null Beeld

PREMIUMColumn

Agnes: “Verdorie, hij wil echt een kat”

Agnes Hofman

De zoon van Agnes wil erg graag een kat. Agnes heeft helemaal niets me katten, maar haar zoon weet haar over te halen.

“Kijk nou, hoe schattig.” Zoon T. ploft naast me op de bank. Hij heeft net een zondagmiddag aan het water doorgebracht met zijn goede vriendin S. En met haar kat. Een kat aan een riempje. Ik moet toegeven dat het een knappe kater is; wit met grijze oortjes en lichtblauwe ogen. Maar verder, whatever.

Ik kan namelijk niets met poezen. Ik snap ze niet. Wat doen ze de hele dag? Wat is hun functie? Wat voegen ze toe? Ik weet dat dit een heel gevoelig onderwerp is: kattenmensen zijn heel beschermend als het gaat om hun liefde voor hun arrogante viervoeter.

Zo ook de kat van S., die weigerde mee te lopen. “Hij wilde alleen opgetild worden”, glimlacht T. vertederd, terwijl hij me aankijkt. Ik zie dat hij een reactie verwacht op zijn woorden. Of in ieder geval bij het swipen door de te uitgebreide fotoserie op zijn telefoon. Poes op schoot. Poes op de schouder. Poes met een andere poes. Heb ik hiervoor Bridgerton op pauze gezet? “Het was lekker zonnig op het terras zo te zien”, breng ik tenslotte uit.

Het is toch bizar? Ik heb T. alleen en katloos opgevoed. Waar komt zijn liefde voor katten toch vandaan? En waarom heb ik het gevoel dat hij me er eentje probeert aan te smeren?

“Schreef je laatst niet in je column dat we meer rekening met elkaar moeten houden? Jij wilt een boerderij. Prima. Maar wat mij betreft hoort daar een poes bij.” Verdorie, T. meent dit serieus. Hij wil een kat. Maar ook het huis uit. Het plan is namelijk dat ik alleen op ons mini boerderijtje ga wonen, en hij in de stad. In het weekend komt hij dan langs en gaan we gezellig samen tuinieren.

Nou ja, hij is in ieder geval eerlijk. Doet niet alsof hij fulltime voor het beest gaat zorgen, terwijl we allebei weten dat ik er straks mee opgescheept zit. Maar als ik heel eerlijk ben: ik heb werkelijk geen idee hoe het concept kat werkt. Als-ie buiten loopt, eet en slaapt, prima. Maar zul je net zien dat het zo’n verwende hoogsensitieve poes is, die het liefst binnen zit. Moet ik echt zo’n lelijke krabpaal in huis? Krabt-ie de bank kapot? Klimt hij in de nieuwe gordijnen? Hoe leer je ze dat af? Met een waterspuit? Of is dat zielig? Hoeveel tijd kost een kat eigenlijk? En wat nu als ik er een paar dagen niet ben?

Ik heb me er natuurlijk nooit in verdiept. Want waarom zou ik? Mannen met een poes swipe ik op Tinder bruut naar links. En vriendinnen met katjes weten inmiddels beter dan er met mij een gesprek over aan te zwengelen: heeft geen zin. Maar dan zie ik de teleurstelling op T.’s gezicht: hij vraagt zelden om iets. Wederom volgt hij mijn droom – van een boerderijtje – zonder daar iets voor terug te verwachten. Behalve een kat, dus.

“Is het hier niet allemaal mee begonnen mam? Met jouw liefde voor dieren? Dat je straks eindelijk de ruimte hebt om er een aantal uit het asiel op te vangen? Om afgedankte diertjes een beter leven te geven?” Ja, de ploert probeert op mijn gevoel in te spelen. Of het werkt? Natuurlijk werkt het. Ik zucht. “Okay”, zeg ik tenslotte. “Als die boerderij er echt komt, krijg jij een katje uit de opvang. Maar verwacht alsjeblieft niet dat ik hem uit ga laten aan een riempje.”

Agnes Hofman (42) is lifestyle journalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met zoon T. (22). Ze schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden