Agnes: “Door Sonja Bakker heb ik nu een familieruzie” Beeld Libelle
Agnes: “Door Sonja Bakker heb ik nu een familieruzie”Beeld Libelle

PREMIUMColumn

Agnes: “Door Sonja Bakker heb ik nu een familieruzie”

Agnes Hofman

Agnes vindt het heel gezellig als familie en vrienden over de vloer komen, maar er zit ook een keerzijde aan.

Eigenlijk is het allemaal de schuld van Sonja Bakker. Ja, die blonde dieetgoeroe. Ik sprak haar een aantal maanden geleden voor een interview over haar nieuwe leven op Ibiza. Sonja bleek een Gezellige BN’er, en geloof me, dat zijn ze niet allemaal.

“Hoe ga jij om met bezoek?” vroeg ik net iets te dramatisch, alsof ik een vriendin aan de lijn had. “Want ik word er soms gek van.” Ze schoot in de lach: “Ik niet meer hoor. Bezoek is drie dagen welkom en daarna verwijs ik mijn gasten met liefde naar een camping in de buurt. Want, en daar ben jij dus ook achter gekomen, bezoek is op vakantie. En jij niet. Jouw leven en je werk lopen gewoon door. Je kunt dat niet steeds on hold te zetten als mensen besluiten langs te komen. Ongeacht hoe lief, leuk en aardig je ze ook vindt.”

Na het ophangen rende ik naar de andere kant van de boerderij, waar zoon T. voor zijn dayjob aan het werk was. Geluidloos deed ik zijn deur open, en hij hield snel een wijsvinger aan zijn lippen. “Eén moment alstublieft”, zei T. keurig tegen de klant. En toen: “Je hebt tien seconden”, tegen mij. Mijn stem sloeg over van enthousiasme toen ik uitriep dat we de Sonja Bakker-methode gaan volgen. “We? Alleen jij toch?” vroeg T. vol verbazing. “Nee gekkie, wij allebei! Werkze!”

Na enige consternatie – T. dacht dat ik hem op dieet wilde zetten en ik was beledigd omdat hij mij blijkbaar te zwaar vindt – vonden we elkaar in de opluchting en inspiratie: als die hartelijke Sonja Bakker een streng deurbeleid voor haar dierbaren hanteert, kunnen en durven wij dat ook.

Twee vriendinnen uit Nederland heb ik niet meer over een vakantie naar Portugal gehoord, nadat ik ze een paar AirBnB-linkjes doorappte. Een andere vriendin – wier energie ik wél voor langer dan 72 uur trek – wacht nog tot de boiler het doet en ze hier niet onder een koude douche hoeft te stappen. Snap ik. Zij is net zo solistisch als ik, en grote kans dat ze een halve dag op de berg gaat zitten om in haar dagboek te schrijven. Heerlijk, die mag wel een weekje blijven!

Maar dan zijn er mijn ouders nog... Mijn lieve en behulpzame ouders die vorig jaar acht weken zijn geweest. Nee, niet bij ons in huis, maar op een camping om de hoek. Wel kwamen ze bijna iedere dag langs; om te klussen, voor de gezelligheid of allebei. Terwijl mijn vader schilderde, versloeg ik mijn moeder met Rummikub, namen we het leven door of trokken we de oude bloembakken leeg. Natuurlijk vond ik het leuk om voor ze te zorgen, van koffie met vegan cake uit de airfryer tot pastasalades. In de weekends gingen we met ze op stap, deden we boerenmarkten en boottochtjes. Met gevaar voor mijn eigen imago heb ik ze zelfs meegenomen op tuktuk-tour door een grote stad, want mijn hemel, dat is me toch een lullige bedoening in zo’n ding!

Na die acht lange en intense weken, lag ik er compleet af. Net als T. en zelfs ons hondje Nacho. We zijn het niet meer gewend; non-stop aan staan, beleefd zijn en twee maanden lang zo intensief rekening met iemand houden. Want ook al zeggen mijn ouders dat dit niet hoeft: natuurlijk is het onmogelijk om helemaal je eigen plan te trekken als je bejaarde ouders ruim tweeduizend kilometer met scheurhut hebben gereden om je te komen helpen. Die laat je dan niet in een heet huis achter met cup noodles, een volle waterkoker en liters roomwitte verf, terwijl je zelf ergens relaxed met een verkoelend briesje gaat lunchen. Daar ga je niet mee in discussie, als je het ergens niet mee eens bent. Althans, ik niet. Niet om de kleine dingen.

Dat brak me dus op na die twee maanden, maar dat durfde ik niet te zeggen, uit angst om ondankbaar of liefdeloos over te komen. Dus ik liet het voor wat het was en verheugde me zelfs op hun komst dit voorjaar. Want ja, natuurlijk is het ook leuk om ze weer te zien. Een week of vier, daar ging ik naïef vanuit. Maar nee, pa en moe zijn – of waren – voornemens om weer acht weken te komen. Want dat was ze zo goed bevallen. Nachten heb ik er wakker van gelegen. Het is tweederde lente, éénzesde jaar. “Jullie hoeven geen rekening met ons te houden hoor”, riep mijn moeder nog. Maar ik weet dat ik dat toch doe. Uit respect, vooral. Omdat ik me, als mensen voor ons komen, ook verantwoordelijk voor ze voel.

“Wat zou Sonja Bakker doen?” vroeg T. zich hardop af, toen hij me weer moedeloos zag zuchten. We weten allebei dat ik me de laatste tijd mentaal steeds beter voel, omdat ik eindelijk grenzen stel en naar mijn gevoel luister. En mijn gevoel zegt dat ze beter één of twee keer een maand kunnen komen. Of in die twee maanden een rondreis maken zodat ik tussendoor wat naar adem kan happen. Mezelf even schaamteloos uit kan zetten, om me zo weer op te laden voor sociale activiteiten. “Dan moet je dat tegen ze zeggen”, zei T. “Dat snappen ze heus wel.”

Helaas was dat niet helemaal het geval. Het is vast ook heel vervelend, als je dochter laat weten dat ze je liever niet zo lang aaneengesloten ziet. Ik zou dat waarschijnlijk ook persoonlijk opvatten. “Komen ze nu niet meer?” vroeg T. bezorgd. Tranen prikten in mijn ogen: “Geen idee, maar dat zou ik nog erger vinden.” Misschien moet ik Sonja Bakker weer bellen. Volledig indirect heb ik nu door haar deze familieruzie: hoe maak ik het weer goed?

Agnes Hofman (43) is lifestyle journalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met T., haar zoon van 23 en hun asielhondje Nacho. Ze schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden