null Beeld

PREMIUMColumn

Agnes: “Grote oren, korte pootjes, een karamelkleurige vacht en bruine ogen, we waren op slag verliefd”

Agnes Hofman

Agnes dacht er al een tijdje over om een hondje te adopteren voor de nieuwe, toekomstige boerderij. Ineens ging het erg snel. De hond ging meteen mee naar huis.

Intens verdrietig kijkt hij me aan: Nacho, ons nieuwe hondje. Hij ligt nu in zijn nieuwe mand, in zijn vertrouwde bench. Ik snap het, ik ben ook nogal in de war van hoe bizar snel het allemaal is gegaan.

Het zit zo: een beetje boerderij heeft een hond. Aangezien wij een farm aan het kopen zijn – helaas nog geen updates hierover, was het maar zo’n feest! – dachten we ook serieuzer na over een pup. Een asielpup. Zoon T. wilde liever een kat en ja, daar heb ik – compleet moegestreden – maar mee ingestemd. Prima. Whatever. Het is immers ook zijn boerderij. Maar eerst een hondje, besloot ik. Want die hebben meer exclusieve aandacht nodig.

Dagelijks scrollde ik op Facebook langs de verschillende asielpagina’s. Het ene levensverhaal was nog tragischer dan het ander: honden die door verhuizingen zijn achtergelaten, nestjes pups langs de weg gedumpt... En ja, hoe schattig al die honden ook zijn, ik voelde ’m niet. Want mijn voorkeur ging uit naar een volwassen klein hondje. Eentje die lekker door de toekomstige grote tuin kan rennen, maar het ook fijn vindt om samen met mij te rooftoppen. En dat onder de zeven kilo, zodat ik er ook makkelijk mee kan vliegen.

Geen makkelijke opgave, tot ik de oproep van Nacho’s baasje zag. Benji, zoals de hond eerst heette, stond afgelopen januari opeens bij haar op de stoep. Ze had geen idee van wie hij was, of hoe ver hij had gelopen. Getuige het stuk metaal dat bruut uit zijn nek stak, heeft hij ergens aan de ketting gelegen. Helaas moest ze hem na vier maanden wegdoen, schreef ze.

Het hondje van onbestemd ras woonde in de schuur, omdat haar katten hem niet in huis accepteerden. “Zie je nou”, tikte ik met mijn nagel op mijn telefoonscherm: “Zo zijn katten!” T. haalde zijn schouders op, noemde dat ‘karakter’, maar was ook vertederd door Benji’s lieve gezichtje en zijn treurige verhaal. “Zullen we bij hem gaan kijken?” stelde T. voor.

Woensdag, op T.’s 23ste verjaardag, stapten we blij de trein in voor een twee uur durende reis richting het noorden. We zouden alleen kennismaken. En bij een wederzijdse klik Nacho – zoals we hem dus genoemd hebben – eind juni officieel adopteren. Zo konden we rustig inpakken en verhuizen, zonder puppystress. Ja, we waren op slag verliefd, toen hij het terras op kwam lopen: grote oren, korte pootjes, een karamelkleurige vacht en lieve bruine ogen!

“Kun je hem maandag al nemen, dan moet ik toch in Lissabon zijn”, vroeg Nacho’s baasje. Ik schrok, want verhuizen met een nieuwe hond is voor niemand leuk. Maar aan de andere kant, zijn bestaan in de schuur was ook drie keer prut. Om nog maar te zwijgen over die stok die zijn baasje bij zich droeg, om in te grijpen als Nacho in haar enkels beet.

“Maandag is prima”, zei T. “Dan hebben we een paar dagen om ons voor te bereiden”, besloot hij. Verdorie, hij zat er emotioneel al te diep in om serieus en objectief na te denken. En als ik heel eerlijk ben, ik ook. “Dan is het wel handig dat we de chip nu al op jullie naam zetten”, vond ze. We togen naar het asiel waar hij geregistreerd staat, vulden onze formulieren in, kletsten gezellig met de dames van de kennel en liepen enthousiast naar buiten: maandag hadden we een hondje!

“Of je neemt hem nu al mee”, zei zijn baasje, toen we op het punt stonden om in de taxi naar het station te stappen. Ze drukte het trillende hondje tegen mijn borst en knikte: “Dat is voor mij veel makkelijker.”

Wat had ik moeten zeggen? Wat kon ik zeggen? Ze tilde een bench uit haar auto, zette die voor T. neer, pakte zestig euro aan die de bench volgens haar had gekost en wenste ons veel succes. Werden we zo voor het blok gezet? Ja, behoorlijk. En nee, afgezien van de hondenkoekjes in mijn tas waren we totaal niet voorbereid.

Daar stonden we dan, met een bang hondje in een bench op de stoep van het asiel, honderdveertig kilometer van huis. We hadden niet eens een dekentje voor hem. Waar beginnen we aan, dacht ik.

Nacho zag hoe zijn baasje in de auto stapte en wegreed, hoe T. met de taxichauffeur onderhandelde over een goede prijs om ons naar Lissabon te brengen. En toen keek de hond op naar mij: angstig, hulpeloos en eenzaam. Hij kon wel janken, en ik ook. Maar toen voelde ik T.’s arm om me heen: “Wat een schatje, hè. Maak je geen zorgen, het komt allemaal goed.”

Agnes Hofman (42) is lifestyle journalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met zoon T. (22). Ze schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden