null Beeld

PREMIUMCOLUMN

James: “Het leven is als een knoflooksausboer in een shoarmazaak”

James Worthy

Op de middelbare school geloofden leraren niet zo in James’ schrijversdroom. Wanneer hij boodschappen aan het doen is en een oud-leraar tegenkomt, komen de herinneringen weer op.

Voor de deur van de supermarkt staat een man die ik van vroeger ken. Hij was dertig jaar geleden mijn leraar Nederlands. We hadden altijd discussies over grammatica en over Gimmick! van Joost Zwagerman. Hij wilde ons dingen leren die we niet nodig dachten te hebben. Hij vond oude boeken beter dan nieuwe boeken. Alle boeken die na 1990 werden uitgebracht, noemde hij navelstaarderij. Moderne schrijvers vond hij ijdeltuiten. Het ging allemaal nog veel te weinig over de oorlog of over honger. Of over een dorpje met een kerk en een ontevreden slagerszoon.

Ik weet nog goed dat ik hem op een ochtend vertelde dat ik later schrijver wilde worden. Hij probeerde zijn lach in te houden, maar de lach was te groot.

“James, je haalt dit schooljaar bijna alleen maar vijven. Als je echt van taal houdt, zou je er toch veel zorgvuldiger mee om moeten gaan? Schrijvers houden van taal. Het is hun touwladder uit de bodemloze put”, zei hij. Hij bedoelde het vast niet onaardig, maar zo kwam het wel over. En misschien had hij ook gewoon gelijk. Ik was goed in verhalen, maar slecht in regels.

De hoofdredacteur van onze schoolkrant geloofde overigens wel in mij, maar die was dertien jaar oud. Hij was laaiend enthousiast over mijn verhalen. Ik weet nog goed dat ik een verhaal had geschreven over doodzieke mensen die met behulp van tijdmachines de geschiedenis moesten opkuisen. En als het lukte, werden ze beter.

Op het schoolplein zag ik tientallen kinderen mijn verhaal lezen. Ze keken niet naar me, maar keken toch naar me. De lezers keken in mij. Ik was verkocht.

De volgende ochtend had ik Nederlands en ik zag de bui al hangen. Na de les moest ik even blijven zitten. De leraar liep op me af. Hij zag er netjes uit, maar ook onverzorgd. Hij droeg de geur met zich mee van rode wijn en dromen die hun vleugels hadden verloren.

“Ik heb je verhaal in de schoolkrant gelezen, James. Hoe zal ik het noemen? Ik vond het een zeer vermakelijk rommeltje. Ja, echt een rommeltje, maar zeer vermakelijk.”

Hij probeerde me te krenken, maar ik dacht terug aan al die kinderen op het schoolplein. Ze vonden het een prachtig verhaal. Een soort science fiction met een happy end. Alle zieken werden beter en al het kwaad werd uit de geschiedenisboeken gewist. Het was een hoopvol verhaal.

“Je vader heeft toch een lasbedrijf? Neem dat bedrijf gewoon over, jongen. Schrijven is helaas niet helemaal jouw ding. Je kwispelt mooi, maar soms moet je ook graven naar botten. Diepgang. Dat heb jij niet. Het is vermakelijk, maar vermakelijk is vluchtig. Een knoflooksausboer in een shoarmazaak. Dat is wat jouw verhaal is.”

Voor de deur van de supermarkt staat een man die ik van vroeger ken. Ik kijk naar hem en voel allemaal verschillende dingen. Het eerste wat ik voel is dankbaarheid. Want misschien was dit wel zijn plan. Dat hij me met de grond gelijk wilde maken, zodat ik hoger kon groeien dan ik zelf ooit voor mogelijk had kunnen houden. Het tweede wat ik voel is medelijden. Hij was een matig mens, maar een goede leraar. Het derde wat ik voel is leedvermaak en dat is het enige wat ik niet wil voelen. Ik haat leedvermaak. Een leraar Nederlands die krantjes voor een hoofdstedelijke supermarkt aan het verkopen is, is niet vermakelijk. Dit is niet het moment om een lange neus te maken. Zo van: ‘Het is me toch gelukt, lul! En waar ben jij momenteel allemaal mee bezig?’ Nee.

Hij ruikt nog steeds naar wijn en zijn dromen, och, zijn arme dromen. Dertig jaar geleden hadden ze al geen vleugels meer, maar tegenwoordig zijn ze überhaupt vergeten dat ze ooit konden vliegen.

“Goedemiddag, meneer. Ik wil even laten weten dat ik veel van u heb geleerd”, zeg ik, terwijl ik mijn volle boodschappentassen tussen mijn benen klem.

“Van mij?”

“Ja, u was een strenge leraar. Soms meedogenloos.”

“Schrijf je nog steeds voor de schoolkrant, jongen?” vraagt hij.

“Nee, helaas. Ik heb twee jaar geleden het lasbedrijf van mijn vader overgenomen.”

“Goed zo. Je schreef zo rommelig.”

“Maar wel vermakelijk, toch?”

“Absoluut, maar niemand zit op vermakelijk te wachten. Het is ook erg vluchtig.”

“Als een knoflooksausboer in een shoarmazaak?”, vraag ik.

“Ja. Het hele leven is vluchtig, jongen. Als een knoflooksausboer in een shoarmazaak.”

James Worthy (41) is schrijver, journalist en columnist. Hij is getrouwd met Artie en vader van James (8). Voor Libelle schrijft James columns waarin liefde centraal staat: voor zijn ouders, zijn gezin en het leven. Geestig, soms hartverscheurend, maar bovenal eerlijk en ontroerend.

Op alle verhalen van Libelle rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@libelle.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden