null Beeld

PREMIUMcolumn

James: “‘Als ik jouw gegevens invoer, kan ik zien hoe oud jij kan, mag of zal worden’, zegt de dokter”

James Worthy

James is op bezoek bij zijn huisarts, die een nieuwe computer heeft. De computer doet een verrassende onthulling.

Mijn huisarts is een lieve man. Sinds mijn vader er niet meer is, ben ik dol op lieve mannen. Ben ik blij dat ik ze af en toe tegenkom. Dat ze nog bestaan.

Hij zit aan zijn imposante bureau. Ik ben jaloers op zijn werktafel. Een schrijver zou zo’n bureau moeten hebben, maar ik schrijf alles aan de keukentafel. Tussen de tekenspullen van mijn zoon en de Zara-pakketjes die mijn vrouw nog terug moet sturen in.

“Het gaat weer wat beter dus?” vraagt de huisarts. Hij neemt een slokje van zijn minuscule espresso. Het kopje is zo ongelooflijk klein.

“Heb je een nieuw koffietentje ontdekt in Madurodam, dokter?” vraag ik.

“Weet je dat het nooit is bewezen dat koffie echt slecht voor ons is?”

“Ik weet het allemaal niet meer, dokter. Soms voel ik me schuldig als ik een boterham eet, omdat iedereen maar blijft zeggen hoe slecht brood voor je is. Melk ook. Vroeger dronk ik steevast een glas melk tijdens het eten. Koude melk. Dat was een delicatesse, man.”

“De tijden veranderen, meneer Worthy. Ze veranderen zo vaak dat alles feitelijk hetzelfde blijft. Maar ik zal even zeggen waarom je hier vandaag bent. Ik heb een nieuw computerprogramma. En als ik dus al jouw gegevens invoer, kan ik zien hoe oud jij kan, mag of zal worden. Drink je nog alcohol?”

“Nope. Al zeven maanden niet meer.”

“Akkoord. Mis je het?”

“Ik mis alleen dat kortstondige gevoel van euforie. Vaak voel ik dit na het vierde of vijfde glas. Maar dat gevoel is zo weer weg. De kater niet. Hoe ouder ik word, hoe loyaler de kater. Dat ik wakker word, niet op Schiphol ben, maar alles toch vertraging heeft. Nee, ik mis het niet. Koffie wel.”

“Dus je drinkt ook al zeven maanden geen koffie meer?” vraagt de dokter.

“Correct. Koffie is zo lekker, maar koffie is lastig. Ik heb een vriend en die kan niet alleen zijn. Hij heeft nooit lange relaties, maar is nooit alleen. Als ik koffie drink, verlang ik naar een sigaret. In mijn lichaam kan koffie niet alleen zijn. Ik noem het mijn Bassie-en-Adriaan-verslaving. De acrobaat heeft de clown nodig en de clown de acrobaat. Begrijp je?”

“Ik doe mijn best, meneer Worthy”, zucht de dokter.

Een kwartier later draait mijn huisarts zijn computerscherm naar me toe en zie ik een getal staan. Het is een hoog getal, maar het had hoger kunnen zijn. Ook lager, dat wel. Ik had ongetwijfeld gezonder kunnen leven. Ik had wat vaker vroeger naar huis kunnen gaan en ik had wat vaker een condoom kunnen dragen.

“Dus ik word 84 jaar oud, dokter?”

“Dat zegt de computer. En het is een nieuwe computer.”

“Dan geloof ik het. Nieuwe computers liegen niet”, zeg ik.

“Het is natuurlijk geen garantie. Er kan morgen een satelliet uit de lucht vallen of er kan een giftige slang uit Artis ontsnappen. De dood is bijzonder vindingrijk.”

“Ik word over drie weken 42, dus ik ben op de helft? Moet ik het zo zien?”

“Zo zou je het kunnen zien, maar je moet natuurlijk wel scherp blijven voor tornado’s en vergeten landmijnen.”

“Vanzelfsprekend, dokter. Ik zal een metaaldetector voor Vaderdag vragen. Maar jeetje. Ik zit dus op de helft? Het voelt alsof ik pas net ben begonnen. Heb ik wel genoeg gedaan? Is alles wat ik heb gedaan wel helftwaardig? Lig ik op schema?”

“Niet doen. Ik wilde je juist geruststellen met behulp van dit nieuwe computerprogramma. Stop met al die vragen.”

“Maar dokter, dat is hoe mijn hoofd werkt. Hierbinnen is het een vraagtekenorgie”, zeg ik, terwijl ik op de bovenkant van mijn hoofd tik.

“Je moet niet denken in helften en in helen. Ik was een keer een berg aan het beklimmen met mijn schoonbroer. Het was een hoge berg in Maleisië. Toen we boven waren, vroeg hij aan mij of we boven waren. Hij kon zien dat we boven waren. Dat de berg ophield, en toch vroeg hij het. Dus in zijn hoofd waren we er nog niet. Hij kon niet geloven dat we boven waren. Dus waren we er niet. Ja, ik was er wel. Ik stond aan de top, maar hij was halverwege.”

“De top ligt waar ik wil dat de top ligt?” vraag ik.

“Als je geluk hebt. Er zijn geen garanties, maar ik ben blij om hoe je tegenwoordig met je lichaam omgaat. Ik word altijd een beetje misselijk als mensen zeggen dat het lichaam een tempel is, maar ik zie wel dat jij de tempel in jezelf hebt gevonden”, zegt de dokter, terwijl hij opstaat en naar zijn glimmende espressomachine loopt.

“Het was even zoeken, dokter. De tempel ligt op een hoge berg in Maleisië.”

“Op het topje van de berg?”

“Ja, en toch ben ik pas halverwege.”

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Meer over

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden