PREMIUMVerslag van een wellness-uitje

Anne-Wil, Manon & Willeke gaan op yogaweekend

null Beeld

Als Anne-Wil in slaap valt op haar yogamatje, vraagt de lerares vinnig wat ze hier in vredesnaam doet. Nou, dát vraagt zij zich ook af. En zijn Manon en Willeke wel happy in dit driedaagse wellnesskamp?

Maartje FleurCharlotte RemarqueTineke Beishuizen
null Beeld

Dagboek van Manon

Vrijdag

Toen mijn yogajuf Edith vertelde dat ze een Creative Soul Challenge Weekend organiseerde, dacht ik meteen: dat is precies iets voor mams, Willeke en mij. Fijn in de natuur, workshops doen, lekker yogaën en vegetarische maaltijden. Mijn dochter was onmiddellijk enthousiast, mam leek te twijfelen, tot ik vertelde dat het een wellnessweekend voor de geest was. Dwars door het bos chauffeur ik over paadjes die eigenlijk alleen geschikt zijn voor herten en zwijnen, terwijl mams en Willeke zitten de kletsen. We stappen uit bij een open veld waar een stuk of zeventien yurts staan opgesteld, een soort wigwams voor hippe westerlingen. “Ik dacht dat je zei dat we naar een hotel zouden gaan…” zegt mams. “Vet!”, roept Wils. “Ik wilde altijd al een keer in een yurt slapen!”

null Beeld

Met onze weekendtassen lopen we naar Edith, ze houdt een klembord vast. “Wat leuk dat jullie er zijn!” Nadat we elkaar hebben omhelst, stel ik mams en Wils voor. “Ik heb jullie ingedeeld in tent zes”, zegt Edith. “Dat is achteraan op het veld. Komen jullie meteen weer hierheen als jullie de tassen hebben weggezet? Ik wil graag iedereen welkom heten.” “Kan ik me ergens opfrissen?” vraagt mams. Edith wijst naar een schuurtje in de verte. “Zie je dat gebouwtje daar? Daarin bevindt zich het sanitair.” “Ik neem je tas wel mee”, zeg ik. “Dan zie ik je zo weer hier.” Voor onze tent zitten drie vrouwen op houten ligstoelen te genieten van de zon. “Hallo”, groeten twee vrouwen in praktische joggingpakken tegelijkertijd. “Hi, ik ben Tinka”, zegt een meisje van een jaar of twintig, dat haar blauwe haar aan één kant hoog heeft opgeschoren. Het staat haar fantastisch.

De yurt is met zorg ingericht. Op de vloer liggen roze en rode oosterse kleden, de dekbedden zijn okergeel en naast elk bed staat een klein lampje op een aardappelkist. “Eerlijk gezegd was ik ervan uitgegaan dat we een yurt voor onszelf zouden hebben”, zeg ik zacht tegen Wils. Ik vraag me af hoe mams dit gaat vinden. Dit is waarschijnlijk niet de wellness die ze voor ogen had. “Gezellig toch? Het lijkt wel een festival!”, roept Willeke. We zetten de tassen op de drie overgebleven bedden en lopen met onze mede-yurters naar Edith. Daar zitten al een stuk of dertig vrouwen te wachten, en één, nee, twee mannen. Non-binair misschien? Wils en ik gaan naast mams zitten, die een beker thee in haar handen heeft. “Voor veertig mensen zijn hier vijf toiletten, en drie douches”, zegt ze. “Beetje weinig, vind je niet? En toen ik Edith vroeg om een cappuccino, deed ze of ik een grapje maakte. Denk je dat we hier überhaupt koffie kunnen krijgen?” Ik heb geen idee, maar ik hoop van wel, want zonder koffie word ik niet wakker.

null Beeld

Op dat moment slaat Edith op een grote koperen gong en alle gesprekken vallen stil. “Welkom allemaal op dit Creative Soul Challenge Weekend!”, roept ze. Ze legt uit welke workshops we kunnen volgen: schilderen, bosbaden, yogaën, een levensketting rijgen, boetseren, mediteren, mandala’s inkleuren, mantra’s chanten... Met opgetrokken wenkbrauwen kijkt mam opzij. “Is iets met zingen”, fluister ik. “Word je heel rustig van.” “Laten we het centraal houden”, zegt Edith met een verbazingwekkend snerpende stem. Ze vertelt hoe laat we ’s avonds eten en wanneer er wordt ontbeten. “Ongeveer een uur nadat we de ochtendmeditatie bij zonsopgang hebben gedaan.” Mams en ik kijken elkaar geschrokken aan en beginnen dan te giechelen. “Centraal graag!”, gilt Edith met overslaande stem. “En dan deel ik jullie nu in twee groepen in voor de eerste gezamenlijke activiteit: de natuurbewustwordingswandeling. Yurt één tot en met drie lopen met mij mee, yurt vier tot en met zes gaan met Bodhi.” Een jongen met lang blond haar, een vlassig baardje en een prachtig gespierd lichaam staat op. “Als jullie allemaal even je schoenen willen uittrekken? We gaan op blote voeten lopen om contact te maken met de aarde.” Mams maakt een gebaar dat ‘compleet loco’ betekent, neemt plaats in een ligstoel en sluit haar ogen. Mag dit wel van Edith? Gelukkig is ze druk in gesprek met een vrouw die op sokken de natuur wil beleven, en daar gaat Edith niet mee akkoord.

null Beeld

Even later drentelen Wils en ik met zo’n vijftien vrouwen blootvoets achter natuurgod Bodhi aan. “Het is een meditatieve wandeling”, legt hij uit. “Daarom lopen we langzaam, zodat je alle indrukken kunt absorberen. Het is ook niet de bedoeling dat je praat. Luister naar de vogels, voel hoe je wordt gedragen door de aarde, hoe je huid wordt gestreeld door de wind. Let ook op hoe je buik opbolt met elke inademing, en leegloopt met elke uitademing. Innnn… en uit. Eén, twee, drie. Innnnn en uit…” Blootvoets wandelen lijkt pijnlijk, maar als je een beetje oplet waar je je voeten neerzet valt het mee. Ik probeer even met de natuurgod mee te ademen, maar dan dwalen mijn gedachten af naar Edith. Waarom doet ze zo schooljufferig? Ik herken haar bijna niet. Dan denk ik aan de lieve zachte voetjes van Titia, die ik zo graag kus, de sterke benen van Boy…

Plotseling blijft Bodhi staan. “Tijd voor wat yogaoefeningen. Ga allemaal met je gezicht in de richting van de zon staan en breng je armen boven je hoofd. Adem in, één, twee, drie. Breng je handen tegen elkaar, en breng ze naar je derde oog, adem uit, één, twee, drie. Zak nu door je knieën en doe een vooroverbuiging. Voel je buik tegen je bovenbenen drukken en laat je armen lekker bungelen.” Dan zie ik een beestje over mijn voet kruipen. “Een teek!” gil ik. “Er zitten hier teken!” Terwijl ik het minispinnetje van mijn voet sla, hoor ik achter me dames hysterisch gillen en in hun haren woelen. Er is zelfs een vrouw die haar broek laat zakken om te controleren of er beestjes omhoog zijn gekropen. Met open mond staart Bodhi naar de chaos. Mijn dochter en ik kijken elkaar aan en krijgen ontzettend de slappe lach. Hoe wellness is dit weekend eigenlijk?

null Beeld

Dagboek van Willeke

Vrijdag

Na alle ellende van afgelopen schooljaar vind ik fijn om met mama en oma een weekend weg te gaan. Oma werd tijdens de autorit steeds bezorgder, maar mama’s enthousiasme werkt aanstekelijk. En wat maakt het uit als het een beetje zweverig is? Dit is Ruurlo, niet India, we kunnen altijd nog naar huis. Ik denk dat ik de jongste ben hier. Tinka is wat ouder dan ik, maar ze komt op mij ontzettend volwassen over. We praten eventjes met elkaar, terwijl ik mijn bed in de yurt opmaak. Haar gedurfde haar, de jongensachtige kleren waaronder ze haar katachtige lichaam ontspannen beweegt, Tinka is supercool. Ik had direct de behoefte om te laten zien dat ik ook cool ben. Had ik mijn geverfde haar maar niet laten uitgroeien, dan had ze geweten dat ik avontuurlijk ben, roekeloos.

Tijdens de natuurwandeling probeer ik mezelf een houding te geven. Ik klaag over de ruwe bosgrond en dat ik honger heb. Tot ik zie dat Tinka zich juist helemaal overgeeft. Met haar ogen gesloten rekt zich uit naar de zon, en gaat op haar tenen staan. Onze gids laat zijn ogen heel even op haar ontblote middenrif rusten. Ik kijk verbaasd toe. Ik dacht dat die spirituele types niet aan vrouwen deden? Een steek van jaloezie schiet door me heen. Meisjes zoals Tinka zijn een soort zonnen, natuurverschijnselen die moeiteloos alles naar zich toe trekken. Hoe word je zo? Het zal wel gewoon ongelijk verdeeld zijn in de wereld: je hebt zonnevrouwen en vrouwen die zich altijd wat ongemakkelijk voelen. Ik kijk naar mama, die zichzelf driftig koelte toe wappert en rode vlekken in haar nek begint te krijgen. Ik moet lachen, misschien ben ik gewoon erfelijk belast.

null Beeld

Het avondeten is een prutje met parelgort. Ik vind het smakeloos, mama’s enge yogajuf is er echter laaiend enthousiast over: “Een oergraan vol helende vezels, een superfood van eigen bodem.” Ik schuif mijn portie haastig naar binnen, ik heb gierende honger. Mama eet duidelijk met tegenzin, maar blijft volhouden dat dit weekend een geweldig idee was. Als ik opsta om toch nog een beetje op te scheppen, is de pan al leeg. Tinka, die in kleermakerszit druk met onze tentgenoten praat, had blijkbaar na twee hapjes genoeg. Ze ziet me kijken en duwt zonder aarzelen haar bord in mijn richting. “Neem maar”, zegt ze. “Ik heb niet zo’n honger.” Ik neem het dankbaar aan, maar ben zoals altijd ook wantrouwig. Waarom ben ik zo’n gulzig bedelkind, terwijl zij blijkbaar van de lucht kan leven?

Zaterdag

Na een gebroken nacht in de yurt worden we uit ons bed gegongd en strompelen we naar de ochtendmeditatie. Mama slaat haar arm om me heen, we lachen om elkaars verfrommelde gezicht. Mediteren is onwennig. Ik kan niet zo lang stilzitten zonder te wiebelen, waarbij die enge Edith steeds indringender herhaalt dat “sommige aanwezigen” blijkbaar “nog niet de rust in hun lichaam hebben gevonden”. Maar als ik de boslucht diep inadem, die zo vroeg nog koel en vochtig is, vind ik het toch wel iets hebben. Er wordt omgeroepen wie welke ochtendactiviteit heeft gekozen. Ik hoefde niet zo nodig iets te doen waarvoor je lenig moet zijn, dus ik ga een levensketting maken, whatever dat mag zijn. Tinka zit ook in mijn groepje. Oma en mama zie ik vanmiddag weer bij de yogales. Ik moet nu al lachen als ik denk aan mijn nuchtere oma op zo’n matje.

De levenskettingworkshop wordt in de schaduw onder een boom gegeven door Bodhi, die ons gisteren door het bos leidde. Zijn lange vingers spelen met de gekleurde stenen in een bakje op zijn schoot. “Vandaag,” zegt hij, “creëer je als het ware een energiecirkel als metafoor om meer te leven vanuit je hart.” Een metafoor? Hoe kun je twee ochtenden lang aan een metafoor werken? Ik kijk naar Tinka. Dit kun je toch niet serieus nemen? Maar zij hoort de instructies rustig aan. Dan moeten we eraan geloven. Ik vlecht een lompe ketting die mijn levensloop moet verbeelden. Deze roze steen betekent zoiets als liefde of zachtheid. Die is dan mijn zusje. Daarna een paar kleine groene stenen, die staan voor onrust of ruzie. Dat zijn Floris en Micha. Is dit de bedoeling? Ik pak nog een handvol stenen waarvan ik de betekenis ben vergeten. Een pikzwarte is mijn wiskundecijfer, besluit ik. Als het tijd is om onze kettingen met elkaar te delen, schaam ik me helemaal dood. Die van mij gaat alleen maar over vriendjes en problemen op school, terwijl de mensen in de kring allemaal narigheid hebben meegemaakt, scheidingen, zieke kinderen. Als Tinka aan de beurt is, vertelt ze over haar moeder, die overleed toen ze twaalf was. Bodhi kijkt haar begripvol aan en legt een hand op haar schouder.

null Beeld

Ik sta op om naar de wc te gaan. Ik voel me een sukkel. Zelfs mijn levensketting is minder interessant dan die van Tinka. Wat een rotgedachte, zij kan er natuurlijk niets aan doen dat haar moeder overleden is. Als ik de wc uitkom, staat Tinka voor mijn neus. “Alles oké?” “Ja hoor”, antwoord ik. En dan toch maar eerlijk: “Hoe doe jij dit toch allemaal?” “Wat bedoel je?” “Weet ik veel. Yoga, mediteren, je zo cool kleden, de aandacht van Bodhi trekken, zo mooi over je leven vertellen, het helemaal begrijpen allemaal. Volwassen zijn.” Ze lacht. “Ik doe ook maar wat, hoor. En die Bodhi was me niet eens opgevallen. Ik probeer me niet meer te veel bezig te houden met wat anderen van me vinden. Snap je? Dat geeft rust.” Haar woorden doen me meer dan die hele workshop, en ik ben er stil van. Dan zegt Tinka: “Weet je, ik ben ook jaloers op jou. Dat je hier met je moeder en oma kunt zijn. Kom, we gaan wat anders doen.” En als de rest van de groep zich weer over hun kettingen buigt, ren ik achter haar aan, de zon in.

null Beeld

Dagboek van Anne-Wil

Vrijdag

Lang geleden zat ik bij de padvinderij en bracht ik de zomers in tentenkampen door. In die tijd moest ik de tent in kruipen. Wat dat betreft is een yurt een stuk comfortabeler, er staan zowaar echte bedden. Maar ik herinner me ook dat ik met een handdoek en een stuk zeep naar de doucheruimte moest lopen. Dat ik in die kleine ruimte mijn kleren aan een spijker hing en hoopte dat ze droog zouden blijven tijdens het douchen. Het lijkt erop dat ik dat dit weekend weer mag gaan doen. “Oma, ga je mee theedrinken?”, vraagt Willeke. Terwijl ik achter haar aan loop, kijk ik om mee heen. Het zou me niets verbazen als er straks tijdens de schemering konijnen en misschien wel reeën over dit veld lopen. We zijn nog geen halfuur in het kamp, zoals ik het voor het gemak maar noem, en we worden al opgedeeld in twee groepen. We gaan een wandeling maken die niet gewoon wandeling mag heten, maar natuurbewustwordingswandeling. We moeten onze schoenen uittrekken. Ik laat me in een ligstoel zakken en zie hoe Manon en Wil zich op blote voeten achter een jongen scharen, die op een wat bizarre manier aantrekkelijk is. Ik denk even na. Het is nog steeds heerlijk weer, ik zit hier prima, het trekt me totaal niet met een groep mensen door het bos te sjouwen. Ik maak een koekoek-gebaar naar Manon, zak achterover en sluit mijn ogen voor mijn portie zonbewustwording.

null Beeld

Zaterdag

Wat een nacht! Ik slaap sowieso al niet zo goed in een vreemde omgeving. De slaapgeluiden van vijf anderen, waaronder drie vreemden helpen dan niet. De enige die ik niet heb gehoord is Tinka, een vrolijke bijna-twintiger die in haar eentje is gekomen. Behalve halverwege de nacht, toen ze over mij heen struikelde onderweg naar de wc. Ook zo’n dingetje, die wc. Een meter of twintig van onze yurt staat het huisje met welgeteld drie douches en vijf wc’s voor veertig mensen. Er is buitenverlichting, maar toch, het idee om daar in m’n eentje ’s nachts naartoe te lopen… Brrr!

Ik word wakker van gelach. Ik ben al na een paar minuten in slaap gevallen op mijn yogamatje. Edith staat over me heen gebogen. “Wat ik weleens zou willen weten: waarom ben je hier eigenlijk?”, vraagt ze. “Een vergissing”, antwoord ik. Ze gaat rechtop staan. “Dan lijkt dit me niet de plaats voor jou.” Ik kom ook overeind en loop langs haar heen naar de uitgang van de yoga-yurt. Manon kijkt me woedend na vanaf haar matje. Willeke zit te grinniken. Als ik Tinka passeer, staat ze ook op. “Het is eigenlijk ook niks voor mij”, zegt ze. Samen lopen we naar buiten. “Zullen we een eindje wandelen?”, stelt ze voor. Even later lopen we gezellig naast elkaar. “Ik ben vaker hier in de buurt geweest”, zegt ze. “Vijf minuten lopen, dan komen we bij een bushalte. In het dorp verderop is een leuk café met een geweldig terras. Ik heb zin in iets lekkers.”

null Beeld

Zondag

Ik moet toegeven dat er dingen zijn waar ik best plezier in heb. Boetseren bijvoorbeeld. Ik vind het oprecht leuk om een vorm te zien ontstaan, hoe primitief ook. Verderop in de crea-yurt zie ik Wil aandachtig gebogen over glanzende kralen in alle kleuren van de regenboog. Het lijkt erop dat ze een ketting aan het rijgen is, maar veel vaart zit er niet in. Voor het eerst sinds ik hier ben ervaar ik rust, een heerlijk ontspannen gevoel waarin alleen plek is voor het hier en nu, de koele klei in mijn handen en de bundel zonlicht, die door de opening in de yurt naar binnen valt. Ineens bedenk ik dat ik andere dingen ook een kans moet geven en in een opwelling loop ik naar de middagyoga. “Fijn dat je het toch nog eens wil proberen”, zegt Edith tot mijn verbazing. En dan blijkt dat de eenvoudige basisoefeningen eigenlijk ook best prettig zijn om te doen. “Mam, je ziet eruit alsof je het naar je zin hebt!”, roept Manon als ze me ziet. “Straks vind je het nog jammer dat we weer naar huis gaan!”

Willeke wil nog graag iets met zijn drietjes doen. “Nee, ik zeg niet wat, loop maar gewoon mee,” zegt ze geheimzinnig. Na een kleine tien minuten wandelen, komen we aan bij een bosmeertje. Mijn mond zakt open als Wil zich begint uit te kleden. “Vooruit, oma, te water!” roept ze. Manon heeft haar T-shirt ook al uit. Ik sta nog te twijfelen, maar als Wil het meertje in waadt, trek ik mijn kleren uit, op mijn ondergoed na. Ja, het water is behoorlijk fris, maar wat is dit zalig. Ik laat me op mijn rug drijven en koester het zonlicht dat door de bladeren wordt gefilterd. En dan voel ik spetters. Willeke is een watergevecht begonnen. Met de vlakke hand staan we water naar elkaar te slaan, lachend en joelend als schoolmeisjes. In geen tijden heb ik zo veel plezier gehad. Ja, het heeft wel iets, zo’n wellnessweekend.

Iedere week het dagboek van Manon en Willeke lezen? Dat kan op libelle.nl/manon en libelle.nl/willeke. Libelle-abonnees hebben gratis toegang. Maak een account aan en voortaan lees je online wat er gebeurt in de levens van de dochter en kleindochter van Anne-Wil.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden