null Beeld

PREMIUMColumn

Agnes: “Wíe heeft gisteren al onze rijpe peren gestolen?”

Agnes Hofman

Agnes was zo blij met de perenboom toen ze ‘de farm’ kocht. Maar plots zijn alle rijpe peren verdwenen en lijken de daders spoorloos.

Aan zijn trillende lip zag ik meteen dat er iets mis was. Zoon T. schudde zijn hoofd toen ik hem vroeg wat er scheelde. “Ze zijn weg, mam”, zuchtte hij diep. “Ze zijn allemaal weg.” Vanuit mijn bed - ik heb nu al twee weken griep, niet te doen - keek ik hem verschrikt aan. “Toch niet de peren?” vroeg ik, en mijn stem sloeg over. Van schrik. En van snot. T. knikte, en sloeg zijn ogen neer. “Verdomme,” bracht ik met moeite uit, terwijl ik probeerde op te staan. “Blijf maar liggen mam, ik heb foto’s gemaakt.”

Dat was mijn ochtend gisteren. Fijn! Een murder mystery was er niets bij. Want de perenboom is wel een dingetje voor me. Ik ben opgegroeid in de Betuwe, fruit uit de boom trekken is mijn tweede natuur. Dus bij het kopen van onze farm lette ik erg op wat er in de tuin groeide. Het huis dat net aan onze neus voorbijging, had alleen maar sinaasappels. Als in: zeven enorme sinaasappelbomen. En één citroenboom. Dat lijkt voor ons Nederlanders heel leuk, maar in de praktijk is dat veel te veel. Zeker voor twee personen. En verkopen heeft geen zin, omdat iedereen een eigen sinaasappelboom in de tuin heeft. Ze vallen ook sneller uit de boom dan je kunt plukken, waardoor je zure grond krijgt. En nogmaals: wat moeten twee personen met honderden sinaasappels?

Groot was mijn blijdschap dan ook toen ik de tuin en de boomgaard van ons huidige huis inspecteerde: ik denk een stuk of acht antieke olijfbomen, drie walnoot, een sinaasappel, een citroen, een laurier, een granaatappel en een peer. “Een perenboom!” gilde ik door de telefoon naar mijn ouders. “We hebben een perenboom!” In de lange acht weken en vijf dagen dat mijn ouders hier waren, wandelden mijn moeder en ik iedere dag langs die boom, voor inspectie. En soms een scheutje water. Iedere dag werden de peren een beetje zoeter en geliger. Lekkerder ook. Het zijn van die minipeertjes, waar ik moes van zou maken. Taartjes. Oh, en ik zou er een stel inmaken. En de rest stomen met Port. Ja, dat was het plan. Van alle projecten op de farm had ik daar het meeste zin in, ondanks mijn serieuze influenza.

Vrijdag had ik T. nog gevraagd om langs De Boom te gaan. “Ze zijn perfect rijp, mam” had hij gerapporteerd. “Ik ga snel een vrieskist halen in de stad.” Ik knikte. Natuurlijk. Ik was te ziek om nu veel met die peren te doen, behalve ze in stukjes snijden en in een diepvrieszakje stoppen. Dat kon nog net. Maar je raadt het al, dat is er niet van gekomen. Zondagmorgen bleek de grote perenboom leeg. Alle honderden peertjes waren weg. Er lag ook niets op de grond. Weg. Gewoon weg! Verdwenen! “Zijn we bestolen?” kraakte mijn stem. T. schudde zijn hoofd. “Alle buren hebben zelf peren. Wat moeten ze met die van ons?” Maar Inspector T. moest toegeven dat het wel… apart was, dat onze boom compleet leeg was en die van de buren nog prachtig vol. “Help me omhoog”, zuchtte ik, klaar om te douchen en op onderzoek uit te gaan. Ondersteund door T. strompelde ik naar de boomgaard om het leed dat onze gestolen peren heet te aanschouwen. Ik kon wel janken. Alleen in de top hingen nog een paar overrijpe exemplaren, de rest was inderdaad pleite. De boom was groter en hoger dan ik me kon herinneren. Zelfs T., met zijn twee meter, moest op zijn tenen staan om van de onderste rand te plukken. “De buren kunnen hier nooit bij”, zei T. “Niet zonder ladder of tractor. En dat hadden we dan wel gemerkt.” In de omgeving zijn wel herten. Maar die kunnen niet vier meter hoog springen om iets uit de boom te trekken, toch?

Als twee rechercheurs zaten we onder de boom, bij de crime scene. Wie heeft gisteren onze peren gestolen? En toen kwam onze buurman aangewandeld. Hoofdschuddend staarde hij met ons mee. En met handen en voeten legde hij uit dat ons perfect rijpe fruit het ideale buffet was voor nachtdieren, zoals wasbeertjes. Of nou ja, dat denken we in ieder geval, dat hij wasbeertjes bedoelde. Onze perensoort is anders dan de zijne, vroeger rijp ook, legde hij uit. “Volgend jaar iets eerder plukken”, zei hij, met een lieve glimlach. We knikten beleefd, en legden hem uit dat het tuinseizoen voor ons nu wel een beetje was verpest. “Welnee”, zei hij. “Je hebt duizenden walnoten die bijna klaar zijn om geplukt te worden. Daar kan je ook mee koken en bakken.” Mijn hart maakte een sprongetje: ik was die walnoten compleet vergeten! Daar kan ik notenboter van maken. Muffins. Pesto! Mits we ze op tijd plukken, natuurlijk…

Agnes Hofman (43) is lifestylejournalist met Nederlandse en Braziliaanse roots. Ze woont in Lissabon met T., haar zoon van 23 en hun asielhondje Nacho. Ze schrijft voor Libelle over haar leven, loslaten en gelukkig(er) worden.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden