null Beeld

PREMIUMcolumn

Hanneke: “Als 90’s kid ben ik ook wel doordrenkt van het gevaar van zure regen”

Hanneke Mijnster

Hanneke wil best wat doen om het milieu een handje te helpen, maar afval scheiden gaat haar een stapje te ver. Of toch niet?

Dingdong. Diepe zucht. Als honkvaste freelancer ben ik het pakketafhaalpunt van de straat. En als inwoner van een reservaat vol tweeverdieners weten alle goededoelenvrolijkerds met hun tablet en regenjack mijn voordeur ook als de beste te vinden. Meestal doe ik niet open, want niemand staat onaangekondigd voor mijn deur. En gelukkig maar, want ik vind dat niks. Net als ‘loop maar achterom’. Vreselijk. Ik wil gewoon een voordeur en een deurbel en niet de achterdeur open zwaaien en dan met m’n vieze voeten in iemands keuken stappen. Wat dat betreft is het maar goed dat ik nog steeds in de stad woon.

Bij mijn vorige vriendin, die uit het oosten, was dat wel altijd. Niemand gebruikte daar de voordeur. Ze had een huis laten bouwen met een enorme hal achter de voordeur, maar er kwam geen mens. Iedereen stapte door de bijkeuken naar binnen, langs de wasmachine en de tuinklompen. Na anderhalf jaar was ik daar nog steeds niet aan gewend.

Wat ze ook had in die bijkeuken: 251 verschillende bakjes en kliko’s om afval in te scheiden. Ging ze prat op en sprak ze mij - de verstokte ‘te lui om te scheiden, behalve in de liefde’ - regelmatig op aan. Op z’n minst het papier van het gft vond ze. Ze wilde zelfs zo’n emmer met drie verschillende bakken voor me kopen, maar ik sputterde dat mijn bescheiden bovenwoning dan meteen vol was, en dat punt geloofde ze dan wel. Net als het argument dat het openen van de gft-containers die de gemeente hier voor de hele buurt had geplaatst - want in al die bovenhuizen heeft niemand plaats voor eigen containers - me ook wat tegenstond. Je eigen oude kiwi’s zijn nog tot daaraan toe, maar ik hoef niet de afgekloven appels en leeggeschraapte meloenen van de hele buurt te zien. En al helemaal niet de verzameling van een hele maand tijdens een hittegolf.

Maar goed. Als 90’s kid ben ik ook wel doordrenkt van het gevaar van zure regen en dat een beter milieu toch echt begint bij mezelf. In wezen wil ik heus afval scheiden, en in ieder geval verminderen. Dat is ook een soort scheiden, tussen mij en het product, door die band van bezitting gewoon niet meer aan te gaan. Tegenwoordig ga ik met mijn eigen fruitnetje naar de Albert Heijn en weiger ik ieder plastic tasje in de winkel. Heb ik iets nieuws nodig, qua groot spul, dan kijk ik eerst op Marktplaats voordat ik naar een keten ren. Behalve voor kleding, eerlijk is eerlijk. Maar goed, ik wil dus best wat doen.

En daar was Bradley. ‘Als in Cooper, maar dan niet zo rijk en niet zo knap.’ Daar moest ik hem gelijk in geven. Een vrolijke verteller met wasmiddelpapiertjes. Die hij zelf laundry sheets noemt. Ja, heus. De huishoudbeurs komt naar je toe deze zomer. Een klein kartonnen doosje, ter grootte van een enveloppe met daarin twintig velletjes zetmeeldoekjes die ruiken naar zeep. Zo’n doekje bestaat uit poeder en zetmeel, weet Bradley, voelt helemaal niet zo ruw als wasmiddelpoeder en dat moet ik dus bij een paar kilo vuile handdoeken of ander wasgoed gooien. De ‘nee, dank je’ lag al voor op de tong, maar Bradley bracht het zo levendig dat ik me inderdaad afvroeg waarom ik in hemelsnaam al jaren met die grote flessen loop te sjouwen, waar meer water in zit dan zeep, volgens Bradley, en waarmee ik ook nog eens heel veel plastic afval maak. Hij had zelf ook kinderen, hartstikke anti-allergeen dat spul en met een slim abonnement wordt er voor dezelfde prijs als die flacons elk kwartaal een nieuw setje waspapiertjes naar me opgestuurd. En zo stond ik alsnog soppend van verlangen mijn e-mailadres op te noemen en het eerste doosje af te rekenen. Ik ging zelfs met lichte verheuging m’n eerste was met papier draaien. Eerst handdoeken, want als het dan niks bleek, was de schade niet zo groot. Inmiddels was ik al weken met een lapje en heb ik zowaar een zak naast mijn vuilnisbak staan voor het plastic. Prima te doen, zo blijkt. Want hoeveel is het nou eigenlijk?

Hanneke Mijnster (40 en een beetje) leest, praat en schrijft het liefst over de liefde. Co-oudert vol overtuiging en vindt cola bij de lunch helemaal niet gek. Ze woont vlak bij de kust en zoekt al jaren een hobby.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden