null Beeld

Dagboek van Maud: “‘Ben jij drie weken in Italië?’, vraagt Koen kwaad”

Maud heeft zich ingeschreven voor een cursus Italiaans op Sardinië.

Eindelijk is het zover: ik ga naar Italië om Italiaans te leren. Het is de allereerste keer in mijn leven dat ik alleen met vakantie ga en het voelt zo raar. Ik ben onzeker en heel erg opgewonden tegelijk. Het gevoel dat ik had toen ik voor het eerst naar school ging.

Mama’s eigen wereld

De laatste dagen ben ik extra vaak naar mama gegaan omdat dit ook de eerste keer is dat ik drie volle weken weg ben, sinds ze alzheimer heeft. Het is verdrietig om te zien hoe ze steeds dieper wegzakt in haar eigen wereld. Ze heeft al maanden mijn naam niet meer genoemd. Als ze nog praat, zijn het korte zinnen die vaak weinig met de context te maken hebben. Zoals: “Zo, zo toe maar.” “Ik weet het wel.” “Hoezo niet?” “Laten we bidden.” “Het is vies.” “Hoeft niet.” De zin die ze het vaakst gebruikt is: “Gaat niet, oen!” En soms alleen: “Oen!” Eigenlijk ben ik opgelucht dat ik even drie weken niet meer in het verzorgingshuis hoef te komen. Maakt mij dat tot een slecht mens?

Buongiorno

Op de luchthaven van Alghero op Sardinië zie ik gelukkig meteen mijn naam die op een stuk papier omhoog gehouden wordt. “Buongiorno, signora Maud”, zegt de man als ik me bekend maak. Verder komt er nog een hele riedel uit, maar die kan ik niet verstaan. Ik hoop niet dat ik per ongeluk ben ingedeeld in de groep ‘gevorderden’.

Het is een wat gedateerd hotel, dat vlak bij het strand en de centrum van de stad ligt. De receptionist spreekt gelukkig Engels en vraagt me of het klopt dat ik drie weken blijf. Als ik zeg dat ik een cursus Italiaans volg moet ze lachen. “Hier? De meeste mensen van Alghera spreken Catalaans, of anders Italiaans met een heel sterk accent.” Opnieuw krijg ik een zenuwkriebel in mijn buik. Ik heb het toch wel allemaal goed gelezen hoop ik... Niet dat mijn cursus op Sicilië is, of zo?

Op ontdekkingstocht

Nadat ik mijn spullen heb uitgepakt, trek ik wat warms aan en ga naar buiten om te ontdekken hoe de omgeving eruitziet waar ik de komende drie weken zal vertoeven. Via de boulevard wandel ik langs de zilver-glimmende zee en kom uit in het centrum van de oude stad. Op het terras van een restaurant zitten Italianen te praten en te lachen met elkaar. Zou ik na drie weken iets kunnen verstaan van hun snelle gebabbel?

Als ik aan de ober vraag of er plek is, vraagt hij: “Quanti?” Ik steek één vinger omhoog en hij wijst me het slechtste tafeltje bij de deur toe. Op mijn vraag of hij een menu heeft, krijg ik het botte antwoord dat de keuken pas om zeven uur opengaat. Dan maar eerst wat te drinken. Ik wijs op de grote glazen met oranje drankjes die ik bij veel mensen op tafel zie staan. “Un Aperol Spritz, alora?” “Per favore.”

Dan gaat mijn telefoon. Op mijn display zie ik dat het Koen is. Ik wil hem wegdrukken, maar neem dan toch op. “Ben jij drie weken in Italië?”, klinkt het aan de andere kant. “Eh ja... volgens mij had ik dat gezegd.” “Echt niet. Ik moest het van Loretta horen. En hoe werkt het als er iets met je moeder is?”, vraagt hij kwaad. “Jee Koen, praat even normaal tegen mij.” “Ik? Doe jij ff normaal, oen!” Deze trip begint goed...

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden