselijkheid, die zul je meer zien. En Kjelt hangt de hele dag aan je rokken.” Van dat laatste is vooralsnog weinig te merken. Zijn zussen zijn naar school en nu mama en papa ook nog weggaan, is dat te veel voor zijn peuterhartje. Terwijl ik hem vasthoud, strekt hij zijn armpjes dramatisch uit naar zijn vertrekkende ouders. “Méé!”, roept hij. “Méé!” Zoals altijd springen de tranen in mijn ogen als een klein kind groot verdriet heeft. Dat had ik ook toen Manon en Bart klein waren. Best een handicap, want het maakt me minder streng dan ik zou moeten zijn.

Als we Bart en Engelien uitzwaaien, moet ik Kjelt op de grond zetten, omdat hij zo woest beweegt dat ik hem niet meer kan houden. Trappelend en krijsend rolt hij over de vloer. Ik kijk Han aan. Wat moet ik hier nou mee? Kjelt reageert niet op mijn troostende woorden. Hij hoort ze waarschijnlijk niet eens, zo’n lawaai maakt hij. Als ik kniel en hem aanraak, roept hij: “Weg! Weg!” “Laat hem maar even”, zegt Han. Hij loopt naar het hoekje in de kamer dat speciaal voor Kjelt is ingericht, met een laag tafeltje, stoeltje en een berg blokken. Zonder nog naar Kjelt te kijken, gaat Han op de grond zitten en begint een toren van blokken te bouwen. Ik laat me op de bank zakken en zie hoe Kjelt met groeiende belangstelling naar Han kijkt. Dan komt hij overeind. Nog nasnikkend gaat hij op z’n stoeltje zitten. Even later zit hij ingespannen mee te bouwen aan de toren.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden